Schaakvereniging Nunspeet

Senioren | Junioren | Extern
VDC | Veldhuis Keizer Garantiemakelaars | Vedder | Osinga | Rabobank | Kale Optiek | Van den Pol
This week in Chess | Position search | Chess today | Chessbase | Chessnet | Chessclub
subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link | subglobal4 link
subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link | subglobal5 link
subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link | subglobal6 link
subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link | subglobal7 link
subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link | subglobal8 link

Partijverslagen

small logo
partijverslag

Partijverslagen
Schaakvereniging Nunspeet

Nee, onleesbaar zoals hiernaast zullen we niet maken maar deze pagina met partijverslagen kan voor de leek wel eens wat abracadabra termen bevatten. Mocht u als lezer toch er het fijne van willen weten neem dan contact op met onze club - zie de concact pagina!
Meer informatie betreffende partijen kunt u vinden op de diverse competitie pagina's.

 

SCHAAKCLUB NUNSPEET IN AFGESLANKTE VORM VERDER

Schaakclub Nunspeet is aan haar 66e seizoen begonnen, maar op de openingsbijeenkomst memoreerde voorzitter Herman Warntjes, na de vreugde van de bekeruitreiking aan kampioen Erik van den Eijkel ook de zorgen over het geringe ledenaantal en de vergrijzing daarvan.  Wil de vereniging met haar roemrijke verleden nog toekomst hebben, dan zullen de huisschakers op maandagavond de gang naar het clublokaal in kerkelijk centrum ‘’de Ontmoeting’’ aan de Arthur Briëtstraat moeten maken. Toch is de schaakcompetitie met veel animo van start gegaan en kampioen Erik van den Eijkel staat met twee overwinningen al direct aan kop.  Herman Warntjes verbrandde al zijn schepen, toen een te snelle aanval met te  weinig vuurkracht op de Hollandse verdediging van de net gekroonde kampioen in rook op ging en de witte onbeschermde koning in een matnet terecht kwam.. Minder spectaculair ging het in zijn partij tegen Chalib. Het spel kabbelde rustig voort, maar twee kleine foutjes van de zwartspeler kostten even zoveel keer een belangrijke pion, waarna de overwinning weinig tijd meer in beslag nam. Een ronde eerder had Chalib nog wel op verrassende wijze gewonnen van Helmerick Veenstra. Eerst werd met een toren een zwart paard geslagen en daarna liet Veenstra zich enigszins opjagen door het snelle spel van de Irakees. Daardoor miste hij de beste voortzetting, Chalib kon zijn geofferde toren met voordeel terug veroveren en kon afwikkelen naar een gewonnen eindspel.
Henk Strating speelde een combinatierijke partij tegen Gert Cozijnsen. Al op de achtste zet werd een paard geofferd tegen twee pionnen om de zwarte rokadestelling open te breken en met de dame de vijandelijke koningsstelling onder vuur te nemen.. Cozijnsen offerde op zijn beurt een loper terug, om zich enigszins te bevrijden, maar zag daarna een verborgen matcombinatie over het hoofd.
Martin Gremmen won zijn partij tegen Bert Mulder, maar tegen jeugdspeler Henri Mol trok hij aan het kortste eind.
Verdere uitslagen : Gerrit van Aalderen – Herman Warntjes 0-1 en Helmerick Veenstra-Bert Mulder 1-0.

