Schaakvereniging Nunspeet

Senioren | Junioren | Extern
VDC | Van den Pol Mode | Vedder | Osinga | Rabobank | Kale Optiek | Van den Pol
This week in Chess | Position search | Chess today | Chessbase | Chessnet | Chessclub
subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link
subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link
subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link
subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link
subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link

Aanzet

AanZet

Schaakvereniging Nunspeet
De digitale versie van Aanzet

Op deze pagina zullen we schaakwetenswaardigheden publiceren. Ze zullen niet allemaal een "buitenaards karakter" hebben, maar duidelijk mag zijn dat het verder reikt dan het clubgebeuren van SVN.

De artikelen zullen deels ook niet schakers aanspreken: het zal gaan over algemene zaken betreffende schaken, die de ene keer een sociaal karakter kunnen hebben, de andere keer een psychologische wending kunnen nemen, en vervolgens redelijk mathematisch kunnen zijn.

Uiteraard hebt u, als lezer, inbreng! Stuur uw kopij naar onze webmaster en deze zal tezamen met de redactie bepalen hoe uw artikel geplaatst zal worden. Veel schaak/lees plezier!

 

Schaakvereniging Nunspeet neemt afscheid van Jan Lichtendahl

Henk Strating

7/09/2010

(volgend artikel)

Meer dan 10 jaar heeft hij zich ingespannen om de schooljeugd bij het schaken te betrekken. Jan Lichtendahl was een bevlogen leeraar en een betrokken clublid! Zelf schaakles geven aan een aantal basisscholen, het organiseren van het kampioenschap onder basisscholen in Nunspeet en ook nog eens het individuele jeugdkampioenschap voor zijn rekening nemen. Daarnaast zorgen voor PR-werkzaamheden en het clubblad Aanzet, waar hij ujtgebreid de jeugd en ouderen met zijn ''Hersenkronkels'' aan het werk zette en stimulerende verhalen schreef over de historie van zijn schaakvereniging en de verschillende facetten van het koninklijke spel. Zijn leeftijd en fysieke omstandigheden zijn mede een reden om een stapje terug te doen. Op de ledenvergadering kreeg hij uit handen van wedstrijdleider Gert Cozijnsen de Gert Cozijnsenbokaal uitgereikt, een trofee voor de schaker die zich het afgelopen jaar in het bijzonder heeft ingespannen voor de club. De club en de jeugd zullen hem missen. Jan, het ga je goed en hopelijk kom je nog eens langs!

Van de voorzitter

Herman Warntjes

16/08/2010

(volgend artikel)

Beste schaakvrienden,

Hier zijn de stukken die nodig zijn om tot een vruchtbare jaarvergadering te komen.

Een aantal zaken licht ik toe. Het bestuur stelt een geringe contributieverhoging voor. Deze is vorig jaar al aangekondigd en heeft vooral te maken met de hogere kosten aan zaalhuur. Op deze manier zullen onze financiën wederom voor het komende seizoen in orde zijn.
We willen ook filosoferen over onze toekomst. Het leden aantal is gering en de gemiddelde leeftijd stijgt. Het lukt ons maar niet nieuwe leden te werven. Onze club is niet de enige die er zo voor staat.  Zo zijn er het afgelopen jaar enkele oriënterende gesprekken gevoerd met onze bevriende club Caissa uit Elburg om op de een of andere manier samen te werken. We hebben inmiddels een aantal leden gepolst. Deze waren niet enthousiast, had vooral te maken met de vaste maandagavond en de reisafstand. Caissa schaakt op de donderdag. Een idee is om na te gaan of er wellicht leden zijn van beide verenigingen die zowel op de maandag als de donderdag aan de interne competities mee willen doen. Indien twee leden dit zouden willen worden de competities heel wat interessanter!

Er zijn er echter ook florerende verenigingen binnen de OSBO. Het kenmerk van deze clubs is dat ALLE leden actief zijn om hun vereniging tot bloei te brengen.  Een goed voorbeeld is de Arnhemse schaakvereniging ASV. De voorzitter was bereid mij alle stukken over hun campagnes toe te sturen. Wellicht kunnen wij daar ons voordeel mee doen.

We zouden de schaakavonden ook aantrekkelijker kunnen maken. We denken bijvoorbeeld aan een andere competitie naast onze traditionele. Bijvoorbeeld 1x per maand met kortere bedenktijd met een soort Zwitsers systeem.

Het gaat goed met de jeugd! Het is een verademing hoe er geschaakt wordt. Het handhaven van de orde is nauwelijks een probleem meer. Kennelijk heeft de kerk een rustgevende invloed. Ik heb het idee dat het niveau ook stijgt. Voor het eerst hebben we met een jeugdlid een toernooi gespeeld bij Caissa. Robert Kok won daar in zijn poule de tweede prijs!
Zojuist laat Jan Lichtendahl ons weten dat hij zijn lidmaatschap opzegt. Dit is een groot verlies voor onze vereniging, vooral zijn actieve inzet bij de jeugd zullen we missen. Als blijkt dat geen van onze leden hem kan/wil opvolgen, dan zullen we waarschijnlijk de jeugdafdeling stop moeten zetten.  Dus ik doe graag een beroep op jullie!

Laten we er een goed jaar van maken en kom allemaal naar onze jaarvergadering op 30 augustus 2010!

Herman Warntjes,
namens het bestuur.

Van de voorzitter

Herman Warntjes

30/03/2010

(volgend artikel)

We zijn al weer een tijd bezig in het nieuwe seizoen en de interne competitie is spannend. Het is dit keer geen vanzelfsprekendheid meer dat Erik van de Eijkel kampioen wordt. Het is een nek aan nek race voor hem met Henk Strating. De externe competitie is minder spannend, helaas. Onze degradatie naar de 3e klasse OSBO is inmiddels een feit. Het lukt maar niet om ons langer dan een jaar in de 2e klasse te handhaven. Wellicht dat we volgend jaar weer een promotie kunnen maken, historisch gezien moet dat lukken!
Inmiddels schaken we op een andere locatie dan het Dorpshuis. We zijn tevreden over “De Ontmoeting”. De jeugd gedraagt zich in deze kerk opvallend rustiger dan in het Dorpshuis. Het lijkt er zelfs op dat het niveau aan het stijgen is en we gaan ze inschrijven voor verschillende toernooien.
In ieder geval bevelen we het toernooi van onze bevriende schaakclub Caissa in Elburg aan. Ook voor de senioren. Op 5 juni wordt aldaar een groots toernooi gehouden. Iedereen kan zich via hun website of via ons opgeven. Ik hoop dat we met een groot aantal leden aldaar aanwezig zijn.
Misschien wel goed om hier te vermelden waarom wij niet in het multifunctionele centrum schaken. Het zou de logische weg zijn na het afsluiten van het Dorpshuis. Het is een stuk duurder, maar gelukkig kregen we voor het eerst jaar subsidie, het had dus gekund. Hoewel de drankjes aldaar inmiddels wel heel duur blijken te zijn. Het breekpunt was echter de sluitingstijd. We moesten om 23.00 uur het pand verlaten hebben. Misschien lukt dat met enige flexibiliteit wel voor de interne competitie, maar voor de OSBO wedstrijden zouden we dan naar een andere locatie moeten uitzien. We waren dan echter wel verplicht de huur voor die avonden te blijven betalen en dat vonden we te gortig.
De website heeft behoefte aan wat achterstallig onderhoud en dat ligt niet alleen aan de drukke werkzaamheden van onze webmaster. Ik zelf leverde ook weinig tot geen copij in. Misschien is het een suggestie dat meerdere leden toegang krijgen om de meest recente gegevens te kunnen plaatsen. Het bestuur vergadert hierover binnenkort en we zullen met betreffende praten hoe we met z’n allen de site kunnen verbeteren.
Rest mij te melden dat er maar geen nieuwe leden komen, dat is niet goed voor het voortbestaan van onze club. Iedere suggestie om nieuwe leden te krijgen is welkom. Misschien dat de naam “Ontmoeting” kan helpen……
Een prettige schaaktijd!

Herman Warntjes

 

Van de voorzitter

Herman Warntjes

17/12/2008

(volgend artikel)

Op 17 januari 2009 wordt het jaarlijks snelschaaktoernooi gehouden.
Iedereen is van harte welkom, in het bijzonder onze eigen leden en de vertrouwde ex-leden.

Doordat makelaardij Heiwegen ophield te bestaan en de nieuwe makelaardij al na tweekeer zijn sponsoring beëindigde lukte het snel een nieuwe sponsor te vinden. Het is bestuurslid Gerard van Dorth, die met zijn bedrijf VDC, in dit geval de Verenigde Doordenk Compganie, dit toernooi voor de eerste keer gaat sponsoren. Geheel in stijl van zijn voorgangers wordt de zaalhuur, de lunches, het entreegeld en de vele prijzen, door VDC gratis beschikbaar gesteld, waarvoor hulde! Enige beroering is ontstaan dat nu wel afscheid is genomen van de traditionele slagroomtaarten voor de winnaars. Het zat er al een paar jaar aan te komen, nu is het zo ver. Naast tastbare prijzen worden nu ook enkele geringe geldprijzen beschikbaar gesteld. Deze zijn bewust laag gehouden om de zogenaamde broodschakers niet te verleiden.  
Het bestuur hoopt met deze sponsoring hiermee het teruggelopen aantal deelnemers van de laatste jaren om te draaien.

Ik weet dat een gering aantal leden tegen deze verandering is. Feit is, dat de jarenlange sponsoring voorbij is en dat een nieuwe sponsor is gevonden die een aantal redelijke wensen heeft en dat mag. Het bestuur heeft daarom gekozen met VDC in zee te gaan. Laat iedereen genieten van deze nieuwe insteek en laten we van de 24 deelnemers van vorig jaar het dubbele maken!

In januari zal het bestuur vergaderen over o.a. de huisvesting voor het seizoen 2009/2010 als ons Dorpshuis ophoudt te bestaan ten behoeve van de nieuwbouw van de FMA. Het is echter de vraag of wij wel naar de FMA overgaan. We hebben de prijslijst gezien en we zijn geschrokken. De kosten bedragen per avond de gehele jaarcontributie van 1 lid (exclusief de 19% BTW!). Dus we kunnen ongeveer 18 avonden schaken…….. Is dit dan de bedoeling van de Gemeente Nunspeet, dat we nu gaan uitwijken naar een andere locatie dan de FMA? Multifunctioneel, maar dus niet voor de schaakvereniging en wie weet welke verenigingen nog meer. Ik ben benieuwd waar we het komende seizoen zullen gaan schaken, ideeën zijn van harte welkom!

