Schaakvereniging Nunspeet

Senioren | Junioren | Extern
VDC | Veldhuis Keizer Garantiemakelaars | Vedder | Osinga | Rabobank | Kale Optiek | Van den Pol
This week in Chess | Position search | Chess today | Chessbase | Chessnet | Chessclub
subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link
subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link
subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link
subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link
subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link

Partijverslagen

small logo
partijverslag

Partijverslagen
Schaakvereniging Nunspeet

Nee, onleesbaar zoals hiernaast zullen we niet maken maar deze pagina met partijverslagen kan voor de leek wel eens wat abracadabra termen bevatten. Mocht u als lezer toch er het fijne van willen weten neem dan contact op met onze club - zie de concact pagina!
Meer informatie betreffende partijen kunt u vinden op de diverse competitie pagina's.

 

150 JAAR SCHAAKERVARING

In de partij tussen Henk Strating en Henk Mondria zat meer dan 150 jaar schaakervaring achter de borden, maar beide spelers gingen elkaar in hun partij als jonge honden te lijf. Op het schaakbord kwam de aloude Spaanse opening, genoemd naar de Spaanse bisschop Ruy Lopez, die deze opening al in de 16e eeuw introduceerde. Beide spelers kozen voor de open variant, die tot bijzonder scherpe standen kan leiden, compleet met valstrikken en lokzetten. Beide ingrediënten sierden ook deze partij. Na afruil van beide paarden koos Strating als eerste voor de aanval, die echter verrassend door Mondria werd afgewenteld door zijn dame te offeren voor een toren en een loper om zo  tot enig actief tegenspel te komen. Behoedzaam manoeuvrerend bleef toch de witte dame het spel beheersen en na afruil van loper en toren kon Strating, na bijna vier uur spelen, het volle punt binnenhalen.
De strijd tussen Jasper Mulder met wit tegen Erik van den Eijkel ging lange tijd gelijk op, ondanks de vele dreigingen en allerlei mogelijke valstrikken. Pas in het eindspel kon Erik een klein voordeel behalen door het veroveren van een pion, waarna Jasper, zij het iets de vroeg de partij opgaf. Bij nadere analyse bleek de winst voor zwart toch nog een hele klus!
Helmerick Veenstra gaat na de winst op Herman Warntjes met drie punten uit drie wedstrijden aan de leiding in de strijd om de vierde periodetitel. Warntjes kreeg wel een sterke aanval op de damevleugel, maar verloor in het heetst van de strijd een loper. Na afruil van stukken gaf dit extra stuk de doorslag naar winst.
Bert Mulder ging wat al te vrijmoedig met de koningspionnen naar voren, waar tegenstander Gert Cozijnsen uiteindelijk van kon profiteren. Na stukverlies gaf Bert de partij op.
Gerrit van Aalderen won zijn partij tegen Martin Gremmen, die na een aantal minder goede zetten een toren tegen een loper achter kwam. Toen langzamerhand ook nog enkele pionnen verloren gingen werd de partij snel beslist.

 

VERRASSING TROEF BIJ SCHAAKVERENIGING NUNSPEET

Herman Warntjes heeft in de tweede ronde van de vierde periodetitel voor een daverende verrassing gezorgd, door titelpretendent Erik van den Eijkel een gevoelige nederlaag toe te brengen en zo de spanning voor het uiteindelijke kampioenschap weer terug te brengen. Na een rustige opening zette Warntjes de rokadestelling van zijn tegenstander onder druk, creëerde na pionnenopmars een open h-lijn, offerde een loper voor twee pionnen en joeg met dame en toren de witte koning uit zijn verdedigende veste. Uiteindelijk wikkelde hij af naar een eindspel, waarin paard en loper net iets actiever opereerden dan de logge witte toren. Wellicht had de partij nog wel in remise kunnen eindigen, maar dat lukte niet binnen de bedenktijd van twee uur, die elke speler tot zijn beschikking heeft en verloor van den Eijkel uiteindelijk door tijdsoverschrijding.
Albert Kortendijk continueerde tegen Martin Gremmen zijn ongeslagen status. Na een aanvankelijk gelijk opgaande opening wist Kortendijk in het middenspel een aantal stukken dusdanig te ruilen, dat zijn overgebleven stukken de witte centrumpionnen konden aanvallen en Gremmen in de verdediging drong. Onder deze druk bezweek de witte stelling, waarna de zwarte pionnen de winst binnenhaalden.

TRIOMF VAN DE SCHAAKJEUGD

De laatste periode van zeven partijen begon bij schaakvereniging Nunspeet al direct met een aangename verrassing. Twee oudgedienden moesten het, na een boeiend schaakgevecht overigens,  afleggen tegen een tweetal jeugdspelers. Henco Ouwendijk viel met de witte stukken, na een moeizame opening, tegen Gerrit van Aalderen goed aan, bleef de zwarte verdediging onder druk zetten, ruilde op het goede moment een aantal stukken en won verdiend.
Jasper Mulder begon tegen Henk Strating heel behoedzaam, liet een eerste aanvalsgolf op zijn rokadestelling manhaftig over zich heen gaan, drong de slecht georganiseerde zwarte legermacht terug op eigen helft, won een pion en plaatste tot overmaat van ramp een gevoelige paardvork, die een volle toren opleverde en nam trots de felicitatie van zijn tegenstander in ontvangst.
Helmerick Veestra  dolde in zijn partij tegen Bert Mulder een beetje met de zwarte koning, die over het hele bord werd opgejaagd, alvorens deze kon worden matgezet.
Gert Cozijnsen kwam met zwart tegen Herman Warntjes, na een moeilijke start langzamerhand  in de verdrukking en moest zich gewonnen geven toen een witte pion dreigend het promotieveld bereikte.
De langste partij van deze ronde speelde zich af tussen Henk Mondra en clubkampioen Erik van den Eijkel. Lange tijd hielden beide spelers zich in een spannende partij in evenwicht, maar na enkele uren slaat dan toch bij de 90-jarige nestor van de club de vermoeidheid toe, ging eerst een pion verloren  en kon de huidige clubkampioen het eindspel moeiteloos tot winst voeren..