Wit: henk Strating                     zwart: Gert cozijnsen

1. d4  Pf6  2.c4  e6  3. Pf3  b6  4. Pc3  Lb4  5. Lg5  0-0  6. e4  h6  7. Lh4  g5  8. Pxg5  hxg5  9. Lxg5  Le7  10. Lxf6 (Lh6!) Lxf6  11. Dg4+  Lg7  12. Ld3  Df6  13. e5  Dh6  14. Pe4  Kh8  15. f4  Pc6  16. d5  Lxe5  17. fxe5  Pxe5 18. Dg3  Pxd3  19. Dxd3  Dg6  20. Dd4+ Dg7  21. Pf6  exd5?? 22. Dh4+  1-0

ENERVERENDE SCHAAKPARTIJ

Bij schaakvereniging Nunspeet moest wedstrijdleider en erelid Gert Cozijnsen het met de witte stukken opnemen tegen Chalib Khidir. De geboren Irakees speelt altijd snel en het is zaak om je niet te laten meeslepen en je eigen tijd van twee uur goed te gebruiken. Daar kwam Cozijnsen ook achter toen hij al vroeg in de opening een pion achter kwam en daarna de volle bedenktijd aan het vervolg van de partij besteedde. Dat leidde inderdaad tot aantrekkelijk spel, dame en toren drongen de zwarte stelling binnen en de vijandelijke koning werd langs de rand naar boven opgejaagd. Door het offeren van een aantal pionnen werd een denkbeeldig matnet opgebouwd, maar helaas ging toen de tijdnood een woordje meespelen. De zwarte koning kon op miraculeuze wijze ontsnappen en na dameruil kon onze wedstrijdleider dit enerverende duel opgeven. Erik van den Eijkel en Henk Strating vochten ook een enerverend duel uit. Het aloude tweepaardenspel kwam op het bord met gevaarlijke aanvalskansen voor de witspeler, maar zwart kan soms verrassend tegenspel bieden. Zo ontstond er een boeiende, maar wel ingewikkelde stelling op het bord, waarin de partijen gemakkelijk kunnen mistasten en veel van het tactisch vernuft van beide spelers werd gevraagd . Strating ging het eerst in de fout, met alle stukken te ver opgerukt was de eigen terugtocht geblokkeerd en een gedwongen paardoffer luidde dan ook het verlies in. Strating won wel van Henri Mol, die te defensief speelde en na een dubieuze dameruil al in de opening een stuk achter raakte. Dubbele winst was er voor Helmerick Veenstra. Tegen Henri Mol dreven de zwarte paarden eerst de witte dame in de verdediging om vervolgens koers te zetten naar de koningsvleugel. Hoewel op een gegeven moment mat in ��n over het hoofd werd gezien, werd wel een witte toren buitgemaakt. Tegen Herman Warntjes moest eerst wel een agressieve aanval worden afgeslagen, maar ook hier zorgden de paarden voor verwarring en loperwinst. Tegen Martin Gremmen speelde Warntjes een partij, die het schaken zo leuk maakt. Veel aanvallen, veel offers, veel fouten en wie de laatste fout maakt verliest en dat was Gremmen. Stand na 4 ronden: Erik van den Eijkel 3 uit 3, Helmerick Veenstra en Chalib Khidir 3 uit 4, Henk Strating 2 uit 3, Herman Warntjes 2 uit 4