Ik wens iedereen prettige feestdagen en tot in 2009!

Doe de juiste zet

Jan Lichtendahl

08/11/2008

(volgend artikel)

De juiste zet doen is niet altijd even makkelijk, niet in het dagelijks leven en ook al niet in een spelletje schaken. In beide gevallen kun je het vanaf het begin van een treffen al aardig verknallen. Ondanks de vele mogelijkheden in het schaakspel en dankzij de grote databases met partijen is de opening redelijk navolgbaar geworden. Wie openingen en de kans op succes van een opening wil bestuderen kan bij www.chessgames.com/perl/explorer terecht.. In de openingexplorer vind je een schat aan openingszetten en hun antwoorden. Bovendien staat na elke zet vermeld wat de vervolgzetten kunnen zijn en hoeveel procent de spelers daarbij kans op een overwinning of een remise hebben. Dat percentage berust dan op empirisch onderzoek. Voor € 25,00 per jaar krijg je er nog veel meer mogelijkheden en uitbreidingen bij.
Iets dergelijks hebben de meeste schaakprogramma's ook: wie bijvoorbeeld het openingboek van Fritz bekijkt zal iets dergelijks tegen komen, ook hier staan de percentage op succes en de spelfrequentie genoemd.
Maar beter is wellicht nog zelf creatief aan de slag te gaan en je tegenstander te verrassen door van de gebaande wegen af te wijken.

Het schaakbord van Shiras

Herman Warntjes
Bron: Gevers, P; Carmeliet, C.; De Langhe I; E.a - Delta 1B: leerboek, p 178

08/11/2008

(volgend artikel)

Toen koning Hindoe Shiras zich weer eens verveelde gaf hij zijn vizier Sissa Dahir opdracht een spel te bedenken waar veel variatie in zit. Na lang zoeken von de vizier een nieuw spel uit: het schaakspel.
Toen het aan de koning uitgelegd werd, werd deze razend enthousiast. Hij zei tegen de vizier: “Je mag mij vragen wat je wilt. Als het enigszins in mijn macht ligt zal ik het je geven!”. Na enig nadenken sprak Sissa: “Majesteit, geef me één graankorrel voor het eerste vakje van het schaakbord, het dubbele voor het tweede vakje, weer het dubbele voor het derde vakje, enz ... tot het vierenzestigste vakje”.

1. Maak een tabel met het aantal graankorrels in het eerste, tweede, derde, ..., tiende vakje.
2. In het vijfde vakje komen er 2 . 2 . 2 . 2 graankorrels. We korten dit af als 24. Hoeveel korrels komen er in het 20ste vakje. Reken dit getal uit met je rekenmachine.
3. In de eerste twee vakjes samen liggen er 3 = 22 – 1 graankorrels.

In de eerste drie vakjes samen liggen er 7 = 23 – 1 graankorrels.
In de eerste vier vakjes samen ligger er 15 = 24 – 1 graankorrels.
Hoeveel graankorrels liggen er in de eerste 20 vakjes samen?
Reken dit getal uit met je rekenmachine.

Het totaal aantal graankorrels is 264 – 1 = 18 446 744 073 709 551 615. Om een idee te krijgen van dit getal: er gaan ongeveer 16 000 000 graankorrels in 1 m3. Het aantal m3 graan op het schaakbord is dus ongeveer 1 152 922 000 000 m3! Is dit graan opgestapeld op 1 meter hoog, dan beslaat het dus een oppervlakte van 1 152 922 000 000 m2 of 1 152 922 km2, dit is ongeveer het dubbele van de oppervlakte van Frankrijk! 

Toen de koning zijn rentmeester wilde bevelen om Sissa de gevraagde beloning uit te keren, wierp deze zich dan ook voor de voeten van de koning en zei: “Majesteit, vergeef me; ik heb misbruik gemaakt van uw goedheid. In de hele wereld is niet zoveel graan te vinden als ik u gevraagd heb”.

Dameproblemen

Gerard van Dorth

07/11/2008

(volgend artikel)

De helft van de mensheid heeft er wel eens last van, dameproblemen. Dameproblemen met een iets minder universeel karakter komen in elke schaakpartij voor. Daarnaast bestaan er twee dameproblemen die met een schaakspel te maken hebben en waarover dit artikeltje gaat: De een is redelijk bekend de ander minder, maar niet minder fraai.

Het 8 dameprobleem is de bekende variant. De puzzel is 8 dames op het bord te plaatsen zodat ze elkaar niet kunnen slaan. Het probleem kan verder uitgediept worden met de vraag hoeveel (niet spiegelsymmetrische) oplossingen er zijn om de 8 dames te plaatsen.

Het andere probleem, de minder bekende, is het N dameprobleem, waarbij N een natuurlijk getal is (1, 2, 3, 4, etc). De vraagstelling luidt: hoeveel dames moet je minimaal op het bord plaatsen zodat alle velden op het bord bestreken worden dan wel bezet zijn (in schaaktermen: er is geen plaats voor een vijandelijke koning die niet schaak zou staan)?

Om het puzzelplezier niet direct te ontnemen, zullen we in een later stadium oplossingen tonen.

Fibonacci op het schaakbord

Gerard van Dorth

06/11/2008

(volgend artikel)

De reeks van Fibonacci duikt overal op, overal waar er natuurlijke verhoudingen voor komen komt Fibonacci kijken, dus ook op het schaakbord. Elk element in de reeks van Fibonacci is de som van de twee voorgaande elementen in de reeks getallen. De reeks begint met de getallen 0 en 1 (en dus vervolgt deze met 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, etc.). Nu zal het geen schaker verbazen dat het aantal loperzetten + het aantal toren zetten gelijk is aan het aantal dame zetten (zL + zT = zD), maar verrassender is dat het volgende ook in de reeks van Fibonacci past: zP, zL, zT, zD.

Man vermoordt buur om schaakpartij

De Telegraaf (Herman Warntjes)

20/10/2008

(volgend artikel)

Hoewel bij schaken niet meteen aan een gewelddadige sport wordt gedacht, zijn er uitzonderingen. De 39-jarige Amerikaan Michael A Steward overleefde een partijtje schaken met zijn 29-jarige buurman David Christian niet.
Tijdens het schaakspel kregen de twee ruzie, waardoor een vechtpartij ontstond. Hulpdiensten werden gealarmeerd door bewoners uit het appartementencomplex, maar konden de Amerikaan niet meer redden. Steward overleed op weg naar het ziekenhuis.
Een vrouw uit de buurt vertelde politieagenten dat de twee goede vrienden van elkaar waren, die regelmatig een partijtje schaakten. Buurman Christian wordt waarschijnlijk veroordeeld tot 50 jaar gevangenisstraf.

Maar toch: Play chess!

Brains I

Herman Warntjes

01/10/2008

(volgend artikel)
Onze hersenen wegen gemiddeld 1,4 kilo en bevatten 100 miljard hersencellen (neuronen). Andere cellen (gliacellen) komen in een veelvoud voor. Gemiddeld krijgt elk neuron informatie van 10.000 andere neuronen (via dendrieten). Hoe slimmer, hoe meer onderlinge verbindingen.

Het cellichaam van de neuron verwerkt deze informatie en geeft stroompjes af aan andere cellen (via het axon). Deze neuronen vormen op deze manier enorme netwerken, die constant in beweging zijn. Nieuwe onderlinge verbindingen kunnen ontstaan bij het leren, het waarnemen en ook bij beweging!

De verschillende neuronen zijn met elkaar verbonden met schakelingen (synapsen). Deze schakeling bestaat uit een spleetje, vergelijkbaar met een gewrichtsspleet, maar dan veel kleiner. Als het stroompje daar aankomt komen speciale stoffen (neurotransmitters) vrij die via het spleetje naar de andere cel gaan en daar weer een stroomje doen ontstaan. Dit gebeurt met een onwaarschijnlijk hoge snelheid (400 km per uur). Je hebt nog niet verzonnen om je duim te bewegen en hup, daar gaat hij al.

Bij netwerken die je veel gebruikt worden de onderlinge contacten inniger, de informatie  gaat sneller door de synapsen. Hersentraining heeft dus zin! Je kunt dit bereiken door te schaken! Door de creativiteit ontstaan nieuwe verbindingen en door openingen te bestuderen worden de netwerken steeds maar weer gestimuleerd en daardoor worden de contacten inniger en op een gegeven moment zijn ze niet meer uit je hoofd te slaan!

Play chess!

Hoe denkt een topschaker

Gerard van Dorth

27/08/2008

(volgend artikel)
Topschakers rekenen niet, ze weten het gewoon. Laatst viel mij op dat ik een stelling voorgeschoteld kreeg die ik ergens van kende: wit moest in een schijnbaar ongunstige positie toch nog kunnen winnen - zie afbeelding. Een kennis, die de stelling ergens opgedoken had, verbaasde zich over het feit dat ik de oplossing probleemloos vond - en hij was niet de enige: zelf verbaadse ik me ook! Als gemiddeld schaker moet/wil ik wekelijks zwaar nadenken over de volgende zet die uitgevoerd moet worden op de 64 velden.
Topschakers hebben daar geen last van, getuige het volgende artikel van B.D. Burns, zij blijken, uit nader onderzoek, schaakstellingen op te slaan op een hersenlocatie waar anderen uitsluitend gezichtsherkenning uit kunnen putten. Het herkennen van patronen doet wonderen!

Schaken als drie elementaire processen

Schaken is een spel dat nooit door het menselijk brein zal kunnen worden geperfectioneerd. De beste strategie waardoor je een schaakspel nooit zou kunnen verliezen kent de mens niet. Zelfs schaakcomputers bezitten nog niet het perfecte wiskundige model om onoverwinnelijk te worden. Het spel kent te veel mogelijkheden om door het geheugen van een mens allemaal bevat te worden. Waar wordt men precies beter in als men beter wordt in schaken?