 

Verslag 4de ronde in de 4de periode.

De partij tussen Wilco Bruijnes en Bert Mulder verliep na een Weens gambiet aanvankelijk evenwichtig, maar na een aantal afruilen kwam Zwart toch zwakker te staan. Toen Mulder op een goed moment te snel een vijandelijk paard buit maakte, kon zijn tegenstander met een aftrekschaakje een dame winnen en daarmee in enkele zetten de partij naar zich toe trekken.
Jan Lichtendahl wist zich in de openingsfase van zijn partij tegen Henk Mondria goed te weren en hij bouwde een stelling op, waar Zwart vaak moeite mee had. Door zijn te optimistisch spel echter kreeg Mondria veel tegenkansen en kon hij een dodelijke koningsaanval lanceren, waar Wit zich niet meer uit kon redden, veel materiaal verloor en daarna opgaf.
Henco Ouwendijk kwam wat gedrongen uit zijn opening tegen Erik van den Eijkel. Net op het moment dat er door een opmars van de lang achtergebleven d-pion wat meer ruimte kwam, ging hij in de fout. Van den Eijkel wist een pion te veroveren, waarna Wit zich nog een deel van dit voetvolk liet afsnoepen. In het toreneindspel zag hij wel in dat hij met nog maar 3 tegen 7 pionnen geen kans op winst meer kon maken en gaf hij zich gewonnen.
Helmerick Veenstra moest in het begin van zijn partij toestaan, dat Martien Gremmen voordeel behaalde, maar daarop wist hij een loper tegen een toren te ruilen. Beide lopers van Gremmen waren erg sterk, maar Veenstra kon deze stukken afruilen. Toen door een ongelukkige manoeuvre de zwarte stukken buiten spel kwamen te staan, viel Wit de koningsstelling aan, waardoor Zwart mat ging.
Henk Strating offerde tegen Gerrit van Aalderen al in het begin van de opening een pion om zo zijn stukken sneller te ontwikkelem. En inderdaad zag de witte stelling er na 18 zetten redelijk agressief uit en kon worden gewerkt aan een positieve oogst. Echter, in plaats van een pion terug te winnen met dreiging van paardwinst werd eerst een gevaarlijk uitziende loperzet tactisch door Van Aalderen omgezet in nog weer een pion winst, zodat Strating nu moest knokken om remise te bereiken, waaraan de zwartspeler meewerkte door eeuwig schaak te blijven geven in een toch wel iets betere stelling.
De partij tussen Johan van de Brink en Herman Warntjes eindigde in een overwinning van eerstgenoemde.

Verslag van de 7de ronde in de 3de periodeGerrit van Aalderen nam het op tegen Bert Mulder. Ondanks moedige en verwoede pogingen het tij te keren kwam de laatste langzaam maar zeker in de problemen. Stukwinst bezorgde Van Aalderen vrij snelde overwinning.
In een evenwichtige partij had Gert Cozijnsen tegen de jeugdige Jasper Mulder de betere stelling, maar geleidelijk aan trok Zwart die gelijk, waardoor een interessant middenspel ontstond. Hierin waren beide heren aan elkaar gewaagd. Mulder slaagde er echter in heimelijk een dubbele aanval op te zetten en kwam daardoor in kwaliteit voor te staan, waarop de grijze eminentie verstoord de handdoek in de ring gooide.
Martien Gremmen speelde tegen Jan Lichtendahl geen sterke partij. De laatste kwam keurig uit de dame-opening en anticipeerde kalm op de dreigingen van zijn tegenstander. Pas in de eindstrijd en na het ruilen van zijn dame tegen twee torens kwam Gremmen ietwat op dreef en maakte hij korte metten met zijn tegenstander.
In zijn partij tegen Gerard van Dorth liet Helmerick Veenstra de Siciliaanse opening overgaan in de Franse doorschuifvariant, iets wat vaker plaatsvindt en waarmee ook weinig anders mis is dan dat het voor Wit wellicht niet de sterkste voortzetting is. Na 11 zetten theorie maakte Veenstra echter een fout. In de hoop zijn paard op een sterk veld te kunnen nestelen ruilde hij foutief af, waarna Zwart hem dwong de beoogde paardzet alsnog te doen, maar dan ten koste van een pion. Hierna zag Van Dorth kans om een hele keten pionnen af te breken en zo binnen 4 zetten 3 pionnen voor te staan. Omdat hij nog steeds aanvalskansen rook speelde Veenstra door en offerde hij een paard voor een pion. Zijn hoop bleek ijdel te zijn, toen Zwart, gebruik makend van zijn overwicht,  nog meer materiaal dreigde te winnen. Veenstra besloot deze kortste partij van de avond met  het omleggen van zijn  koning.
Henk Mondria had tot nu toe altijd gewonnen van de wisselvallig opererende Herman Warntjes. De laatste speelde uiterst geconcentreerd en kwam met een pion voorsprong uit de opening en wist deze stelling uit te bouwen tot een met een tweetal verbonden vrijpionnen. Het werd nog even spannend toen Mondria met zijn dame de vijandelijke koning ging aanvallen, maar hij werd gedwongen tot dameruil, waardoor de pionnen van Warntjes vrij spel kregen, zodat hij zijn eerste punt tegen nestor Mondria kon scoren.