HOOFDPRIJS VOOR VAN DEN EIJKEL

Ondanks een nederlaag in de laatste ronde tegen Albert Kortendijk heeft Erik van den Eijkel opnieuw beslag gelegd op de hoofdprijs bij schaakvereniging Nunspeet. Met 15½ punt uit 21 gespeelde wedstrijden bleek hij de meest constante speler door minimaal 5 punten per periode te scoren en prolongeerde daarmee het kampioenschap. Helmerick Veenstra kon de titelverdediger in de beide laatste periodes van 7 wedstrijden wel bijhoeden, maar verloor punten in de tweede periode en legde met 14½ punt beslag op de tweede plaats. Een troostprijs was er ook voor Henk Strating, die de vierde periodetitel met 5½ uit 7 weliswaar in de wacht sleepte, maar ook te weinig scoorde in de andere periodes.
Dat het dit jaar niet van een leien dakje liep bij Erik toonden zijn laatste twee partijen. Tegen Wilco Bruijnes  werd wel direct op de aanval gespeeld, maar een onnauwkeurigheid werd afgestraft met een knappe tegenaanval, die mede door de ongelijke lopers in remise eindigde. En tegen Albert Kortendijk vergalloppeerde Eriks paard zich al in de opening en de koningsaanval, die hierop volgde kon het tij niet keren.Ook Henk Strating werd niet moeiteloos periodekampioen. Tegen Gert Cozijnsen werd in de opening wat al te frivool een pion weggegegeven en heel de partij liep Strating achter de feiten aan  Na nog een tweede pionverlies gaf hij gedesillusioneerd op. Ook tegen Herman Warntjes kon hij geen potten breken. Toen Warntjes een reëele winstweg over het hoofd zag, werden een aantal stukken afgeruild en de vrede getekend met een verdeling van punten. Helmerick Veenstra sloot de competitie wel met een 100% score af.  Tegen Martin Gremmen kwam het via een aftrekschaakje tot dameruil en pionwinst, waarna via een zogenaamde röntgenaanval de torens werden afgeruild en een vrijpion kon promoveren tot dame. Ondanks de inmiddels oplopende tijdnood werd de winstklus geklaard. En tegen Chalib werd een klein voordeeltje langzaamaan uitgebouwd totdat een ernstige blunder de partij beëindigde.

EINDSTAND 4E PERIODE :
EINSTAND KAMPIOENSCHAP :

Strating
7 – 5½
Van den Eijkel
19 – 16½
Veenstra
7 – 5
Veenstra
21 - 15
Van den Eijkel
7 – 4½
Strating
20 - 13
Gremmen
7 – 4
Cozijnsen
19 - 10
Cozijnsen
6 – 3½
Kortendijk
12 – 9½
Kortendijk
4 – 2½
Van Aalderen
19 - 9
Warntjes
3 – 2
Gremmen
21 - 9
Chalib
7 – 2
Mol
16 – 8½
Bruijnes
3 – 1½
Warntjes
13 – 7½
Van Aalderen
5 – 1½
Mondria
14 - 7
Van Dorth
2 - 0
Bruijnes
12 - 6
Mulder
7 - 0
Mulder
18 – 4½

 

HENK STRATING ROEPT ERIK VAN DEN EIJKEL HALT TOE

In de vierde periodetitel bij schaakvereniging Nunspeet ging kampioen Erik van den Eijkel met 3 uit 3 fier aan de leiding, tot hij in een rechtstreeks duel tegen medekoploper Henk Strating weer eens geconfronteerd werd met een nederlaag. Strating, achter de zwarte stukken, verdedigde zich met een moderne variant van de Siciliaanse opening, de zogenaamde Sveshnikov,die ook onder grootmeesters soms magische aantrekkingskrachten oproept, omdat zwart al op de vijfde zet wit tot een verklaring dwingt. Tot 10 zetten ging alles nog volgens het boekje, maar daarna ruilde de witspeler iets te vroeg zijn sterke paard in het centrum om daar plaats te maken voor de witte dame, zonder overigens een bedreiging te vormen.. Na wederzijdse lange rokade probeerde van den Eijkel met een loperoffer voor twee pionnen   op koningsaanval te spelen, maar de zwartspeler vond de juiste verdediging, nam met beide torens het initiatief  over en bracht zelf enkele dreigingen in de stelling. Een direct mat kon onze kampioen nog afwenden, maar toen Strating zijn toren offerde op straffe van damewinst, werd de partij opgegeven.
Ghalib Khidir speelde met wit tegen Gerrit van Aalderen een spannende partij. Na een gelijkopgaande opening kon de zwartspeler in het late middenspel met een torenoffer zijn dame in het spel  brengen, die de witte koning uiteindelijk op eeuwig schaak trakteerde en de partij daarmee in remise deed verzanden.
Oudgediende Martin Gremmen wist de jeugdige Wilco Bruijnes van het lijf te houden.  Vanuit een gesloten verdediging sloeg de oud militair toe en overwon zijn tegenstander. Gert Cozijnsen tenslotte won van Bert Mulder.
Henk Strating gaat nu met 3 uit 3 aan de leiding in de strijd om de vierde periodetitel, gevolgd door Martin Gremmen en Erik van den Eijkel met elk 3 uit 4.
In de laatste competitieronde van de Oostelijke Schaakbond heeft schaakvereniging Nunspeet een verdienstelijk 3-3 gelijkspel behaald tegen De Cirkel uit Ede en deelt nu uiteindelijk met deze club de derde plaats. Kampioen werden de reserves van VSG, het Veluws Schaakgenootschap uit Ermelo, met de Nunspeter nestor Henk Mondria in de gelederen.