Burns (2000) onderzocht welke invloed de beschikbare denktijd op schaakprestaties van vaardige schakers heeft. Hij vergeleek prestaties van professionele schakers in normale schaakpartijen met prestaties in zogenaamde 'blitz' partijen. Partijen waarbij elke schaker in totaal 5 minuten denktijd heeft voor de hele partij. Hij stelt dat schaken uit drie verschillende vaardigheden bestaat. Geheugen, herkenning van patronen en het zoeken naar een set. De eerste twee nemen tijdens een partij amper tijd in beslag. Het zoeken naar een set is in een normale partij dan ook de tijdsbepalende stap, die amper verbetert na het behalen van een bepaald niveau. Geheugen en het herkennen van patronen zijn daarentegen kwaliteiten die topschakers altijd nog kunnen verbeteren. Dit zijn dan ook de bepalende factoren bij vaardige schakers.

Burns hypothese is dan ook dat topschakers even goed presteren bij een blitzpartij als bij een normale partij, omdat in beide soorten partijen het geheugen en het herkennen van patronen de bepalende factoren zijn. Uit zijn onderzoek blijkt dat het verschil tussen uitslagen in blitz partijen en normale partijen steeds kleiner wordt naarmate de schakers beter worden. Dit bevestigt zijn hypothese dat geheugen en het herkennen van patronen de belangrijkste factoren zijn van de vaardigheid bij vaardige schakers.

Met het ontleden van het schaken naar drie aparte vaardigheden behandelt hij zijn onderzoek op reductionistische wijze. Is dit een beperkte visie? Worden op deze manier dingen over het hoofd gezien die wel tot uiting waren gekomen in een onderzoek dat meer holistisch van aanpak zou zijn geweest? In dit essay zullen de tekortkomingen besproken worden van holistisch onderzoek naar schaakvaardigheid. Ook zal besproken worden dat schaken als vaardigheid wel degelijk op te delen is in componenten zonder verlies van inzicht en dus op reductionistische wijze onderzocht zal moeten worden.

Het spel van de schaker is het gene wat bestudeert zal moeten worden. Zijn vaardigheid wordt ondergebracht in drie variabelen. Geheugen, herkenning van patronen en het zoeken naar een set. Men zou geen goede schaker kunnen zijn als een van deze drie vaardigheden een laag niveau zou hebben. In zoverre is schaakvaardigheid dus geen optelsom van deze drie componenten. Iemand die een extreem goed geheugen heeft en ontzettend goed is in het herkennen van patronen is geen goede schaker als hij niet de creativiteit heeft om zelf zetten te bedenken. Dit betekent niet dat elke component niet apart bekeken zou kunnen worden en elk zijn eigen invloed heeft op de vaardigheid van een schaker. Zonder de bereidheid deze opsplitsing te maken heeft men minder inzicht in welke processen een rol spelen bij het schaken. Schaken zou dan iets zijn waar je goed in kunt zijn door een hoge intelligentie te hebben en veel te trainen. Deze begrippen zijn te ruim om daar een conclusie aan vast te kunnen binden. Kennis van taal is immers ook een onderdeel van intelligentie, maar is niet van invloed op de schaakvaardigheid. Waar moet op getraind worden als men zijn vaardigheid wil verbeteren? Een holistisch onderzoek naar schaakvaardigheid zal dus weinig kunnen verklaren.

De enige observatie in het onderzoek van Burns is het kijken naar winst, verlies of remise. Te oppervlakkig zou je kunnen zeggen vanuit een holistisch standpunt. Je zou met de schakers moeten praten tijdens hun partijen. Erachter komen wat de beweegredenen zijn achter een bepaalde set. Door interactie met de proefpersonen kom je dichter bij de werkelijkheid dan door puur naar de scores te kijken. Allereerst heeft dit een paar praktische bezwaren. Schaakpartijen waarbij schakers 5 minuten denktijd hebben kun je moeilijk onderbreken. Na de partij zullen de schakers veel van hun beweegredenen misschien niet meer kunnen terughalen. Bovendien zal een schaker het niet altijd bij het juiste eind hebben als hij vertelt wat zijn beweegredenen waren. Hij kan een zet aan zijn eigen creativiteit toeschrijven, terwijl hij deze zet misschien onbewust herinnerde. Dit zal leiden tot bias in het onderzoek. Ook een holistische benadering van de observatie zal hier dus niet de beste zijn.

Burns onderzoeksstrategie bestaat uit één enkele methode. Hij vergelijkt de resultaten van reeds gespeelde partijen. Het beïnvloeden van de strategie tijdens het onderzoek heeft weinig zin als het object de schaker en zijn partij zijn. Een schaakpartij blijft een schaakpartij. Als je dit verandert dwaal je af van het onderwerp.

Burns scoort zijn data kwantitatief niet kwalitatief. Het kwalitatief beoordelen van het spel van een schaker is misschien niet meteen zinloos te noemen, maar een winnaar van een partij heeft in principe altijd beter gespeeld dan de verliezer, want winnen is het doel van het spel. Het zou verkeerd zijn om een partij anders te scoren dan op winst, verlies of remise. Dit zou subjectief en onlogisch zijn.

Conclusie is dat dit onderzoek het best reductionistisch onderzocht kan worden. Door de opsplitsing van schaakvaardigheid in drie aparte vaardigheden wordt het onderwerp inzichtelijker en zijn er conclusies aan te verbinden. Interactie van de onderzoekers tijdens de partijen is praktisch lastig en subjectief. Na een partij zullen de beweegredenen van de schakers voor een zet deels al vergeten zijn door de schaker. Met het beïnvloeden van de strategie tijdens het onderzoek dwaal je af van het onderwerp. Het kwalitatief scoren van de observaties is subjectief en onlogisch.
Het onderzoek van Burns is op reductionistische wijze uitgevoerd. De opzet van het onderzoek is duidelijk. De uitkomsten zijn objectief. Aan de uitkomsten kan waarde worden gehecht. Een holistische aanpak zou minder verklaren en voor meer vraagtekens zorgen bij de betrouwbaarheid.

Burns, B.D. (2000). The effects of speed on skilled chess performance. Psychological science, 15, 442-447

Ps: wit wint door achtereenvolgens een loper er een dame te offeren!

Rybka 3

Gerard van Dorth

16/08/2008

(volgend artikel)
Rybka 3 is uit. Groot nieuws, zou u denken. Nou ja..., voor schakers is dat inderdaad groot nieuws. Iedere schaker kent vast wel het programma Fritz en wie het niet kent heeft er vast wel eens van gehoord. Rybka is een alternatief, een ongekend sterk alternatief zelfs. Rybka3Rybka “ontdekt” zetten waar grootmeesters met verbazing naar kijken en waar andere programma’s niet snel op zullen komen. Hieronder één voorbeeld overgenomen van de Rybka website. Zwart is, in deze Russische/Petroff openingspositie, aan zet. Er lijkt weinig aan de hand, een beetje saaie remiseachtige stelling, toch? Op de 9de zet zou zwart kunnen overwegen ook lang te gaan rokeren (9. ..., Dd7; 10. ..., O-O-O). En inderdaad dat is wat er normaal gebeurt en wat bijvoorbeeld Fritz voorstelt. Korte rokade is gevaarlijker omdat het een witte pionnen aanval uitlokt en het veld h7 zwak is (10. Ld3). Een alternatief als 9. ..., Lf6 heeft ook weinig om het lijf. Rybka komt met een schokkend alternatief: 9. ..., Lxa2! waarna zwart de loper verliest 10. b3; 11. Kb2. Maar uiteraard is dit niet alles, zwart krijgt een fantastisch tegenspel met een gevaarlijke aanval. Hoe die er uit ziet is een goede oefening voor de lezer dan wel een reden om Rybka 3 aan te schaffen. Wellicht gaat de zwarte aanval verder met: 9. ..., Lxa2!; 10. b3, a5; 11. Kb2, a4; 12. Kxa2, axb3+; 13. Kxb3 de witte koning staat nu slecht verdedigd - alle witte stukken staan ver rechts van de witte koning en de beschermende pionnen zijn opgerold. Zwart zou met 13. ..., Dd7 al behoorlijk dreigend kunnen uitpakken. Bovenstaande lijn is maar één denkrichting voor zwart. Wellicht zijn er meer en betere. Wie het echt wil weten of meer van deze verrassingen wil ontdekken op het bord zou toch eens een kijkje moeten nemen bij Rybka.

Ivantsjoeks verjaardagsbom

Hans Ree (overgenomen uit NRC-Handelsbald)

11/06/2008

(volgend artikel)
We weten zo langzamerhand wel dat schaakcomputers erg sterk zijn, maar toch kunnen ze ons af en toe nog met krasse staaltjes verrassen. In het Ambertoernooi dat in maart in Nice werd gespeeld, bracht Vasili Ivantsjoek op zijn 39ste verjaardag in zijn rapidpartij tegen Sergei Karjakin een verbluffend dameoffer, thuis voorbereid, waarvan de consequenties voor mens en computer onberekenbaar waren. Ik liet die partij toen zien in de zaterdagrubriek van de papieren krant. Bijna alle schaakjournalisten in de wereld publiceerden die prachtpartij, ook al konden we in de verste verte geen duidelijk oordeel geven over de objectieve correctheid van Ivantsjoeks offer.

In het pas verschenen Yearbook 87 van New in Chess - wat in feite geen jaarboek is, maar een kwartaalboek over actuele openingstheorie - staat een artikel van Juan Morgado en Roberto Alvarez met de titel Ivanchuk’s Birthday Bomb - Part I. Ze analyseren de varianten na het dameoffer soms tot 20 zetten diep, maar ze houden steeds een onduidelijke stelling over.
Het was een speculatief offer, in de geest van Michail Tal in de jaren ‘60, schrijven ze. En juist omdat het een speculatief offer was, zou je denken dat een computer het nooit zou kunnen vinden. Tot voor kort was dat ook zo.
Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing toen ik las dat de computer Rybka 2.3.2 - de laatste versie van de wondermachine - Ivantsjoeks verbluffende zet 14. Dxe6+ als de hoofdvariant aangaf. Een ander programma, Junior 9, gaf de zet ook, maar slechts als derde keus, wat overigens ook al een bijzondere prestatie is.
Je zou willen weten hoe lang het duurde voordat Rybka zijn zegen aan het dameoffer gaf en ook wat de hardware was waar Rybka op liep. De schaakexperts die met hun computer vergroeid zijn gebruiken het nieuwste en snelste materiaal met multicores en multiprocessors en hoe het allemaal heten mag. Ik ben geen kenner.
Op een huis-tuin-en-keukencomputer zal het waarschijnlijk niet lukken om Rybka’s resultaat te reproduceren, maar daar gaat het niet om. Als computers zetten als ‘Ivantsjoeks verjaardagsbom’ 14. Dxe6+ vinden, dan valt er voor mensen niet meer tegen te spelen.