Verslag van de 3de ronde in de 3de periodeHenk Strating kwam in zijn partij tegen Johan van de Brink goed uit de opening en kreeg verscheidene kansjes om het zijn tegenstander moeilijk te maken. Hij koos echter voor het verkeerde plan, maakte daarna een blunder en verloor een toren. Toen gaf hij zich gewonnen.
De krachtmeting tussen Wilco Bruijnes en Martien Gremmen begon met een Siciliaanse opening. Wit kwam hierna iets ruimer te staan en won een centrumpion. Hiermee kon hij het eindspel naar zich toe trekken.
Tjeerd Bikker speelde tegen Helmerick Veenstra een sterke partij, waarin hij een pion wist te veroveren. Toch was dit voordeel niet voldoende om het eindspel te winnen. Het werd remise.
Hoewel Erik van en Eijkel Gerrit van Aalderen bedreigde met enkele gevaarlijk opgerukte pionnen, stond hij op een goed moment toch een stuk achter. Geleidelijk aan wist hij deze achterstand in te lopen en licht in het voordeel te geraken. In uiterste tijdnood bood hij remise aan. Van Aalderen accepteerde dit aanbod.
Herman Warntjes won tegen Gert Cozijnsen met goed positie- en combinatiespel een pion. Hoewel het in het eindspel nog even spannend werd, bleek deze voorsprong toch beslissend te zijn voor de winst. Uitslag:  1  -  0
Bert Mulder  -  Jasper Mulder    0  -  1.

Verslag van de 7de van de 2de periodeGerrit van Aalderen nam het op tegen Bert Mulder. Ondanks moedige en verwoede pogingen het tij te keren kwam de laatste langzaam maar zeker in de problemen. Stukwinst bezorgde Van Aalderen vrij snelde overwinning.
In een evenwichtige partij had Gert Cozijnsen tegen de jeugdige Jasper Mulder de betere stelling, maar geleidelijk aan trok Zwart die gelijk, waardoor een interessant middenspel ontstond. Hierin waren beide heren aan elkaar gewaagd. Mulder slaagde er echter in heimelijk een dubbele aanval op te zetten en kwam daardoor in kwaliteit voor te staan, waarop de grijze eminentie verstoord de handdoek in de ring gooide.
Martien Gremmen speelde tegen Jan Lichtendahl geen sterke partij. De laatste kwam keurig uit de dame-opening en anticipeerde kalm op de dreigingen van zijn tegenstander. Pas in de eindstrijd en na het ruilen van zijn dame tegen twee torens kwam Gremmen ietwat op dreef en maakte hij korte metten met zijn tegenstander.
In zijn partij tegen Gerard van Dorth liet Helmerick Veenstra de Siciliaanse opening overgaan in de Franse doorschuifvariant, iets wat vaker plaatsvindt en waarmee ook weinig anders mis is dan dat het voor Wit wellicht niet de sterkste voortzetting is. Na 11 zetten theorie maakte Veenstra echter een fout. In de hoop zijn paard op een sterk veld te kunnen nestelen ruilde hij foutief af, waarna Zwart hem dwong de beoogde paardzet alsnog te doen, maar dan ten koste van een pion. Hierna zag Van Dorth kans om een hele keten pionnen af te breken en zo binnen 4 zetten 3 pionnen voor te staan. Omdat hij nog steeds aanvalskansen rook speelde Veenstra door en offerde hij een paard voor een pion. Zijn hoop bleek ijdel te zijn, toen Zwart, gebruik makend van zijn overwicht,  nog meer materiaal dreigde te winnen. Veenstra besloot deze kortste partij van de avond met  het omleggen van zijn  koning.
Henk Mondria had tot nu toe altijd gewonnen van de wisselvallig opererende Herman Warntjes. De laatste speelde uiterst geconcentreerd en kwam met een pion voorsprong uit de opening en wist deze stelling uit te bouwen tot een met een tweetal verbonden vrijpionnen. Het werd nog even spannend toen Mondria met zijn dame de vijandelijke koning ging aanvallen, maar hij werd gedwongen tot dameruil, waardoor de pionnen van Warntjes vrij spel kregen, zodat hij zijn eerste punt tegen nestor Mondria kon scoren.

Verslag van de 6de ronde in de2de periodeHerman Warntjes kon zijn geliefde dame-opening deze wel keer vergeten, omdat hij tegen Helmerick Veenstra met zwart speelde. Meestal verlopen de partijen tussen deze beide kemphanen spectaculair, maar nu niet. Veenstra speelde een gedegen partij en hij plaatste zijn stukken naar sterke posities en dat spelletjes lag Warntjes niet. Met een paardoffer en een slimme combinatie dacht hij uit te breken en een pion te veroveren, maar hij had zich verrekend, verloor het stuk en daarmee de partij.
De partij tussen Wilco Bruijnes en Albert Kortendijk vond zijn afronding pas toen iedereen al naar huis was. De laatste leek tenslotte in het voordeel., maar toen hij een pion liet slaan onder schaak om daarna een beslissende aanval te krijgen, werd hem de kans daarop niet gegeven. Een tweede schaak  volgde en toen was mat in twee zetten onontkoombaar.
Na een gelijkopgaande strijd maatke Gert Cozijnsen, die tegen Gerrit van Aalderen speelde, een foutje in het eindspel. Dit kostte hem een pion en later de partij.
Gerard van Dorth kwam tegen Erik van den Eijkel goed uit de opening en leek Zwart snel op te rollen.Het liep echter allemaal anders. Of  Van den Eijkel wist steeds de juiste tegenzet te vinden of  Van Dorth miste ergens de winnende voortzetting, maar na taai tegenspel van Zwart verzandde de partij in een remise.