Wit: Erik van den Eijkel        zwart: Henk Strating
1. e4  c5  2. Pf3  Pc6  3. d4  cxd4  4. Pxd4  Pf6  5. Pc3  e5  de Sveshnikov-variant  6. Pdb5  d6  7. Lg5  a6  8. Pa3  b5  9. Pd5  Le7  10. Lxf6  Lxf6  11. Pxf6  Dxf6  12. Dd5 de dame staat dan wel mooi centraal, maar hier had toch beter het paard moeten blijven staan. Lb7  13. 0-0-0  0-0-0? Sterker is Dxf2, want 14. Dxd6 kan niet! 14. Lxb5  axb5  15. Pxb5  Dit offer is wel erg speculatief  Td7  16. Pxd6+  Kb8  hier staat de koning betrekkelijk veilig en kan zwart het initiatief overnemen  17. Dc5  Thd8  18. Pc4  Pd4  19. Td3  Tc7  20. Db4  Dxf2  21. Td2  Pe2+  22. Kb1  Txd2  23. Pxd2  Pd4  24. Df8+  Ka7  25. Da3+  La6  26. Dd6  Pb5  27. Db4  Db6  28. Pc4??  Txc4!! Wit geeft op, de dame gaat verloren.

DRESUUR OP HET SCHAAKBORD

Albert Kortendijk speelde tegen Gerrit van Aalderen het aloude Evansgambiet. Al in 1828 introduceerde de Engelse zeekapitein William Evans dit pionoffer in de opening om tot een snellere ontwikkeling van zijn stukken te komen en sindsdien maken zelfs grootmeesters als Fischer, Kasparov en huidig wereldkampioen Anand gebruik van deze opening als verrassingselement. Zo ook in de partij tussen Kortendijk en van Aalderen kregen vooral de paarden vrijspel; in draf dartelden ze over het bord, soms een pirouette draaiend om ineens in een passage toe te slaan. In een vlaag van schaakblindheid offerde van Aalderen een van deze paarden op om een vermeende koningsaanval op te zetten, maar deze werd bekwaam door Kortendijk weerlegd en zo de partij tot winst voerde.
Henk Strating kwam tweemaal tot winst. Eerst trok hij tegen  Helmerick Veenstra, in een spectaculair gevecht met wederzijdse kansen aan het langste eind en vervolgens werd tegen Chalib in het middenspel, na dameruil, een pion buitgemaakt, waarna de partij bekroond werd met promotie van de extra pion. Ook Erik van den Eijkel begon de deze vierde periode met twee overwinningen. Achtereenvolgens moesten Bert Mulder en Martin Gremmen voor de clubkampioen buigen. Helmerick Veenstra won wel zijn partij tegen Bert Mulder.