Vasili Ivantsjoek ‑ Sergei Karjakin, Amber Rapid Nice 2008

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 6.Lc4 e6 7.Lb3 b5 8.Lg5 Le7 9.Df3 Dc7 10.e5 Lb7 11.exd6 Lxd6 12.De3 Lc5 13.0‑0‑0 Pc6 14.Dxe6+ Dit verbluffende dameoffer, zie diagram, kan tegenwoordig dus ook door een computer worden gevonden.Stand na Dxe6+

14…fxe6 15.Pxe6 Wit heeft voorlopig twee pionnen voor de dame, maar er komt natuurlijk meer. In het artikel in Yearbook 87 wordt bladzijden lang een waar oerwoud van varianten gegeven, waarvan de conclusie bijna altijd is dat er een scherp en moeilijk te beoordelen eindspel op het bord komt.

15…De5 16.Pxg7+ Kf8 17.Pe6+ Kf7 18.The1 Dxe1 Karjakin verdwaalt in het woud. Achteraf zei Ivantsjoek dat de stelling na 18…Lxf2 zeer onduidelijk zou zijn. Nu echter komt wit in het voordeel.

19.Pxc5+ Kg6 20.Txe1 Kxg5 21.Pxb7 Pd4 22.Pd6 Thf8 23.f3 b4 24.Pce4+ Pxe4 25.Txe4 Pxb3+ 26.axb3 a5 27.Tg4+ Kf6 28.Pe4+ Ke5 29.Th4 a4 30.bxa4 Txa4 31.Pc5 Ta1+ 32.Kd2 Tg8 33.g3 Tf1 34.Ke2 Tb1 35.Txb4 Kd5 36.Pe4 Kc6 37.h4 Th1 38.Tc4+ Kb6 39.b4 Td8 40.Tc5 Ta8 41.c3 Ta2+ 42.Ke3 Te1+ 43.Kf4 Tf1 44.Th5 Ta8 45.Th6+ Kb5 46.Pd6+ Ka4 47.Txh7 Kb3 48.Tc7 Td8 49.Pf5 Zwart gaf op.

Commentaar SVN: het blijkt dat Fritz10 (en hoger) de bewuste zet ook vinden en de stelling na Dxe6+ als gelijkwaardig beschouwt. De vraag is dus maar wie er het eerst op dit fraaie idee kwam, de mens of mischien toch de computer.

 

In 64 zetten het hele bord over

Gerard van Dorth

30/04/2008

(volgend artikel)
Met een paard kan in 64 zetten alle 64 velden van het schaakbord bereikt worden. Om dit als mens eens uit te proberen kon wel eens een lastig klusje worden. Duidelijk is dat als logische controle de bereikbaarheid van velden in de gaten gehouden moet worden en dat hoeken en randen "gevoelig: zijn en snel opgevuld dienen te worden. Voor computers is een dergelijke klus een makkie: Met behulp van recursie (recursie is het optreden van een constructie als onderdeel van zichzelf; een taal voorbeeld: HGP=HGP Geautomatiseerd Proces) loopt zo'n ding gewoon alle mogelijkheden af tot dat er een oplossing is (of tot er niets gevonden is).
Het probleem is oplosbaar en een standaard PC zal er dan ook geen 3 seconden over doen om met de eerste de beste oplossing op de proppen te komen. Hieronder staat een oplossing gepresenteerd, waarbij de eerste zetten en de laatste zet gekleurd zijn weergegeven:

1 60 39 34 31 18 9 64
38 35 32 61 10 63 30 17
59 2 37 40 33 28 19 8
36 49 42 27 62 11 16 29
43 58 3 50 41 24 7 20
48 51 46 55 26 21 12 15
57 44 53 4 23 14 25 6
52 47 56 45 54 5 22 13
               
          15    
      16     25  
               
    17     24    
18           22  
      20 23      
  19       21    
Hierboven een oplossing
Back-tracking: zet 25 is slecht, de hoek kan pas weer bereikt worden als met back-tracking zet 25 weggenomen wordt (en dan kan er alleen nog maar zet 63 geplaatst worden om met 64 in de hoek te eindigen), maar de computer komt daar pas veel later achter.

De oplossing is in de linker bovenhoek begonnen, maar het maakt uiteraard niet uit waar begonnen wordt (hoewel een hoek is altijd kritisch daar het maar twee "verbindingen" heeft en derhalve een slimme keuze is– een start midden op het bord zou ook voor computers wel eens lastiger kunnen zijn). Grappig is dat deze oplossing (er zijn er vele) eindigt in de rechter bovenhoek.

Nu vraagt u zich als lezer wellicht af hoe een computer dit probleem kraakt in een paar seconden? Het antwoord is reeds deels genoemd maar zullen we aan de hand van een stukje programma nader uitleggen:

private void SolveH64(int i, int j, int cnt)
{
    if (i < 0 || i >= 8 || j < 0 || j >= 8 || Solved)
    {
        return; / Buiten bereik of opgelost; ga terug naar de plek onder de aanroep (SolveH64).
    }

    if (Board[i, j] != 0) / Geen lege plek...
    {
        return; / ...wegwezen, ga terug naar de plek onder de aanroep (SolveH64).
    }

    Board[i, j] = cnt; / Probeer zet 'cnt' hier

    if (cnt == 64)
    {
        Solved = true; / We zijn er! Opgelost! Als we hier zijn heeft SolveH64 zich 64 keer genest aangeroepen, maar heeft vast heel veel vaker zichzelf aangeroepen in een poging het probleem te kraken.
        ShowSolution();
        return;
    }

    / De 8 paardzetten. Hier start de recursie: dezelfde routine wordt
    / aangeroepen met de parameters voor de volgende zet.
    SolveH64(i + 2, j + 1, cnt + 1);; / Recursie hier, de oplossing wordt gekraakt door zichzelf onderdeeel te maken van de oplossing
    / Als we hier terugkomen weten we dat de vorige poging ( SolveH64(i + 1, j + 2, cnt + 1)) niet juist was (of we hebben de oplossing al) .
    SolveH64(i + 2, j - 1, cnt + 1);
    SolveH64(i + 1, j + 2, cnt + 1);
    SolveH64(i + 1, j - 2, cnt + 1);

    SolveH64(i - 2, j - 1, cnt + 1);
    SolveH64(i - 2, j + 1, cnt + 1);
    SolveH64(i - 1, j + 2, cnt + 1);
    SolveH64(i - 1, j - 2, cnt + 1);

    Board[i, j] = 0; / Pech het lukte blijkbaar niet, we nemen de zet terug: (back tracking) maak het veld weer leeg

}


Het stukje programma (code), geschreven in de computertaal C++, hebben we "SolveH64" genoemd, het is een routine die aangeroepen (gestart) kan worden. In ons geval hebben we het gestart met SolveH64(0, 0, 1) waarbij de nullen de coördinaten van het schaakbord zijn (de linker bovenhoek) en de 1 de eerste zet. Het bord start bij 0 (en niet zoals in het echt op 1).
Als de (eerste) zet gelukt is probeert de computer met SolveH64 de volgende zet. Het is een poging, de coördinaten die hij aangeeft konden wel eens buiten het bord vallen of de plek kon we eens bezet zijn. Mocht het kloppen dan wordt de zet gedaan, etc. Mocht het niet kloppen dan "doet hij" de zet niet. Mochten geen van de acht paardzetten lukken dan was blijkbaar de vorige zet onjuist en nemen we die terug (Board[i, j]=0) – "back tracking" heet dat. De methode (recursie) kijkt nergens naar, zal een hoop onzin genereren, en is inderdaad onnozel, maar is door de brute rekenkracht van de computer uiterst efficiënt en elegant te programmeren.

Snelschaken is een sport apart

Gerard van Dorth

26/04/2008

(volgend artikel)
YouTube wordt algemeen gezien als het medium om je te presenteren en aandacht te verkrijgen van een grote groep mensen. Voor schaken is dat niet anders. Wie denkt dat schaken uitsluitend een saai en ondynamisch spel is moet toch eens een kijkje nemen bij YouTube (een fragment uit televisieprogramma De Gouden Kooi met in de hoofdrol Jan Werle en Jaap Amesz (een pafferige dikzak die, naar zeggen, in die kooi bekend stond als Terror Jaap)).

Zo schaakt onze jeugd

Henk Strating

22/04/2008

(volgend artikel)
Van tijd tot tijd krijg je op de schaakclub een jeugdlid als tegenstander. En dan kom je er al gauw achter om deze jeugdspelers niet te onderschatten. Terwijl wij als ouderen, met onze routine, vaak al jaren op hetzelfde niveau spelen, gaat de jeugd elk jaar met sprongen vooruit. Een drietal voorbeelden uit het afgelopen schaakseizoen.

Tegen Henri Mol kwam ik nog met de schrik vrij.

Wit ; Henry Mol   Zwart : Henk Strating

diagram 1
    1. d4  e5  2. e4  exd4  3. Dxd4  Pc6  4. Dd1  Lb4+  5. c3  La5  6. Lc4  Pf6  7. Lg5  h6 
    8. Lxf6  Dxf6  9. Pf3  0-0  10. 0-0  d6  11.Dd5  Le6  12. Dd3  Tad8  13. Lxe6  fxe6 
    14. b4  Lb6
    (Lxb5!) 15. b5  Pe5  16. Pxe5  dxe5  17. De2  Dxf2 18. Txf2  Hier grijpt wit
    mis (zie diagram), Dxf2 bood zeker remisekansen  Txf2  1-0



 

Ook Jasper Mulder zag niet de winnende voortzetting.

Wit : Jasper Mulder   Zwart : Henk Stratingdiagram 2

    De winnende voortzetting is natuurlijk 31. Lb2-a3! En zwart kan opgeven.
    Nu speelde wit echter 31. e4  Lc5+  32. Kh2  Tf4  33. De1  Txh4+  34. Kg3  Dg5+ en verloor.