Verslag van de 5de van de 2de periodeErik van den Eijkel trok meteen in de opening al fel van leer tegen Martien Gremmen en ging volop in de aanval op de zwarte koningsstelling. De geroutineerde Gremmen hield het hoofd echter koel en dirigeerde rustig zijn stukken en pionnen naar de strijdhaard. Toch had hij van zijn acties niet alle consequenties duidelijk in de gaten en moest hij een toren opofferen voor een loper. Ook daarna bleef de druk op zijn stelling en een volgende combinatie van Wit kostte hem opnieuw materiaal. Gremmen vond het toen allemaal welletjes en st aakte de strijd.
Met de partij tussen Henk Strating en Henk Mondria zette zich ook bijna 150 jaar schaakervaring achter de borden. Beide spelers hielden elkaar in de opening goed in evenwicht, maar na ruil van de dames en enkele lichte stukken ontspon zich een interessant torenspel, waarbij Mondria op slimme wijze een pion wist buit te maken. Door actief tegenspel te bieden zag Strating kans de partij zo te sturen dat op het laatst alleen beide koningen nog op het bord stonden en dus remise het uiteindelijke resultaat van deze titanenstrijd werd.
Wiloco Bruijnes moest toelaten dat Helmerick Veenstra hem zijn witte loper uitruilde tegen een paard. Door daarna een  pion uit de koningsstelling op te schuiven veroorzaakte hij zelf een zwakke plek in zijn slagorde. Na een strijd, die tot in de kleine uurtjes bleef woeden, liep een aanval op deze zwakte uit op mat.
Tjeerd Bikker  - een enthousiast nieuw jeugdlid -  ging tegen Henco Ouwendijk goed van start, maar een cruciale zet drong hem in de verdediging.  Ouwendijk probeerde zijn aanval door te zetten, maar kon tenslotte slechts remise voorstellen, wat zijn tegenstander accepteerde.

Verslag van de 4de ronde in de 2de periodeDe wekelijkse schaakavond werd geopend met de herdenking van een trouw verenigingslid. Herman Bade- 77 jaar oud - was op zijn geboortedag overleden en voorzitter Herman Warntjes bracht tijdens een korte herdenking de aanwezige schaakvrienden in herinnering dat Bade tien-tallen jaren lid was geweest en gedurende een korte tijd daarvan zelfs voorzitter. Hij was een geliefde en sportieve schaakvriend, die tot in de laatste week van zijn leven nog op de vereniging aanwezig was. Na een minuut stilte ging het schaakleven voor ieder verder met de volgende partijen.
Gerrit van Aalderen speelde tegen Jan Lichtendahl zijn vertrouwde Engelse opening, maar moest toestaan dat de laatste beter uit die opening tevoorschijn kwam en een pion veroverde. Hierna werden de zorgen voor Wit alsmaar groter, maar door een stugge verdediging keerden de kansen. Hoe Lichtendahl zijn best ook deed, hij kon niet door de witte verdediging heen breken en toen hij ook nog een toren weggaf, legde hij ontevreden zijn koning om.
Albert Kortendijk kwam in zijn partij tegen Erik van den Eijkel met wat meer ruimte uit de opening. In het middenspel zag Van den Eijkel een combinatie, die hem een gezonde pion zou opleveren, over het hoofd. Enkele zetten later volgde een grote afruil van stukken met daarin allerlei listige combinaties, die echter door beide spelers werden opgemerkt. Tenslotte werd in een sterk uitgedund veld tot remise besloten.
Wilco Bruijnes opende tegen Henk Strating met een bepaald gambiet: een pion offeren in de hoop voorsprong in ontwikkeling te krijgen. Omdat de zwartspeler niet voor de meest actieve verdediging koos, posteerden de witte paarden en lopers zich op uitstekende velden. Strating dacht, met al zijn routine, via dameruil de kou enigszins uit de lucht te halen, maar ging daarentegen toen juist ten gronde aan een knap opgezette koningsaanval van de aanstormende jeugdspeler.
Herman Warntjes zette alles op alles om met wit van Henri Mol te winnen. Positioneel lukte hem dat niet, hoewel hij wel een pion voorsprong had. Hij ging op zoek naar complicaties, eigenlijk in de hoop zodoende Mol tot een foutje te verleiden. En jawel, helaas voor de jeugdspeler zag deze inderdaad een mat in twee over het hoofd.
Helmerick Veenstra won zijn partij tegen Jasper Mulder, die zijn koning in het centrum hield en door enkele minder goede zetten in een slechte positie kwam te verkeren en vervolgens door dameverlies moest opgeven.
Martien Gremmen was weer eens heel actief bij het opspelen van zijn  pionnen. Doordat deze verder waren opgerukt dan die van zijn tegenstander Jan Nederpel kon hij voordeel behalen. Tenslotte verloor Nederpel doordat hij door zijn bedenktijd ging. Verdere uitslag:  Bert Mulder  -  Gert Cozijnsen   0  -  1

Verslag van de 3de van de 2de periodeJan Nederpel, al sinds mensenheugenis een gewaardeerd lid van Schaakvereniging Nunspeet , was de laatste jaren door omstandigheden alleen beschikbaar voor de OSBO-wedstrijden, waarbij hij als topscorer onlangs nog een beker in ontvangst mocht nemen. Afgelopen maandagavond echter was hij voor het eerst weer aanwezig in het dorpshuis om deel te nemen aan de interne competitie. Hij moest het opnemen tegen good old Henk Strating. Deze kreeg het met zwart hard te verduren, vooral toen hij inging op een ruil van toren tegen paard en loper. Normaal is zo’n ruil voordelig, maar nu gingen er en passant nog enkele pionnen verloren en kon Nederpel met zijn beide torens langs de d-lijn een gevaarlijke koningsaanval inzetten. Helaas ging hierbij een toren verloren en kon Strating met een paardzet de andere veroveren, waarna Nederpel gedesillusioneerd de partij opgaf.