Wit : Erik van den Eijkel                   zwart : Henk Strating
1. e4  c5  2. Pf3  e6  3. d4  cxd4  4. Pxd4  a6  5. c4  Dit vindt de zwartspeler minder leuk, want hij was b5 van plan, Pf6  6. Pc3  Lb4  7. Ld3  Pc6  8. Le3  Dc7  9. 0-0  Pe5  10. Lf4  Ld6  11. Lg3  h5 een tamelijk zinloze uitval  12. Pf3  Pxf3  13. Dxf3  Lxg3  14. fxg3  opent de f-lijn  d6  15. Kh1  Ld7  16. Tac1  Lc6  17. b4  Tc8  18. b5  Ld7  19. e5   een eerste pionoffer, om de stukken meer aanvalskracht te verschaffen  dxe5  20. Pe4  Th6  21. Pxf6  gxf6  22. De3  Th8  zwart is in de verdediging 23. Txf6  axb5  24. Dg5  Lc6  25. Dg7  Tf8  26. Txe6!!  Fxg6  27. Lg6+  Tf7  28. Dg8  Ke7  29. Dxf7  Kd6  30. c5+!!  Kd5  31. Df3_  Kd4  32. Dd3 mat

Wit : Henk Strating    zwart : Helmerick Veenstra
1. d4  Pf6  2. c4  e6  3. Pf3  c5  4. Pc3  cxd4  5. Pxd4  Pc6  6. e3  a6  7. Ld3  Dc7  8. a3  Pe5  9. De2  Pxd3  10. Dxd3  b6  11. 0-0  Pg4  Wit heft niets bereikt in de opening, zwart  neemt het initiatief  12. Pf3  Lb7  13. e4  Ld6  14. g3  0-0  15. Td1  Dc5  16. Td2  Le7  17. b4  Wit heeft zich voldoende verdedigd en kan eindelijk iets terug doen  Dc7  18. Lb2  Tad8  19. h3  Pf6  20. e5  Ph5  22. Pe4  f6  23. Pxf6  wit ruikt bloed  Pxf6  24. exf6  Lxf6  25. Pe5  Lxe5  26. Lxe5  Dc6  zwart komt nog gevaarlijk terug  27. f4  Dh1+ eerst d6 bood nog winstkansen  28. Kf2  Dg2+  29. Ke3  Dxg3  maar dit opent voor wit de g-lijn  30. Ke2  Dxd3  31. Txd3  b5  32. c5  Ld5  33. Tg3  Tf7  34. Teg1  Kf8  35. Txg7  Ke8  36. Tg8+  Tf8  37. Ld6  en zwart gaf op.

ERIK VAN DEN EIJKEL OP KOERS VOOR KAMPIOENSCHAP

Met nog drie ronden te gaan heeft Erik van den Eijkel bij schaakvereniging Nunspeet, na zijn overwinning op Gerard van Dorth, genoeg punten verzameld om zijn titel weer een jaar te prolongeren. Alleen de strijd om de tweede plaats blijft nog een spannende aangelegenheid tussen Henk Strating en Helmerick Veenstra.
Het was september 2010 voor ’t laatst dat Erik met wit de Franse verdediging voorgeschoteld kreeg. Bovendien speelde Gerard van Dorth het zeker niet met de Franse slag en leek zelfs met voordeel uit de opening te komen. In het middenspel echter miste hij een combinatie, waarna hij een kwaliteit achter kwam, zodat zijn paard het tegen een sterke toren moest opnemen. Om toch nog een kans te maken ging zwart volop in de aanval met zelfs de koning voorop. Dit was echter te veel van het goede, de monarch werd van zijn strijdmacht afgesneden en aan de rand van het bord schaakmat gezet.
Ook Henk Strating keek in zijn partij tegen Martin Gremmen aanvankelijk tegen een achterstand aan. In een gesloten stelling liet hij zich verrassen door een zwarte loperzet, die geruild werd tegen een witte toren, de zgn. kwaliteitswinst, maar hier bleef het sterke witte loperpaar  de vijandelijke zwarte torens wel de baas. Toen Gremmen remise door herhaling van zetten uit de weg ging en met zijn dame op avontuur ging achter de vijandelijke linies, maakte Strating een paar pionnen buit . dreef de zwarte koning de hoek in, ruilde de dames en creëerde zich een vrijpion, die tot winst leidde,
Helmerick Veenstra kwam met zwart tegen Gert Cozijnsen een belangrijke centrumpion voor,  maar dat ging wel ten koste van de ontwikkeling van zijn stukken.. Dat leverde na een interessant paardoffer om de pion weer terug te winnen een schitterende koperzet van Veenstra op, die het andere witte paard kon pennen en vervolgens buitmaken, waarna Cozijnsen terecht opgaf.
Verder won Wilco Bruijnes van Chalib en Gerrit van Aalderen van Bert Mulder.