 

Maar bij Henco liep het anders:

Wit : Henk Strating       Zwart : Henko Ouwendijk
diagram 3

    1. e4  e5  2. Pf3  Lc5  3. Pxe5  d6  4.Pf3  Pf6  5. d4  Lb6  6. Ld3  Pc6 7. c3 
    De7  8. 0-0  Ld7  9. Lg5  h6  10. Lh4  g5  11. Lg3  0-0-0  12. Pbd2  Tdg8    13. e5  dxe5  14. Pxe5  h5  15. Te1  Df8  16. Pxd7  Pxd7  17. Lf5  h4  18. Lxd7  Kxd7  19. Dg4+  Kd8 
    (f5 zou winnen!) 20. d5  f5  21. Lxc7  Lxc7  22. De2   Pe5  23. Tad1  Dd6  24. Pf3  Pxf3  25. Dxf3  Dxh2  26. Kf1  Dh1+  27. Ke2  Te8+  28. Kd2         
    zie diagram
    28. ….. , Txe1+
    (Lf4+ wint!)  29.Txe1  Lf4  30. Kd1  Dh2  31. De2  Ld6  32. De6  Df4? 33. Df6+  Kc7  34. Dxh8  Da4+  35. b3  Dxa2  36. Dg7+  Kb6  37. Dd4+   Kc7  38. Dc4+  Kb6  en remise door eeuwig schaak, want wit had wel al zijn tijd verbruikt.

    Een goed teken, de jeugd komt stormenderhand opzetten!

Schaken in de literatuur

Henk Strating

21/04/2008

(volgend artikel)
Het schaakspel is altijd een geliefd onderwerp geweest in de literatuur, al van de middeleeuwen af. De ridders verdeden hun vrije tijd lang niet altijd met drank en vrouwen, het edele schaakspel heeft ook velen van hen bekoord. En ook de oude Grieken kenden het spel. Volgens de Griekse mythologie is Palamedes de uitvinder van het schaakspel. Hij zou het spel uitgevonden hebben tijdens het 10-jarig beleg van de Grieken voor Troje. Vandaar dat men op het idee kwam om Troje m.b.v. het beroemde houten paard in te nemen….. En om deze uitvinding te eren noemden de oprichters van het eerste schaaktijdschrift ter wereld, in Frankrijk in 1836, hun blad ‘’Palamedes’’.

En Bilderdijk dichtte in 1821 :
                Wat verder, statig, stil, in aandacht opgetogen
                Geleidt een ernstig paard, aan ’t mijmrend spel verpacht.

Ook vandaag vormt het schaakspel een geliefd onderwerp voor menig schrijver. Maarten ’t Hart bv. kan vaak kostelijk over het schaken vertellen en ook Godfried Bomans kon hartverscheurende verhalen over het schaken schrijven. Trouwens, het schaken is ook al een mooi onderwerp voor een beroemde musical ‘’Chess’’ geweest. In die musical komt de volgende ‘’geconstrueerde’’ partij voor met een wel heel schitterende finale : een matcombinatie van 8 zetten.
Hier volgt deze ‘’partij’’.

  1. Diagramd4  Pf6  2. c4  g6  3. Pc3  Lg7  4. e4  d6  5.  f3  0-0  6. Lg5  c6  7. Ld3  a6  8.Pge2  Pbd7  9. Dd2  e5  10. d5  cxd5  11. Pxd5  Pc5  12. 0-0-0  b5  13. cxb5  axb5  14. Kb1  Tb8  15. Pb4  Tb7  16. Tc1  Pe6  17. Lh6  Pd7  18. h4  Pdc5  19. Pc3  Ld7  20. Le2  Da5  21. Pbd5  b4  22. Pe7+  Kh8  23. Lxg7  Kxg7  24. Pcd5  Lb5  25. h5  Ta7
    (zie diagram)
    26. Dh6+  Kxh6 27. hxg6+  Kg5  28. Th5+  Kxh5 29.  f4+  Lxe2   30. Pf6+     Kh6  31. Th1+ Kg7
    32. Pe8+  Txe8  33. Txh7+   Kf6    34. Txf7 mat

 

In de literatuur is overbekend de ‘’Schachnovelle’’ van Stefan Zweig.
Het verhaal gaat over Mirco Czentovic, de wereldschaakmeester, die heel Amerika al van oost naar west met zijn toernooien heeft doorkruist en nu per boot op weg is naar Argentinië, om daar nieuwe triomfen te gaan vieren. Als volslagen onbekend schaker was hij uit het niet verschenen en was hij nu tot de absolute wereldtop doorgedrongen. Hij was de zoon van een straatarme Zuidslavische Donauschipper, die overleed toen Mirco nog maar 12 jaar oud was. Sindsdien werd hij opgenomen in het huis van de dorpspastoor. Het leren kostte Mirco de grootste moeite en het lezen van krant of boek de grootste inspanning en ook voor de andere zaken toonde hij weinig belangstelling. Ook als de pastoor  ’s avonds met de wachtmeester van de gendarme een partijtje schaak speelde, zat de blonde jongen daar zwijgend naast en keek slaperig en onverschillig naar het bord.
Op een avond werd de pastoor weggeroepen bij een stervend gemeentelid,juist op het moment dat de schaakpartij met de wachtmeester begonnen was. ‘’Wil jij hem uitspelen?’’’, grapte hij tegen de jongen, volkomen overtuigd dat de slaperige jongen geen enkel stuk op het bord behoorlijk zou kunnen verschuiven. De jongen knikte verlegen en ging op de plaats van de pastoor zitten. Na 14 zetten was de wachtmeester verslagen. En de tweede partij had dezelfde uitslag. En toen de pastoor later op de avond weer thuis kwam, werd ook hij langzaam maar zeker van het bord geveegd.
Na een poosje nam de pastoor hem mee naar de naburige stad. Hij wist dat in een hoekje van het café op het grote plein, altijd een paar verwoede schakers bijeen kwamen, waartegen hij zelf nooit opgewassen was. In de eerste partij werd de 15-jarige Mirco nog verslagen, omdat hij de zogenaamde Siciliaanse opening bij de pastoor nooit had gezien. Bij de tweede partij bracht hij het al tegen de beste speler tot remise en na de derde en de vierde versloeg hij ze allemaal, de een na de ander. De sensatie was compleet; dit was een wonderkind!
Mirco werd nu uitgenodigd op de plaatselijke schaakclub en versloeg ook daar de ene speler na de andere. Tenslotte deed men hem het voorstel een simultaanwedstrijd te spelen. Eerst wist de jongen niet, hoe dit in zijn werk ging, maar zodra hij de bedoeling begrepen had, liep hij op zijn krakende schoenen langzaam van de ene tafel naar de andere en won zeven van de acht partijen.
De rijke graaf Simczic zag wel wat in de jonge schaker en stuurde hem op zijn kosten naar Wenen, waar een vooraanstaand schaakmeester zich over het wonderkind zou ontfermen. Na een half jaar had Mirco alle geheimen van de schaaktechniek onder de knie. Alleen gelukte het hem in zijn leven nooit een partij  uit het hoofd, d.w.z. blind te spelen. Altijd moest hij het zwart-witte vierkant met de vier en zestig velden en de twee en dertig stukken tastbaar voor zich hebben. Maar deze merkwaardige beperking belemmerde geenszins zijn adembenemende  carrière. Op zijn 17e jaar had hij al heel wat schaakprijzen gewonnen; op zijn 18e had hij de Hongaarse meestertitel op zak en op z ‘n 20e had hij tenslotte het wereldkampioenschap verworven. De vermetelste kampioenen, in fantasie en stoutmoedigheid hem verreweg de baas, moesten het onderspit delven tegen zijn taaie en keiharde logica. En zo gebeurde het, dat in het illustere gezelschap van schaakmeesters, waarin zich de meest uiteenlopende  vertegenwoordigers van de intellectuele elite hadden verenigd, voor het eerst een volslagen buitenstaander in de wereld van de geest binnen drong. Een grove, zwijgende boerenknaap, die nooit een journalist te woord kon staan. Voor een wereldkampioen hield hij er ook  een vreemde levenswijze op na, tot ergernis van vele collega-grootmeesters. Hij reisde van de ene stad naar de andere, logeerde in de goedkoopste hotels, speelde voor de kleinste verenigingen, als men hem maar betaalde. Hij liet zich fotograferen voor zeepreclames en gaf zijn naam voor vele merken, als het maar geld opbracht. Nergens zag hij het belachelijke van in. Ja, na het behalen van de wereldtitel beschouwde hij zichzelf als de belangrijkste man ter wereld en zijn financiële gesteldheid veranderden zijn oorspronkelijke onzekerheden in een kille, botte hooghartigheid.
Deze 21-jarige Mirco Czentovic reisde dus per luxe schip van New York naar Buenos Aires in Argentinië en aan boord bevond zich ook een passagier, die gedurende deze 12-daagse reis de wereldkampioen nauwkeurig observeerde, om zo mogelijk meer van deze wonderlijke man  te weten te komen. ‘’Dat zal je niet zo makkelijk lukken’’, waarschuwden vrienden. Het is nog niemand gelukt om maar het geringste psychologische materiaal uit Czentovic te halen. Elk gesprek gaat hij uit de weg.
Inderdaad gelukte het niet om de eerste dagen ook maar een glimp van Czentovic op te vangen. Soms liep hij wel eens over het promenadedek, altijd met de handen op de rug, trots en in zichzelf gekeerd. Hij maakte dan zijn wandeling in zo ’n snel tempo, dat je hem achterna moest hollen om hem te kunnen aanspreken. Nooit vertoonde hij zich in de conversatiezaal, de bar of de rooksalon. Het grootste gedeelte van de dag  bracht hij in zijn hut door, om op een reusachtig schaakbord allerlei partijen te oefenen. De passagier moest wel een list verzinnen om Czentovic te pakken te krijgen. De allerbeste manier om de aandacht van een schaker te trekken is zelf te gaan schaken. Nu was onze passagier nooit een serieuze schaker geweest. Toch verstoutte hij zich om in het openbaar in de rooksalon een partijtje schaak te spelen met zijn vrouw. En zo waar, er waren nog geen zes zetten gedaan of de eerste schaker meldde zich al aan. Hij heette Mc.Connor, een Schots bouwkundig ingenieur,die met olieboringen in Californië een groot vermogen had verworven. Deze Mc.Connor werd gedurende de komende dagen de tegenstander. Maar zou Czentovic zich laten zien ? En ja hoor, weer drie dagen later mengt de wereldkampioen zich tussen de toeschouwers. Mc.Connor was net aan zet. Maar deze ene zet deed de grootmeester alleen maar vol afschuw van de schaaktafel verwijderen. ‘’Gewogen en te licht bevonden’’; met zulk primitief schaak wilde hij zich niet bemoeien.
‘’Uw zet schijn de meester niet erg te bevallen!’’ ‘’Welke meester?’’ Mc.Connor werd verteld, wie er even langs het tafeltje voorbij gekomen was en met een afkeurende blik naar het spel gekeken had. Deze mededeling had een volkomen onverwachte uitwerking op Mc.Connor. Hij raakte zo opgewonden, dat hij zijn partij vergat. Hij moest beslist tegen die Czentovic spelen. Nog nooit van zijn leven had hij tegen een echte schaakmeester gespeeld. Nu kreeg hij zijn kans.  Hij ging Czentovic achterna, die eerst geen enkele notie van hem wilde nemen. Maar toen hem $ 250 werd geboden, werd de wereldkampioen toeschietelijker. De partij werd vastgesteld op de volgende dag, tegen 3 uur ’s middags, in de rooksalon.
De volgende dag was de spanning te snijden. Mc.Connor reageerde zijn nervositeit af door de ene sigaar na de andere op te steken en voortdurend op zijn horloge te kijken. Om tien minuten over drie kwam Czentovic binnen. Rustig trad hij op het tafeltje toe. Hij stemde toe, dat alle aanwezigen de partij met elkaar tegen hem mochten spelen. Na iedere zet zou hij dan, om onze beraadslagingen niet te storen, zich aan een tafeltje aan de andere kant van de zaal terug trekken. Met een lepel zou tegen het glas worden getikt, ten teken dat Czentovic aan zet was.  Bij loting kreeg Czentovic zwart. Er werd bedongen maximaal 10 minuten per zet te nemen.
                                                                                                               