Nieuwkomer Tjeerd Bikker deed het goed tegen oudgediende Gerard van Dorth. Laatstgenoemde met wit begon agressief met een middengambiet, maar Zwart ving de problemen aardig op. Een paar zetten later echter liet Bikker enkele steken vallen waardoor zijn stelling slechter werd. Om de zwarte stelling verder te verzwakken bracht Wit eerst een pionoffer en kwam vervolgens met enig bravoure met zijn toren op de proppen om de zwarte dame op te jagen. Het plan was leuk maar incorrect. Zwart deed echter precies wat Wit verwacht had en verloor een stuk, waarna de strijd snel was afgelopen.

Na een rustige opening van Martien Gremmen wist Johan Van de Brink een klein gaatje te slaan in de witte koningsstelling. Daarna werd deze koning naar voren gedwongen tot hij uiteindelijk helemaal aan de overkant van het bord mat liep.
Wilco Bruijnes speelde met zwart tegen Erik van den Eijkel en kwam daarbij goed uit de opening. Hij verloor het positionele voordeel echter weer door een onnauwkeurige loperzet en dat brak hem in het verloop van de partij op. Na een combinatie waarbij een toren het loodje moest leggen, hield Bruijnes het voor gezien.

Na een redelijk gelijkopgaande strijd verloor Gerrit van Aalderen tegen Helmerick Veenstra door een foutieve manoeuvre een toren, zodat hij na een paar zetten moest opgeven.


Verslag van de 2de ronde in de2de periodeWilco Bruijnes won zijn partij tegen Herman Bade. Na een foutje van de laatste kwam Bruijnes beter te staan, maar zijn tegenstander kwam uit de verdrukking en sloeg met een dameruil de witte aanval af. Bade liet zich echter een paard afsnoepen nadat hij het had laten insluiten, maar kreeg er daarna een terug in ruil voor 2 pionnen, waaronder een vrijpion. Het was de vrijpion, die later de zwartspeler onder druk zette, waardoor hij kwaliteit verloor en uiteindelijk de partij.
Hoewel Helmerick Veenstra een stuk beter uit de opening kwam in zijn partij tegen Erik van den Eijkel en tot tweemaal toe een remise-aanbod afsloeg, had hij geen antwoord op de aanvallen van een steeds sterker opererende zwartspeler. Na het verlies van diverse stukken moest hij tenslotte wel opgeven.
Henk Strating en Gerrit van Aalderen zetten hun partij van begin af op scherp, waarbij de witspeler enig ruimtevoordeel kon incasseren, maar waar Zwart voldoende tegenwicht kon ontwikkelen. Een paardoffer van Strating zette Van Aalderen echter op het verkeerde been. In plaats van de dame in te ruilen tegen 3 lichte stukken en zo minimaal gelijk spel te bemachtigen, speelde Zwart zijn dame terug, maar deze viel via aftrekschaak alsnog ten prooi aan de witte toren en dat kostte de witspeler maar 2 lichte stukken. Reden voor Van Aalderen om op te geven.

Verslag van de "inhaalronde" van de 1ste periodeJasper Mulder was in deze ronde bepaald niet in vorm, toen hij Erik van den Eijkel op de 64 velden ontmoette.
De afruil van een stuk leverde hem weliswaar 2 vrijpionnen op, maar enkele zetten later gaf hij er een cadeau, waarop hij het wel geloofde en de partij gewonnen gaf.
Henco Ouwendijk trok tegen Bert Mulder bij de start al fel ten aanval, maar de laatste verdedigde zich met hand en tand. Toen Wit al snel een tweetal pionnen in de wacht sleepte en in het verloop van de strijd ook nog een toren, gaf Mulder de pijp aan Maarten.
Door iets te aanvallende bewegingen kwam Jan Lichtendahl in een leuke, spannende partij tegen Gerrit van Aalderen een pion achter te staan. Zijn loper werd buiten spel gezet en hij moest toestaan dat zijn tegenstander een aanval kon opbouwen, waarbij hij al in een vroeg stadium zijn koning kon omleggen.
Martien Gremmen verrichtte een knap huzarenstukje door van een doorgaans sterk spelende Henk Mondria te winnen. Hij kwam goed uit de Grünfeld -  Indische opening, maar Zwart slaagde er met kunst- en vliegwerk na veel tijdgebruik in een tegenaanval te krijgen, die echter doodliep. Daarna had Mondria geen mogelijkheden meer om de partij te houden en werd hij op fraaie wijze van het bord geveegd.
Henri Mol was goed op dreef tegen Wilco Bruijnes. Hoewel de laatste met een pion winst uit de opening kwam, kon Mol door een foutje van Bruijnes achter elkaar 2 pionnen rijker worden, waarmee hij later na enkele afruilen van stukken het eindspel wist te winnen.