Henk Strating gaat nu in de vierde periode aan de leiding met 4 uit 4, gevolgd door Erik van den Eijkel met 4 uit 5 en Martin Gremmen met 3 uit 5.

COME-BACK HERMAN WARNTJES

Na een periode van afwezigheid wegens ziekte pakte de come-back van Herman Warntjes bij schaakvereniging Nunspeet goed uit. Met degelijk spel wist hij Erik van den Eijkel op remise te houden. Volgens kenners zelfs een ‘’plusremise’’, omdat er nog mogelijkheden waren om op winst te gaan spelen. Maar om het niet te laat te laten worden werd de strijdbijl na 26 zetten begraven.
Gert Cozijnsen won met zwart verrassend van Gerard van Dorth. De witspeler kreeg weliswaar voordeel na de opening en na een kwaliteitsoffer had hij met twee beweeglijke lopers een sterke stelling opgebouwd. Het vervolg speelde van Dorth echter een beetje slordig, verloor materiaal en moest teleurgesteld opgeven.
Henk Strating speelde tegen Albert Kortendijk een spannende partij. In de opening werd op wel enigszins knullige wijze een pion verloren, maar de voorsprong in ontwikkeling bood genoeg compensatie. Alleen verhinderde Kortendijk lange tijd de rokade van de witte koning, zodat deze voortdurend door allerlei penningen werd vastgeketend in het midden.Toen echter de rokade op de 21e zet alsnog werd uitgevoerd  ontstond een spannend toreneindspel. Een toren verslindt open lijnen en vormt samen met zijn collega toren op dezelfde lijn  of rij een toppunt van kracht. Bij Kortendijk heersten die torens over de verticale d-lijn en bij Strating  over de horizontale rijen. Toen deze echter de 7e horizontale lijn bereiken werden deze torens vrijwel onoverwinnelijk en dat leverde dan ook verrassend het winstpunt op.. 
Helmerick Veenstra verraste Gerrit van Aalderen al op de tweede zet met een pionoffer in het aloude Koningsgambuiet en kreeg daar een sterk centrum voor in de plaats.  Een eerste winstkans door middel van een dubbele aanval leverde door een verwisseling van zetten nog geen voordeel op, maar toen van Aalderen verzuimde de goede tegenzet te doen werd alnog een stuk gewonnen en uiteindelijk ook de partij. Ghalib Khidir dolde een beetje met Bert Mulder, maar won de partij wel.

Met nog twee ronden te spelen gaat Henk Strating met 5 uit 5 aan de leiding om de vierde periodetitel, gevolgd door Erik van den Eijkel met 4½ punt uit 6 gespeelde partijen. Over het totaal van vier periodes heeft Erik echter zijn kampioenschap voor dit jaar opnieuw geprolongeerd.

 

