|
Uitslagen laatste spelronde Hieronder de uitslagen van de laatst gespeelde competitieavond (12 april 2010):
| Wit |
Zwart |
Uitlag |
| Henk Strating |
Herman Warntjes |
1/2-1/2 |
| Jasper Mulder |
Gerrit van Aalderen |
1/2-1/2 |
| Gert Cozijnsen |
Martin Gremmen |
1-0 |
| Erik v.d. Eijkel |
Helmerick Veenstra |
1/2-1/2 |
Psychologie
Een mooi staaltje psychologie kwam voor in de partij tussen Jasper Mulder en Henk Strating. Laatstgenoemde startte de aanval op de witte koningsstelling met 13. ..., Lxg3. Op zich geen slechte zet, maar voor wit voorla een stevige inslag waar je over na moet denken en waarvan je schrikt. Plotseling komt je koning in de kou te staan en er zijn heel wat zwarte stukken die kunnen bijdragen aan de vijandelijke aanval. Wit antwoordde met 14. fxg3 (14. Lxf6 was ook mogelijk maar dat geeft zwart kansen de zijn toren in de strijd te gooien). 14. ..., Dxg3; 15. Pg2, Phg4 en wit gaf op. Er dreigt natuurlijk mat op h2. Het slaan van het paard levert prompt een ander paard op dat zich nestelt op g4 met dezelfde problematiek. Maar is er dan helemaal geen verdediging meer? Psychologisch misschien niet, maar objectief wel! 16. hxg4 (2 stukken voor), Pxg4; 17. Le5! en nu heeft zwart geen mat meer. 17. ..., Dxe5; 18. Dxg4, Dxa1; 19. Db4!! wit voorkomt de korte rokade, dreigt Pc3 en heeft Dxb7 met een aanval op f7. Hoewel zwart beter staat is de strijd nog lang niet gestreden.
Complexe positie 27 pktober 2008
Erik van den Eijkel probeerde Henry Mol onder de voet te lopen in een Sicilaanse partij waarbij zwart zich op een ongebruikelijke en taaie manier verdedigde. Na een wit loperoffer op b5 en het binnendringen van de witte toren op d6 kwam de volgende positie voor: Zwart dacht lang na en kwam met 23. ..., Pxd6?! om nog een kwaliteit te winnen. De partij eindigde uiteindelijk in een remise. Zoals gebruikelijk stonden de beste stuurlui aan wal... (letterlijk dit keer). Met 23. ..., Pc5! is het prompt afgelopen met wit. De witte dame is ook aangevallen en zwart beschikt over een tussenschaakje (Txd1+). Ook 24. Txd8, Pxb3; 25. Tf8+ biedt geen soelaas: zwart beschikt over voldoende verdedigers en kan met Dxe4 zelf de aanval succesvol afronden.
Fraaie positie 8 september 2008
Op een van de borden tijdens de ronde op 8 september j.l. kwam de volgende positie voor: Zwart denkt met 23. ..., Ph2?! de kwaliteit te winnen. Wit denkt daar echter heel anders over en speelde 24. Tf4! er volgde 24. ..., Lf4; 25. Tf4, Dh5; 26 Dc7! zwart gaf het op. Het witte paard op e2 is taboe, het zwarte paard heeft geen velden en wordt ingerekend door de witte koning, bovendien dreigt wit allerei vervelende acties te ondernemen waartegen zwart volkomen machteloos is, waarvan Dxc6 er slechts een is.
Strating - Bruijnes
Na een soort Nimzo-Indische opening staat wit op de 22ste zet glad gewonnen: 22. Tac1 of Tfc1 met als dreiging 23. Tc8 is al voldoende om zwart te doen wankelen, maar het kan ook anders, simpeler moet de witspeler gedacht hebben: waarom niet gewoon
22. Lxh8? lijkt voldoende, maar het antwoord van zwart mag er wezen.
22. ..., Pf4! en weg is het voordeel voor wit. Zwart dreigt mat en na:
23. exf4, Dg4+ heeft zwart eeuwig schaak! Een leuke ontkonping in een spannende partij.
|
Partijstelling Hieronder treft u partijstelling(en)
Tempo's
In de partij tussen Henry Mol en Gerard van Dorth ontstond de hier afgebeelde stelling. Zwart had de hele partij nauwelijks beter gestaan een staat dat nu ook niet echt. Het geluk wil dat zwart aan zet is anders zou wit direct met 33. g4! een beslissing geforceerd hebben. Eindspelen zijn lastig, vooral in deze fase komt het aan op tempo's. Zwart doorziet het gevaar en ziet tevens een manier om tempo's te genereren. De vrijpion op d5 dreigt verloren te gaan als zwart geen tempo's meer heeft.