Helmerick Veenstra en Gerard van Dorth  - beiden hooggeplaatst op de interne ranglijst -  begonnen hun partij met de Siciliaanse opening, maar deze werd al snel omgegooid tot de Franse doorschuifvariant, waarbij Zwart druk uitoefende op een van de centrumpionnen. Veenstra verloor door een verkeerde verdediging al snel  beide pionnen in het centrum. Normaal gesproken zou Wit dan voor dit verlies worden gecompenseerd door een zeer actief spel met zijn stukken en zou Zwart zich wel driemaal bedenken alvorens de e-4 pion van het bord te halen, maar in dit geval kreeg hij twee actieve paarden op het bord, die elkaar dekten en de zaak stevig in hun grip hielden. Van Dorth ruilde vervolgens een potentieel actief stuk af en beheerste vanaf dat moment het bord. Hij activeerde een lopers op een van de diagonalen en dreigde met een vervelende penning, waardoor nieuw materiaalverlies voor Veenstra niet meer was te voorkomen. Onder grote druk gezet gaf deze tenslotte op.
Arend Gerrets en Henk Strating speelden een interessante partij, waarbij de witspeler op de 15de zet met een pion-opstoot naar de 6de rij zijn tegenstander wel enige hoofdbrekens bezorgde. Helaas werd in het vervolg verkeerd afgeruild en kon Zwart  - met een pion voorsprong -  het initiatief overnemen. Toch duurde het nog tot na de 40ste zet voor het witte verzet definitief gebroken werd en Strating de partij met een elegante matzet kon beёindigen.
Herman Warntjes gaat beter schaken na een grote dip in het vorig seizoen. Johan  van de Brink was zijn slachtoffer. Als je laag staat, heb je kans dat de tegenstander je onderschat en dat deed Van de Brink waarschijnlijk ook. De stukken van Warntjes kregen steeds meer bewegingsruimte en uiteindelijk won hij de kwaliteit met zijn beide torens op de open lijn. Na deze overwinning ging hij sinds lange tijd weer blij naar huis.



Verslag van de 7de ronde in de 1ste periodeErik van den Eijkel moest het opnemen tegen Henk Mondria, die door zijn wat later verschijnen eigenlijk niet meer had gerekend op een indeling. Desalniettemin kwam hij zonder problemen door de eerste zetten van de opening.  Vervolgens speelde hij zijn f-pion op om de aanval wat meer kracht bij te zetten, maar dat had niet het verwachte effect. In zijn enthousiasme rokeerde hij daarna om zijn koning in veiligheid te brengen en tegelijkertijd zijn toren op de f-lijn te plaatsen, maar  helaas zag hij daarbij een paardvork met schaak en dame over het hoofd. Hiermee was voor hem de strijd gestreden.
Wilco Bruijnes speelde tegen Helmerick Veenstra een Weens gambiet, maar kwam al direct minder goed te staan. In het middenspel drong een zwart paard de witte stelling binnen en legde daardoor de damevleugel lam.
Bruijnes ging toen over tot een aanval, die echter door Veenstra werd beantwoord met een tegenaanval, die in mat eindigde.
Bert Mulder bood al tijdens het middenspel bij een gelijkwaardige stelling zijn tegenstander Gert Cozijnsen remise aan. Deze moest daarover enige tijd nadenken, maar ging er aarzelend mee akkoord.
Henco Ouwendijk en Herman Warntjes maakten er een korte partij van. De eerste verloor al snel een loper en na afruil ook nog een toren, waarna hij opgaf.
Henk Strating speelde tegen Jasper Mulder een schitterende aanvalspartij, die echter op fraaie wijze door zijn tegenstander werd opgevangen. Toen Strating de directe winstzet miste, kon Mulder met een briljante verdediging de partij uiteindelijk winnen.

Verslag van de 6de ronde in de 1ste periodeJasper Mulder was in deze ronde bepaald niet in vorm, toen hij Erik van den Eijkel op de 64 velden ontmoette.
De afruil van een stuk leverde hem weliswaar 2 vrijpionnen op, maar enkele zetten later gaf hij er een cadeau, waarop hij het wel geloofde en de partij gewonnen gaf.
Henco Ouwendijk trok tegen Bert Mulder bij de start al fel ten aanval, maar de laatste verdedigde zich met hand en tand. Toen Wit al snel een tweetal pionnen in de wacht sleepte en in het verloop van de strijd ook nog een toren, gaf Mulder de pijp aan Maarten.
Door iets te aanvallende bewegingen kwam Jan Lichtendahl in een leuke, spannende partij tegen Gerrit van Aalderen een pion achter te staan. Zijn loper werd buiten spel gezet en hij moest toestaan dat zijn tegenstander een aanval kon opbouwen, waarbij hij al in een vroeg stadium zijn koning kon omleggen.
Martien Gremmen verrichtte een knap huzarenstukje door van een doorgaans sterk spelende Henk Mondria te winnen. Hij kwam goed uit de Grünfeld -  Indische opening, maar Zwart slaagde er met kunst- en vliegwerk na veel tijdgebruik in een tegenaanval te krijgen, die echter doodliep. Daarna had Mondria geen mogelijkheden meer om de partij te houden en werd hij op fraaie wijze van het bord geveegd.
Henri Mol was goed op dreef tegen Wilco Bruijnes. Hoewel de laatste met een pion winst uit de opening kwam, kon Mol door een foutje van Bruijnes achter elkaar 2 pionnen rijker worden, waarmee hij later na enkele afruilen van stukken het eindspel wist te winnen.