SCHOONHEIDSPRIJS VOOR ERIK VAN DEN EIJKEL

Bij schaakvereniging Nunspeet had de strijd om de derde periodetitel een bijzonder spannend verloop. Bij het ingaan van de laatste ronde stonden vier spelers met 4 punten aan kop. Albert Kortendijk met 4 uit 4 zelfs ongeslagen, maar die bleek de laatste ronde afwezig. Helmerick Veenstra, Henk Strating en Erik van den Eijkel hadden ook 4 punten verzameld, maar hadden daar 6 wedstrijden voor nodig. In de laatste ronde had Veenstra weinig moeite om wedstrijdleider Gert Cozijnsen te verslaan, terwijl zich tussen van den Eijkel en Strating  een zenuwslopend titanengevecht afspeelde. Aanvankelijk ging de strijd redelijk gelijk op, met dien verstande dat Eriks koning zich veilig achter zijn rokadestelling verschanste en de zwarte koning nog midden op de achterlijn stond, omringd door enkele verdedigende stukken. En dat bleek achteraf het zwakke punt in de zwarte stelling.Eerst gaf van den Eijkel een pionnetje cadeau om de witte loper vrij spel te geven, daarna volgde een koningsaanval, ingeleid door een torenoffer en werd de zwarte koning opgejaagd. Met een subtiel pionzetje werd daarna het net rond de zwarte koning gesloten en werd deze midden op het bord mat gezet. Bij de landelijke competitie zou zo’n overwinning een schoonheidsprijs verdiend hebben. In deze laatste speelronde van de derde periode smaakte ook Bert Mulder het zoet van de overwinning door een zege op Ghalib Khidhir. Uiteindelijk wonnen Veenstra en van den Eijkel beide de derde periode met 5 punten uit 7 wedstrijden.
Verdere uitslagen: Bruijnes- Gremmen 1-0, Cozijnsen-van Aalderen 1-0, Strating-Mulder 1-0, Veenstra-Gremmen 1-0,  
In de externe competitie behaalde schaakvereniging Nunspeet een eclatante 5-1 overwinning op de reserves van De Combinatie uit Harderwijk. Hier moest Albert Kortendijk wel zijn meerdere erkennen, maar Erik van den Eijkel, Jan Nederpel, Henk Strating, Wilco Bruijnes en Helmerick Veenstra scoorden het volle punt. Nunspeet handhaaft zich daardoor moeiteloos in de derde klasse van de OSBO, de Oostelijke Schaakbond.

ALBERT KORTENDIJK NOG ONGESLAGEN

Bij schaakvereniging Nunspeet gaat Albert Kortendijk in de derde periode fier aan kop met 4 uit 4. In een rechtstreeks duel werd clubkampioen Erik van den Eijkel naar een kansloze nederlaag gespeeld. In de hoop een pion te winnen, kreeg Erik een fataal tussenzetje te pareren, dat de witspeler een sterk centrum opleverde. Het eindspel werd toch even spannend omdat Kortendijk zijn koning enigszins  liet opsluiten, maar twee veropgerukte pionnen, ondersteund door loper en toren, deed uiteindelijk toch de balans naar de witspeler doorslaan.
Tegen Herman Warntjes kwam Erik van den Eijkel wel goed weg. Helaas durfde Warntjes.na een goed gespeelde opening een achteraf winnende combinatie, in te leiden door een stukoffer, niet aan en nam Erik het initiatief in handen. Toen Warntjes na een tegencombinatie niet meer aan stukverlies kon ontkomen, gaf hij de partij op. Een week later revancheerde onze voorzitter zich tegen Henri Mol, door zich de sterkste te tonen tegen dit jeugdtalent,  die een week eerder Henk Strating keurig op remise hield. Op zijn beurt won Henk Strating weer van Gert Cozijnsen, die in het taaie middenspel wat al te luchtig met een loperoffer de aanval zocht, zonder succes overigens.

In de externe competitie heeft schaakvereniging Nunspeet, na een 3-3 gelijkspel tegen het hoger geplaatste Pegasus uit Zwolle, zich vrijwel zeker veilig gesteld in de 3e klasse van de OSBO, de Oostelijke Schaakbond.

Voor wie geïnteresseerd is hoe een competitiepartij verloopt, hierbij een voorbeeld:

1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 a6 5. c4 e6 6. Pc3 Lb4 7. Le3 Pf6 8. Ld3 Da5 9. 0-0 Lxc3
Dit lijkt een pion te winnen voor zwart, beter was echter af te wachten met 9...0-0 of de druk op de witte centrumstukken op te voeren met 9...Pe5.