De strijd ging als volgt verder: 33. ..., h5!; 34. a4? een slechte zet die zwart meteen aangrijpt om b4 uit de stelling te houden. 34. ..., a5!; 35. g3, b6! nu heeft de witte koning c5 niet meer tot zijn beschikking terwijl zwart dat juist wel heeft - zwart heeft tempo's, wit niet! Met 3 goede zetten heeft zwart zijn slechtere positie omgebouwd tot een gewonnen stelling. Er volgde nog: 36. b3, Ke6; 37. Kc3, Kd7; 38. Kd4, Kd6; 39. g4 (er is niets goeds te verzinnen), hxg4; 40. hxg4, fxg4; 41. f5, g3; 42. Ke3, d4+!
Wit gaf op.
Voorpost
In een stelling die na 29 zetten nog redelijk gelijk op ging liet zwart wat steken vallen waardoor wit een sterke voorpost kon creeren (en nog wel met schaak) . Geschrokken van de wending maakte zwart pardoes een volgende fout en speelde 32. ..., Kh6? (Kf7 ws beter geweest). Wit maakte de klus snel af en speelde 33. Tc8 (h4 was ook goed), g5; 34. h4, gh4; 35. g5+, Bg5; 36. Th8+, Th7; 37. Txh7, Kxh7; 38. Pxg5. Zwart spartelde nog even maar gaf snel de ongelijke strijd op.
Damejacht
Damejacht is ook in het schaakspel een geliefd thema, het neemt iets andere vormen aan dan in het normale bestaan maar leuk blijft het. Zo ook in de partij tussen Henk Strating en Henco Ouwendijk (een sterk spelend jeugdlid). Zwart heeft de dame reeds in stelling gebracht en wit heeft daar tegenover zijn toren buiten de linies gebracht. Beide stukken zijn kwetsbaar: de toren omdat deze niet flexibel kan manoeuvreren en de dame om de hoge intrinsieke waarde. Wit aan zet (zie diagram) vervolgde met: 15. Tc4 op zich niets aan de hand zou je zeggen, maar er gaat een dreiging uit van deze zet. Zwart antwoordde 15. ..., O-O-O? (Beter was g5! of Dh5). Er volgde 16. Ph4, Dg5; 17. Pe4 (met stukwinst), Lf2+?; 18. Kf2, Dh6; 19. Txc6!, bxc6?; 20. Pf5, Dg6; 21. Pe7+. Zwart, die op de 15de zet niet slechter stond, staat 5 zetten later volslagen verloren door het overzien van de damejacht.
Kortendijk - Van Dorth
Een merkwaardig verlopen Siciliaans leidt tot afgebeeld onderstaand diagram zwart is aan zet en twijfelt lange tijd of hij moet voortzetten met:
14. ..., e4
15. De3 (lijkt een gevaarlijk antwoord voor zwart die een onbeschermde koning op het bord heeft). Toch is de 14de zet niet fout
15.De3, O-O-O
16. Lxe4?, Pf6 (en zwart staat gewonnen).
16. Dxe4, Dxe4; 17. Lxe4 is beter maar zwart staat nog steeds goed na 17. ..., Te8; 18. f3, Pxc2.
Na veel afruil en een lange strijd waarin zwart geen kansen meer had en wit de overhand kreeg werd het uiteindelijk remise omdat zwart het klaarspeelde de vijandelijke koning uit de buurt van zijn pionnen te houden - zie afbeelding (wit aan zet). Wit kan de pion op f5 winnen maar schiet daar niets mee op: zwart verovert de pion op b5 en houd met het paard op g7 de witte koning op afstand.
|