Het heeft weinig zin veel over deze partij te vertellen. Verveeld deed Czentovic zijn zetten en de partij eindigde in een volstrekte nederlaag voor de gezamenlijke spelers en wel reeds na 24 zetten. Het was op zichzelf niet verwonderlijk, dat een wereldkampioen wint van een paar middelmatige schakers. Maar ons ergerde de hooghartige manier waarop Czentovic ons behandelde. Iedere keer keek hij slechts vluchtig naar het bord en deed nonchalant een zet. Als hij ook maar een greintje sportiviteit had betoond door ons op onze fouten te wijzen; maar zelfs na afloop kwam er bij deze onmenselijke automaat geen woord over de lippen. Nadat hij ‘mat’ had gezegd, wachtte hij roerloos aan ons tafeltje af of we nog een tweede partij wilden spelen. Niemand had daar eigenlijk nog zin in, maar Mc. Connor eiste met een hese stem revanche.
‘’Zoals u wilt ‘’ antwoordde Czentovic, ‘’dan spelen de heren nu met zwart ‘’. Deze partij verliep niet veel beter voor ons. Alleen Mc.Connor tuurde zo strak op het bord, alsof hij de stukken wilde hypnotiseren om te winnen. Men voelde dat hij er graag duizend dollar voor over zou hebben om tegen deze kille tegenstander één keer de vreugdekreet  ‘mat’’ te kunnen roepen. Over elke zet werd hartstochtelijk beraadslaagd. Langzamerhand waren we bij de 17e zet beland en tot onze eigen verbazing was er een stelling ontstaan die in ons voordeel leek, omdat het ons gelukt was de pion van de c-lijn op het voorlaatste veld c2 te brengen. We hoefden hem alleen nog maar naar c1 op te schuiven om een nieuwe koningin te bemachtigen. Of zou Czentovic opzettelijk deze stelling gecreëerd hebben en was er een of andere verborgen val opgezet? Toch probeerden we de zet te wagen.  Mc.Connor raakte de pion reeds aan om hem op het laatste veld te schuiven, toen hij plotseling voelde dat iemand hem heftig bij de arm greep en opgewonden fluisterde:’’Niet doen!’’ Onwillekeurig keek iedereen om. Een heer van ongeveer 45 jaar, scherp gezicht, maar met een krijtwitte gelaatskleur, was blijkbaar op het laatste moment achter ons komen staan. Haastig voegde hij er aan toe :’’Wanneer u nu een koningin haalt, slaat hij die onmiddellijk met zijn raadsheer. Dan neemt u die wel met het paard terug, maar intussen gaat zijn  vrijpion naar d7, bedreigt uw toren en zelfs, als u met het paard schaak geeft, verliest u nog meer materiaal en bent u na een paar zetten weg. Dit is nagenoeg dezelfde situatie als die waarop Aljechin het in 1922 op het meestertoernooi in Pystian tegen Bogoljubow heeft aangestuurd’’. Mc.Connor liet de pion verlamd los. Iemand, die negen zetten tevoren een mat kon berekenen moest wel een eerste klas vakman zijn, misschien wel een mededinger naar de meestertitel en op weg naar hetzelfde toernooi als Czentovic. Mc.Connor fluisterde opgewonden : ’’Wat zou u ons raden?’’ ‘’Niet dadelijk oprukken! Liever eerst uitwijken! Voor alles ogenblikkelijk de koning terug trekken van g8 naar h7, weg uit de bedreigde linie. Dan zal hij waarschijnlijk de andere flank aanvallen. Dat kunt u pareren met Tc8-c4; dat kost hem twee tempi, een pion en bovendien zijn voorsprong. Dan komt de ene vrijpion tegenover de andere te staan en de partij is remise. Meer is er niet uit te halen.’’
De onvermoede kans om  dank zij zijn ingrijpen onze partij tegen de wereldkampioen op remise te houden, werkte fascinerend. De koning ging van g8 naar h7. Czentovic kwam met zijn bekende kalme stap op onze tafel af en bekeek met een enkele oogopslag de tegenzet. Hij schoof de pion op de koningsvleugel van h2 naar h4, precies zoals onze onbekende redder het had voorspeld. En deze fluisterde reeds opgewonden:’’Toren oprukken van c8 naar c4, dan is hij genoodzaakt zijn pion te dekken. Maar dat helpt hem niets. U gaat dan met uw paard van c3 naar d5 zonder u van zijn vrijpion iets aan te trekken; dan is het evenwicht hersteld. Nu dus met volle kracht oprukken i.p.v. verdedigen’’.
Voor de eerste keer nam Czentovic geen snel besluit, maar keek gespannen op het bord. Toen deed hij inderdaad de zet die de onbekende had voorspeld. Voordat hij zich echter terug trok, keek Czentoviv op, als wilde hij blijkbaar weten wie hem opeens zo energiek tegenstand bood. Vanaf dit moment raakten we in alle staten. Tot nu toe hadden we gespeeld zonder serieus op iets te hopen. Nu stuwde de gedachte, de kille hoogmoed van deze Czentovic te kunnen breken, als een plotselinge felle koorts door onze aderen. Onze nieuwe bondgenoot had reeds de volgende zet aangewezen. En we behaalden onze eerste triomf. Czentovic, die tot nu toe alleen maar staande had gespeeld, aarzelde even en ging er toen bij zitten. We hadden hem gedwongen om op de begane grond tot ons af te dalen. Hij dacht lang na, de ogen strak op het bord gericht. Na enkele minuten deed hij zijn zet. Onze vriend fluisterde reeds:’’Een lokzet, schitterend bedacht. Niet erin vliegen; afruil forceren, dan krijgen we remise’’. Mc.Connor gehoorzaamde. Er volgden enkele zetten van heen en weer geschuif, maar na zeven zetten keek Czentovic op en kondigde aan:’’Remise’’.
Een ogenblik bleef het doodstil. We stonden ademloos.  Het was allemaal te plotseling gegaan. Maar Czentovic vroeg, terwijl hij rustig de stukken van het bord schoof:’’Wensen de heren nog een derde partij te spelen?’’ Hij stelde de vraag zuiver zakelijk, commercieel. Maar zijn ogen keken nu niet Mc.Connor aan, maar bleven op onze redder gericht. Zoals een paard aan een steviger zit een andere betere ruiter herkent, zo had Czentovic bij de laatste zetten zijn eigenlijke tegenstander ontdekt. Maar Mc.Connor wendde zich al tot de wereld-kampioen:’’Natuurlijk nog een partij, maar nu alleen tegen hem. U tegen Czentovic’’.
Maar de onbekende schrok op toen hij alle blikken op zich gevestigd voelde. Hij was zichtbaar onthutst.’’Oh nee, heren, in geen geval’’, stamelde hij. ‘’Dat is uitgesloten. Daar kom ik niet voor in aanmerking…… Ik heb in geen twintig, nee, in geen vijf en twintig jaar achter een schaakbord gezeten….. en ik zie nu pas hoe onbehoorlijk ik me gedragen heb door mij ongevraagd in uw spel te mengen. Vergeeft u mijn opdringerigheid. Ik wil u verder niet meer storen’’. En nog voor we van verbazing waren bekomen had hij zich al terug getrokken en de zaal verlaten.