Helmerick Veenstra en Gerard van Dorth  - beiden hooggeplaatst op de interne ranglijst -  begonnen hun partij met de Siciliaanse opening, maar deze werd al snel omgegooid tot de Franse doorschuifvariant, waarbij Zwart druk uitoefende op een van de centrumpionnen. Veenstra verloor door een verkeerde verdediging al snel  beide pionnen in het centrum. Normaal gesproken zou Wit dan voor dit verlies worden gecompenseerd door een zeer actief spel met zijn stukken en zou Zwart zich wel driemaal bedenken alvorens de e-4 pion van het bord te halen, maar in dit geval kreeg hij twee actieve paarden op het bord, die elkaar dekten en de zaak stevig in hun grip hielden. Van Dorth ruilde vervolgens een potentieel actief stuk af en beheerste vanaf dat moment het bord. Hij activeerde een lopers op een van de diagonalen en dreigde met een vervelende penning, waardoor nieuw materiaalverlies voor Veenstra niet meer was te voorkomen. Onder grote druk gezet gaf deze tenslotte op.
Arend Gerrets en Henk Strating speelden een interessante partij, waarbij de witspeler op de 15de zet met een pion-opstoot naar de 6de rij zijn tegenstander wel enige hoofdbrekens bezorgde. Helaas werd in het vervolg verkeerd afgeruild en kon Zwart  - met een pion voorsprong -  het initiatief overnemen. Toch duurde het nog tot na de 40ste zet voor het witte verzet definitief gebroken werd en Strating de partij met een elegante matzet kon beёindigen.
Herman Warntjes gaat beter schaken na een grote dip in het vorig seizoen. Johan  van de Brink was zijn slachtoffer. Als je laag staat, heb je kans dat de tegenstander je onderschat en dat deed Van de Brink waarschijnlijk ook. De stukken van Warntjes kregen steeds meer bewegingsruimte en uiteindelijk won hij de kwaliteit met zijn beide torens op de open lijn. Na deze overwinning ging hij sinds lange tijd weer blij naar huis.



Verslag van de 5de ronde in de 1ste periodeErik van den Eijkel moest het opnemen tegen Henk Mondria, die door zijn wat later verschijnen eigenlijk niet meer had gerekend op een indeling. Desalniettemin kwam hij zonder problemen door de eerste zetten van de opening.  Vervolgens speelde hij zijn f-pion op om de aanval wat meer kracht bij te zetten, maar dat had niet het verwachte effect. In zijn enthousiasme rokeerde hij daarna om zijn koning in veiligheid te brengen en tegelijkertijd zijn toren op de f-lijn te plaatsen, maar  helaas zag hij daarbij een paardvork met schaak en dame over het hoofd. Hiermee was voor hem de strijd gestreden.
Wilco Bruijnes speelde tegen Helmerick Veenstra een Weens gambiet, maar kwam al direct minder goed te staan. In het middenspel drong een zwart paard de witte stelling binnen en legde daardoor de damevleugel lam.
Bruijnes ging toen over tot een aanval, die echter door Veenstra werd beantwoord met een tegenaanval, die in mat eindigde.
Bert Mulder bood al tijdens het middenspel bij een gelijkwaardige stelling zijn tegenstander Gert Cozijnsen remise aan. Deze moest daarover enige tijd nadenken, maar ging er aarzelend mee akkoord.
Henco Ouwendijk en Herman Warntjes maakten er een korte partij van. De eerste verloor al snel een loper en na afruil ook nog een toren, waarna hij opgaf.
Henk Strating speelde tegen Jasper Mulder een schitterende aanvalspartij, die echter op fraaie wijze door zijn tegenstander werd opgevangen. Toen Strating de directe winstzet miste, kon Mulder met een briljante verdediging de partij uiteindelijk winnen.

Verslag van de 4de ronde in de 1ste periodeHelmerick Veenstra werd na de opening van zijn  partij tegen Albert Kortendijk in de verdediging gedrongen. De laatste, die met voordeel uit de opening tevoorschijn was gekomen, ruilde vervolgens zijn  dame en beide torens af, zodat slechts twee ongelijke lopers overbleven, die elkaars pionnen tegenhielden. In deze stelling werd tot remise besloten.
Wilco Bruijnes won met wit van Jasper Mulder. Mulder, die in het afgelopen seizoen de grootste vorderingen had gemaakt en nog steeds bezig is met zijn schaakstudie op hoog niveau, maakte echter in de opening verkeerde keuzes, waardoor zijn tegenstander ruimer kwam te staan. Zwart kreeg een zwakke pionnenstelling tegen een sterk wit paard dat uiteindelijk de kwaliteit ging kosten – zwart gaf op.
Henk Strating speelde tegen Henk Mondria een onvervalste Hollandse opening, compleet met een stonewall, een verdedigingsmuur van vier cenrumpionnen.Om deze muur te doorbreken stuurde de witspeler zijn twee paarden vooruit in de frontlinie, die door de zwartspeler abusievelijk verkeerd werden afgeruild en daardoor pionverlies opleverde. Aanval en verdediging bleven daarna evenwel nagenoeg in evenwicht en de partij eindigde in remise.
Clubkampioen Erik van den Eijkel moet zijn positie waarmaken tegen Martien Gremmen. Die beging een onnauwkeurigheid, waardoor zijn koning in het centrum moest blijven bivakkeren. Hij leed snel kwaliteitsverlies en toen Van den Eijkel zijn centrum onder druk zette was het pleit voor Wit snel beslist.
Door een verkeerde afruil van paarden kwam Henk Mondria tegen Henk Strating een pion voor te staan. Toch zag hij geen kans dit voordeeltje echt te benutten en moest hij zich in het eindspel tevredenstellen met een remise.
Jeugdsspeler Henco Ouwendijk moest het opnemen tegen good old Gert Cozijnsen. Hij kwam daarbij beter te staan, maar de zwartspeler ruilde eenvoudig alles af en bood na een prima torenzet remise aan, wat werd geaccepteerd.
Gerrit van Aalderen offerde zijn partij tegen Bert Mulder drie pionnen en won vervolgens gemakkelijk.