Maar dat is toch onmogelijk, bulderde Mc.Connor en sloeg met zijn vuist op tafel. Het is toch uitgesloten dat deze man in geen 25 jaar heeft geschaakt! Iedere zet, iedere tegenzet heeft hij minstens vijf of zes zetten tevoren berekend. Dat kan niemand zomaar voor de vuist weg. Dat is toch uitgesloten? En onwillekeurig wendde hij zich tot Czentovic, die onverstoorbaar kalm bleef. ‘’Daar kan ik geen mening over geven. In ieder geval heeft deze meneer wat zonderling, maar heel interessant gespeeld; daarom heb ik hem opzettelijk een kans willen geven’’, En wat onverschillig overeind komend, zei hij:’’Mocht deze heer, of u, mijne heren, morgen nog een partij met mij wensen te spelen, dan ben ik vanaf 3 uur tot uw beschikking’’.
We konden een lichte glimlach niet onderdrukken. Ieder van ons wist, dat Czentovic onze onbekende redder niet uit grootmoedigheid een kans gegeven had en dat deze opmerking niets anders was dan een kinderachtige uitvlucht om zijn eigen falen te maskeren. Bij ons groeide het verlangen om deze verstokte hoogmoed ten val te brengen, nog op deze reis. Het idee, dat dit bericht heel de wereld doorgeseind zou worden, fascineerde ons.
Maar wie was deze onbekende, met zijn haast angstvallige bescheidenheid? Was hier bij toeval een nog onontdekt schaakgenie tevoorschijn geroepen? Of was het een beroemd meester, die om een of andere reden zijn naam voor ons verborgen hield?
Het bleek dr. B te zijn, een Oostenrijker. Hem werd verzocht om de volgende dag opnieuw tegen Czentovic te spelen. Na lang aarzelen verklaarde dr. B zich bereid tot de wedstrijd, echter met het uitdrukkelijk verzoek vooral geen overdreven verwachtingen van hem te koesteren. Sinds de schoolbanken, meer dan 20 jaar lang, had hij geen schaakstuk meer aangeraakt, en ook vroeger was hij een speler zonder enige aanleg. En de reden van zijn afwezigheid in de schaakarena vormde het drukke bestaan in zijn advocatenpraktijk, terwijl ook de oorlogsjaren hem hinderden om intensief met schaak bezig te zijn, mede door een langdurige gevangenschap. Dat had hem ook in korte tijd jaren ouder gemaakt. Na de oorlog merkte hij aan allerlei kleine symptomen, dat zijn hersenen niet meer zo logisch werkten en dat zijn krachten hem van tijd tot tijd in de steek lieten. Gedurende zijn gevangenschap werd elk boek van hem afgenomen, behalve een schaakcursus; een verzameling van 150 meesterpartijen. In eerste instantie wilde hij ook dit boek weg doen. Hij had geen bord, geen stukken, geen tegenstander. En ook de taal van het boek begreep hij nauwelijks. A2-a3, Pg1-f3, het leken wel een soort wiskundetekens. Langzaam kwam hij er achter, dat a, b en c de verticale lijnen van het schaakbord vormden en de cijfers 1 t/m 8 de horizontale rijen. Nu was een schaakbord gauw gemaakt. De sprei was toevallig geblokt. Van opgespaarde broodkruimels werden stukken gemaakt. Toch moest in het begin elke partij vaak meer dan 10x worden overgespeeld. Soms was het moeilijk een ‘wit ‘stuk van een ‘zwart‘stuk te onderscheiden. Maar na een week al lukte het hem een partij foutloos na te spelen. Toen bleek na enige tijd, dat hij de stukken wel kon missen om een schaakpartij te volgen en na enige tijd de geblokte sprei ook. Zijn geest veranderde de abstracte tekens uit het boek automatisch in zichtbare, voorstelbare stellingen. Evenals een bekwaam musicus een partituur maar even hoeft in te zien om de klanken te kunnen horen, zo ‘zag’ dr. B na enige tijd via het boek de partijen in zijn voorstellingsvermogen. Na enige maanden kon hij moeiteloos alle 150 partijen ‘blind’ naspelen. Van toen af had zijn bestaan in gevangenschap weer zin. ’s Morgens 2 partijen, ’s middags 2 partijen en ’s avonds een snelle herhaling. Bovendien kreeg hij al (blind) spelend, een kunstzinnig en geestdriftig begrip voor het spel. Hij leerde de bijzonderheden, de fijne kneepjes in aanval en verdediging doorzien. Hij kreeg inzicht in het vooruitzien, het combineren en leerde al heel gauw de individuele karakteristiek van iedere schaakmeester uit zijn manier van spelen feilloos onderscheiden. Wat als tijddodende bezigheid was begonnen, werd een genot en de gestaltes van Aljechin, Bogoljubow, Lasker en Tartakower traden als dierbare vrienden zijn eenzaamheid binnen.
Helaas was het ene boek al gauw uitgestudeerd en begon de verveling terug te keren. Er was maar één uitweg om uit deze doolhof te geraken en dat was zelf nieuwe partijen te bedenken. Maar wie speelt nu met zichzelf tegen zichzelf? De attractie van het schaken berust juist op de strategie die in twee verschillende breinen op verschillende wijze wordt ontwikkeld. In deze geestelijke strijd doorziet zwart de manoeuvres van wit niet en probeert omgekeerd wit de geheime bedoelingen van zwart te doorgronden. Als zwart en wit door dezelfde persoon worden bediend, doet zich de onzinnige situatie voor dat hetzelfde brein tegelijk moet weten en niet mag weten wat wit of zwart van plan is.  Daarvoor zijn als het ware twee stel afzonderlijke hersenen nodig of leidt uiteindelijk naar geestelijk verval van krachten, zo niet tot algehele krankzinnigheid. Je eigen schaakpartner willen zijn is even paradoxaal als te trachten over je eigen schaduw te springen.
Na dit verhaal werd het ons duidelijk, wat de reden was dat dr. B de laatste jaren geen schaakstuk had aangeraakt, maar nochtans de wereldkampioen Czentovic goede tegenstand kon bieden. Na de oorlog werd een acute zenuwoverspanning zijn deel.
Nu was hij voor zijn rust op reis naar Buenos Aires. Niets vermoedend was hij de rooksalon binnengekomen en was tot zijn verbijstering getuige van een schaakwedstrijd. Met echte spelers, echte stukken en een bord. Als gehypnotiseerd had hij staan kijken en de figuren herkend uit de diagrammen van het boek : paard, toren, koning, pion. Hij werd nieuwsgierig en wilde de partij op afstand volgen. Maar hij kon zich niet beheersen en bemoeide zich met de partij. Elke verkeerde zet van Mc.Connor trof hem als een steek in zijn hart. Impulsief greep hij halverwege de partij in en wist de partij toch nog remise te maken. Hij vond het onhebbelijk, dat hij zich zo bemoeizuchtig had gedragen. Maar ieder was juist blij met deze bemoeizucht en na alles wat dr. B vertelde over zijn verleden, werd de partij tegen Czentovic, de volgende dag, dubbel interessant.
Toch moesten ze er niet te veel van verwachten. Het was voor dr. B alleen maar een test, een experiment. Was hij inderdaad nog in staat een normale partij schaak te spelen met tastbare stukken en een levende tegenstander?
Afgesproken werd slechts één partij te spelen. Dat zou dan voor dr. B de eindstreep, het definitieve afscheid van het schaken worden. Hij wilde niet voor een tweede keer in zo’n hartstochtelijke speelkoorts vervallen, waaraan hij nog steeds met afgrijzen terugdacht…… en bovendien, zijn arts had het hem verboden ook, Wie eenmaal zo’n manie heeft gehad, moet dubbel voorzichtig zijn en met zo’n – zij het genezen – schaakvergiftiging kun je beter uit de buurt van het schaakbord blijven.
                                                                                                                               