Verslag van de 3de ronde in de 1ste periodeHet partijverloop tussen Henk Strating en Herman Warntjes verliep hoofdzakelijk op de koningsvleugel, waar de witspeler zijn pionnen ver naar voren opspeelde en de vijandelijke koning , na afruil van de g- en h-pion blootstelde aan een gevaarlijke aanval. Aanvankelijk lukte het Warntjes om zijn verdediging ogenschijnlijk op peil te houden, maar uiteindelijk besliste de toevoer van verse witte aanvalsstukken de ongelijke strijd in het voordeel van Strating. In de partij tussen Mol, met wit, en Veenstra, met zwart kwm eerstgenoemde beter uit de opening, maar verloor de voorsprong, doordat hij een aanval van de tegenspeler niet zag en de kwaliteit (toren tegen licht stuk) achter kwam te staan. Toch ontwikkelde hij nog een felle koningsaanval, maar opnieuw overzag hij het gevaar, waardoor de rollen omkeerden en hij op moest geven.
Mondria speelde een afwijkende opening tegen Van Dorth, kwam slechter uit de opening en probeerde met tactische complicaties de stijd naar zijn hand te zetten. Het idee bleek niet verkeerd uit te pakken: door één zwakke zet van zwart kwam (zo bleek achteraf) de witspeler gewonnen te staan maar doorgronde dat zelf niet (de mogelijkheden waren op dat moment dan ook duizelingwekkend). Zwart kon door een zwakke tegenzet het tij keren, kreeg de overhand en besliste de partij in het eindspel waar 2 pionnen dreigde te promoveren.
Johan van den Brink kreeg met zwart, in een siciliaanse opening, al snel de mogelijkheid om de witte centrumpionnen van Albert Kortendijk af te ruilen. In een vlaag van onachtzaamheid deed hij dit echter met de verkeerde pion wat hem een stuk kostte. Van den Brink probeerde daarop nog wel tegenspel te ontwikkelen, maar wits solide spel en stelling deden hem al snel de handdoek in de ring werpen.



Verslag van de 2de ronde in de 1ste periodeVan den Brink tegen Gerrets: Wit kreeg vanuit het koningsgambiet een koningsaanval, die zwart aanvankelijk leek te zullen overleven. Vervolgens ging zwart op pionnenroof, maar dat kwam hem duur te staan, hij ging alsnog mat.
Van Dorth speelde tegen Gremmen een gesloten siciliaans en kwam al snel actief te staan. Zwart had op de koningsvleugel als op de damevleugel nagnoeg niets in te brengen. Na een afruil opende wit de f-lijn om met get zwaargeschut de niet gerokeerde koning van zwart onder vuur te leggen. Zwart offerde een pion om tegenspel te krijgen. Een tweetal zetten later davht hij een kwaliteit te kunnen winnen maar dat was de inleiding tot een groter verlies en een nog slechtere stelling - zwart gaf op.
In een vierpaardenspel was Kortendijk (zwart) erg enthousiast met het opspelen van zijn pionnen om zo een sterk centrum te bemachtigen. De veiligheid van zijn eigen koning hield hij echter geen rekening mee en al spoedig stonden de witte stukken, aangevoerd door Henco Ouwendijk, klaar voor een beslissende aanval. Ouwendijk had een stuk kunnen winnen, maar dacht in plaats daarvan door een stuk te offeren zwart mat te kunnen zetten. Dit bleek echter niet het geval waardoor zwart het eindspel met een extra loper in ging. Met hulp van dit extra stuk promoveerde zwart een van zijn pionnen waarna mat niet lang meer uitbleef.
Strating deed zo nu en dan met zwart zwakkere zetten, maar raakte door een fout een paard kwijt waardoor Veenstra met wit verder in het voordeel kwam. In een slechtere stelling raakte hij onnodig ook het tweede paard kwijt en gaf kort daarna op.
Herman Warntjes speelde tegen Henk Mondria een ongelijke partij. Good old Henk was duidelijk een maatje te groot voor hem. Hoewel na afloop van de partij Henk moest toegeven dat hij soms wel heel diep moest nadenken, bleek ook nu weer na dit vruchten afwerpt. Herman denkt dat de uitgebreide openingskennis van Henk ook een grote rol heeft gespeeld toen hij in het middenspel opgaf.

Verslag van de 1ste ronde in de 1ste periode Gert Cozijnsen tegen Herman Bade
In het begin ging het gelijk op, Bade gaf een pion weg, maar later verloor Cozijnsen de kwaliteit en toen hij ook nog een pion verloor gaf hij op in een stelling die niet veel ongunstiger voor hem was.
Henco Ouwendijk werd in het nauw gebracht door Henry Mol, maar wist dit om te zetten in een aanval maar toen hij een loper verloor gaf hij op.
Na een voorzichtige opening offerde Henk Strating tegen Wilco Bruynes een paard om na afruil van enkele stukken een aanvalsstelling over te houden. Maar door een toren te offeren en ook nog een paard in de aanbieding te doen wist Wilco op een verrassende wijze alsnog remise te bereiken door eeuwig schaak.
Erik van den Eijkel en Johan van den Brink, de toppers van de club kwamen ook remise overeen: wit stond geruime tijd beter en zelfs op het eind was de in stelling voor Erik in zijn voordeel, maar hij had veel te weinig tijd over om daar iets mee te doen.
Martin Gremmen en Helmerick Veenstra ruilden teveel stukken af in een gelijkwaardige positie om  nog iets te kunnen bereiken. Ook dat eindigde in remise.
Ook Kortendijk en Van Dorth speelden remise, zwart had na de opening voor een korte tijd de overhand, maar wit kon de gevaarlijke stukken van zwart afruilen waarn er een positioneel betere stelling voor wit overbleef. Door de creatie van een "vesting" wist zwart remise af te dwingen.



logo Over SVN | Site Map | Privacy Policy | Contact | ©2008 Schaakvereniging Nunspeet