Precies op de afgesproken tijd, 3 uur, was men de volgende dag in de rooksalon bijeen. Helaas is de partij niet bewaard gebleven. En geen van de toeschouwers kon zich nog alle zetten herinneren.
De opening van de partij verliep vrij vlot. Pas na zeven, acht zetten begon er tekening in de partij te komen. Czentovic dacht over elke zet langer na en dat begon dr. B zichtbaar te irriteren. Elke keer, als na lang nadenken de grove hand van Czentovic een stuk verplaatste, reageerde dr. B onmiddellijk met zijn zet, Hij moest wel met zijn snel werkend verstand alle mogelijkheden van zijn tegenstander tevoren berekend hebben. Na 2½ uur spelen waren er 40 zetten gedaan. Veel toeschouwers waren uit verveling reeds verdwenen. Maar bij de 42e zet gebeurde er iets onverwachts. Op het moment dat dr. B zag, dat Czentovic het paard greep om dit naar voren te schuiven, dook hij in elkaar als een kat die zich gereed maakt voor de sprong. Hij beefde over zijn gehele lichaam en nauwelijks had Czentovic de sprong met het paard gemaakt of pijlsnel schoof hij de koningin vooruit en riep triomfantelijk:’’Alsjeblieft, fini!’’ Toen leunde hij achterover in zijn stoel, kruiste de armen over de borst en keek Czentovic uitdagend aan. De toeschouwers bogen zich over het bord om de zo triomfantelijk aangekondigde zet te begrijpen. Op het eerste gezicht was er geen directe (be)dreiging te ontdekken. En ook Czentovic bleef onverstoorbaar, als had hij het beledigende ‘fini’ niet gehoord. De toeschouwers hielden de adem in. Drie minuten gingen voorbij, zeven minuten, acht – Czentovic verroerde zich niet. Maar wel leek het of zijn brede neusvleugels tengevolge van de innerlijke spanning nog breder werden.  Onze vriend leek dit stomme wachten even onverdraaglijk te vinden als de toeschouwers. Hij stond op met een ruk en begon de rooksalon op en neer te lopen, eerst langzaam, toen steeds vlugger. Steeds legde hij hetzelfde aantal passen af, heen en terug, steeds dezelfde afstand. Waren het de afmetingen van zijn vroegere cel? Net zo had hij al die maanden acher slot en grendel, op en neer  gelopen, als een beest in zijn kooi. Maar nu leek zijn denkvermogen wel tenvolle te functioneren, want zo nu en dan keek hij naar de tafel, of Czentovic intussen al tot een besluit gekomen was. Er verstreken negen minuten, bijna tien. Langzaam verhief Czentovic zijn dikke hand, die tot nu toe roerloos op tafel had gelegen. Gespannen wachtten we af wat hij zou doen. Maar Czentovic deed geen zet; met een vastberaden gebaar veegde hij met de rug van zijn hand alle stukken van het bord. Een ogenblik later drong het tot iedereen door ; Czentovic had de partij opgegeven. Hij had gecapituleerd om niet voor aller ogen schaakmat te worden gezet. Het onwaarschijnlijke was gebeurd: de wereldkampioen, de held van ontelbare toernooien, had verloren van een onbekende, van iemand die in geen twintig, vijf en twintig jaar meer een schaakbord had aangeraakt. Onze vriend, de onbekende, had de sterkste schaker van de wereld verslagen!
Maar Czentovic had zich weer in bedwang. ‘’Nog een partij?’, vroeg hij. ‘’Natuurlijk’’. antwoordde dr. B met een enthousiasme, die eigenlijk niemand beviel. Hij had toch duidelijk gesteld één partij te spelen. Maar reeds begon hij met koortsachtige haast de stukken weer op te zetten. Daardoor vielen er enkele stukken op de grond. De eerst zo stille en rustige man raakte duidelijk geëxcalteerd, de zenuwtrek om zijn mond herhaalde zich vaker en zijn lichaam trilde als in een hevige koortsaanval.
‘Niet doen’’, werd hem toegefluisterd. ‘’Nu niet, het is voor vandaag genoeg. Het is veel te inspannend voor u’’. ‘’Inspannend, ha,ha’’, lachte hij luid en kwaadaardig. ‘’Ik had in die tijd wel tien partijen kunnen spelen in plaats van dit getreuzel. Het is voor mij alleen maar een inspanning om bij dit tempo niet in slaap te vallen. Vooruit, begin in vredesnaam’’.
Deze woorden werden op een heftige, haast onbeschofte toon tegen Czentovic gezegd. Er hing plotseling een andere sfeer tussen de spelers. Het waren niet meer de twee partners die elkaars kunnen in een spel willen meten, het waren vijanden die elkaar wilden vernietigen. Czentovic aarzelde, alvorens de eerste zet te doen en men kreeg de indruk dat hij opzettelijk talmde. Wilde hij zo zijn tegenstander nog meer afmatten? Hij treuzelde meer dan vier minuten voor hij de gewoonste en eenvoudigste van alle openingszetten deed, nl. de koningspion de gebruikelijke twee velden opschuiven. Onze vriend schoof hem direct zijn koningspion toe. Weer dacht Czentovic lang en zwijgend na. Na de vierde, langverwachte zet, snauwde hij de wereldkampioen zelfs toe:’’Speelt u toch door!’’ Maar Czentovic antwoordde, dat bij zijn weten er 10 minuten per zet waren afgesproken en daar hield hij zich aan. Dr. B werd steeds zenuwachtiger. Er gistte iets waanzinnigs in hem. En na de achtste zet was er het incident, Dr.B kon zich steeds minder beheersen, schoof ongeduldig heen en weer en trommelde voortdurend met zijn vingers op de tafel.
‘’Wilt u alstublieft niet op de tafel trommelen. Dat stoort me. Zo kan ik niet spelen’’. ‘’Ha,ha, dat merk ik’’, lachte dr. B. Czentovic liep rood aan. ‘’Wat bedoelt u’’, vroeg hij kwaad. ‘’Niks, alleen dat u duidelijk nerveus bent’’. Czentovic zweeg en boog het hoofd. Pas na zeven minuten deed hij de volgende zet en in dit moordende tempo sleepte de partij zich verder. Czentovic versteende hoe langer hoe meer en nam tenslotte de maximale bedenktijd voor elke zet die hij deed. Bij elke pauze werd het gedrag van dr. B steeds vreemder, het leek wel of de hele partij hem niet meer interesseerde en of hij met andere dingen bezig was. Hij liep niet meer driftig heen en weer, maar bleef roerloos op zijn stoel zitten, wezenloos voor zich uitstarend, met iets waanzinnigs in zijn blik, onafgebroken onverstaanbare woorden mompelend. Was hij verdiept in een eindeloze reeks combinatie-mogelijkheden? Of zat hij geheel andere partijen uit te werken? Elke keer als Czentovic een zet gedaan had moest hij uit zijn afwezigheid worden gewekt. Hij had dan minstens een minuut nodig om zich te oriënteren. Telkens werd het vermoeden duidelijker, dat hij Czentovic en alle omstanders allang vergeten was in die kille waanzin, die plotseling tot een heftige uitbarsting kon komen. En inderdaad, bij de 19e zet kwam de crisis. Nauwelijks had Czentovic zijn zet gedaan of dr. B schoot plotseling met zijn loper naar voren, waarna hij woest schreeuwde:’’Schaak, de koning staat schaak’’.
Vol verwachting keken we allen naar het bord, in de hoop een glimp van deze bijzondere zet op te vangen. Na een minuut gebeurde er weer iets geheel onverwachts. Heel langzaam hief Czentovic het hoofd op en keek onze kring langs. Hij scheen ergens heel bijzonder plezier in te hebben, want langzaam kwam er een intens tevreden en duidelijk spottende glimlach op zijn lippen. En met geveinsde hoffelijkheid zei hij:’’Het spijt me, maar ik zie geen schaak. Ziet een van de heren misschien mijn koning schaak staan?’’ We keken naar het bord en toen verontrust naar dr. B. En inderdaad, Czentovic’s koning stond helemaal niet schaak, maar volkomen gedekt door een pion. We werden onrustig. Zou onze vriend een verkeerd stuk verschoven hebben; een veld te ver of te weinig? Ook dr. B keek nu naar het bord en begon heftig te stotteren: ‘’Maar de koning behoort toch niet op f7 te staan….. hij staat verkeerd, helemaal verkeerd U hebt fout gezet. Alles staat verkeerd op dit bord. De pion behoort op g5 te staan en niet op g4 ….. Dit is een volkomen andere partij ….. Dit is …..’’
Plotseling stokte hij.  Iemand had hem stevig in de arm geknepen. Hij keerde zich om en als een slaapwandelaar zei hij versuft:’’Wat, wat wilt u van me’’.
‘’Oh’’, fluisterde hij met doodsbleke lippen. ‘’Heb ik iets waanzinnigs gedaan of gezegd ….. Ben ik soms weer …..’’
‘’Nee’’, fluisterde de stem terug. ‘’U moet nu onmiddellijk de partij afbreken, het is de hoogste tijd. Denk toch aan wat de dokter u gezegd heeft’’.
Met een ruk stond dr. B op. ‘’Ik vraag excuus voor mijn domme vergissing’’, zei hij met een hoffelijke stem en tegenover Czentovic:’’Het is natuurlijk pure onzen wat ik heb gezegd. U hebt gewonnen’’. Toen wendde hij zich tot de omstanders en zei:’’Ook u heren, vraag ik om excuus. Maar ik had u tevoren gewaarschuwd geen al te hoge verwachtingen van mij te koesteren. Vergeeft u mijn blamage, dit is werkelijk de laatste keer dat ik mij aan het schaken heb gewaagd’’.
Hij boog en verdween, even bescheiden en geheimzinnig als hij de eerste keer gekomen was. We begrepen:’’Deze man zou nooit meer een schaakbord aanraken’’.
‘’Damned fool!’’ gromde Mc.Connor teleurgesteld.

De laatste die opstond was Czentovic. Hij wierp nog één blik op de gedeeltelijk gespeelde partij. ‘’ ’t Is jammer’’, zei hij grootmoedig. ‘’De aanval was lang niet slecht opgezet. Voor een dilettant is deze heer toch wel bijzonder begaafd…..’’.

 

 

 

Een beetje rekenen...

Henk Mondria

19/04/2008

Welkom bij de eerste bijdrage van onze digitale versie van Aanzet! Deze pagina wordt opgemaakt door clubleden (en anderen) die een bijdrage willen leveren met betrekking tot gebeuren rond het schaakspel. Deze allereerste bijdrage is van ons bijna negentigjarige Henk Mondria!

Het komt vaak voor dat toernooien gewonnen worden door een speler, die bijvoorbeeld 7½ uit 11 behaald heeft, terwijl daar direct onder een aantal spelers gelijk eindigen met 7 uit 11.
Was de toernooiwinnaar nu echte de sterkste of is er hier toeval in het spel?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden kun je jezelf een andere stellen: Stel dat alle deelnemers aan een  toernooi even sterk zijn. Wat wordt dan de theoretische eindstand?
Het antwoord is niet dat ze allemaal gelijk eindigen. Dit zou bijvoorbeeld alleen maar gebeuren als alle partijen in remise zouden eindigen. Reeds na de eerste ronde staan de spelers niet meer gelijk. Dus is het ook niet te verwachten dat dit na de tweede tot en met de laatste ronde het geval zal zijn.
Hoe rekenen we nu de theoretische eindstand uit?
We kunnen dit alleen maar, als we het aantal remises per afzonderlijke ronde weten. Pas na afloop van het toernooi is de berekening exact uit te voeren.
Ik heb deze berekeningen in een aantal gevallen gemaakt. Het kost je enkele uren om alles met de hand uit te rekenen; ongetwijfeld zou je er vrij gemakkelijk een computerprogramma voor kunnen maken.
Neem je het gemiddeld remisepercentage over het gehel toernooi, dan is het iets gemakkelijker en maak je maar een kleine fout in het eindresultaat.

Als voorbeeld geef ik het resultaat van het Interpolistoernooi te Tilburg in 1983.
De eindstand was:

  1.   Karpov    
7
pnt
  2, 3.   Ljubojevic, Portisch 
pnt
  4, 5.   Sosonko, Vaganian
6
pnt
  6, 7, 8.   Huebner, Polugajewski, Spasski
pnt
  9, 10. Andersonn, Timman  
5
pnt
  11. Seirawan
4
pnt
  12.  v. d. Wiel
pnt

 Ongeveer 2/3 van het aantal partijen eindigde in remise

Uit mijn berekeningen volgt dat, wanneer alle spelers even sterk zouden zijn, de einduitslag moest zijn:
                                     
                                  1.1 spelers met 7 pnt of meer
                                  1.5 spelers met 6½ pnt
                                  2.2 spelers met 6 pnt
                                  2.5 spelers met 5½ pnt
                                  2.2 spelers met 5 pnt
                                  1.5 spelers met 4½ pnt
                                  1.1 spelers met 4 pnt of minder.

We zien, dat er een goede overeenstemming is tussen het echte en het berekende resultaat.
Was Karpov dan niet de sterkste speler?
Dat kun je natuurlijk niet zeggen, als blijkt dat hij de laatste jaren  bijna alle toernooien wint.
Ook zal de koploper in de laatste ronden vaak volstaan met een aantal korte remises, zoals bijvoorbeeld Timman in het laatste Hoogoventoernooi deed.

Henk Mondria.

   
logo Over SVN | Site Map | Privacy Policy | Contact | © 2020 Schaakvereniging Nunspeet