10.Pb3
Deze tussenzet verjaagt de zwarte dame om zonder pionverlies op c3 terug te kunnen slaan.

10...De5
Deze zet dwingt wit tot het verkijgen van een zeer sterk centrum. Beter was 10...Dc7 later gevolgd door 11...d6. Hiermee had zwart een gedrongen, maar zeer solide stelling kunnen opbouwen.

11. f4 Dh5 12. Dxh5 Pxh5 13. bxc3 e5 14. f5 Pf4 15. Lxf4 exf4 16. Pd4 Pe5 17. Le2 0-0 18. Txf4 f6 19. Td1 b5 20. cxb5 axb5 21. Lxb5 Txa2 22. Pf3 La6 23. Pxe5 fxe5 24. Lxd7 exf4
Nu kan wit eenvoudig naar een gewonnen eindspel afwikkelen. Na 24...Lc4 was het minder duidelijk geweest

25. Le6 Kh8 26. Lxa2 g5 27. Txd6 Le2 28. f6 g4 29. e5 g3 30. hxg3
Wit ziet alleen mogelijke dreigingen van een zwarte pion die promoveert en ruilt daarom snel af zonder rekening te houden met een mogelijk mat op de eerste lijn. efficienter is hier 30. e6 waarna de e of f-pion niet meer door zwart kan worde tegengehouden. 

30...fxg3 31. Td7 Ta8 32. e6 Lb5 33. Tc7 Td8 34. Lb3
Na 34.Ld5 was het meteen uit geweest, omdat de zwarte toren dan niet meer naar a8 kan. Nu spartelt zwart nog wat tegen.

Ta8 35. Ld1 Td8
Na 35...h6 36. c4 Ta1 37. Kf1 Txd1 38. Ke2 is het ook afgelopen.

36. Lc2 Ta8 37. Txh7+ Kg8 38. f7+ Kf8 39. Th8+ Ke7 40. Txa8 1-0

SCHOONHEIDSPRIJS VOOR ERIK VAN DEN EIJKEL

Bij schaakvereniging Nunspeet had de strijd om de derde periodetitel een bijzonder spannend verloop. Bij het ingaan van de laatste ronde stonden vier spelers met 4 punten aan kop. Albert Kortendijk met 4 uit 4 zelfs ongeslagen, maar die bleek de laatste ronde afwezig. Helmerick Veenstra, Henk Strating en Erik van den Eijkel hadden ook 4 punten verzameld, maar hadden daar 6 wedstrijden voor nodig. In de laatste ronde had Veenstra weinig moeite om wedstrijdleider Gert Cozijnsen te verslaan, terwijl zich tussen van den Eijkel en Strating  een zenuwslopend titanengevecht afspeelde. Aanvankelijk ging de strijd redelijk gelijk op, met dien verstande dat Eriks koning zich veilig achter zijn rokadestelling verschanste en de zwarte koning nog midden op de achterlijn stond, omringd door enkele verdedigende stukken. En dat bleek achteraf het zwakke punt in de zwarte stelling.Eerst gaf van den Eijkel een pionnetje cadeau om de witte loper vrij spel te geven, daarna volgde een koningsaanval, ingeleid door een torenoffer en werd de zwarte koning opgejaagd. Met een subtiel pionzetje werd daarna het net rond de zwarte koning gesloten en werd deze midden op het bord mat gezet. Bij de landelijke competitie zou zo’n overwinning een schoonheidsprijs verdiend hebben. In deze laatste speelronde van de derde periode smaakte ook Bert Mulder het zoet van de overwinning door een zege op Ghalib Khidhir. Uiteindelijk wonnen Veenstra en van den Eijkel beide de derde periode met 5 punten uit 7 wedstrijden.
Verdere uitslagen: Bruijnes- Gremmen 1-0, Cozijnsen-van Aalderen 1-0, Strating-Mulder 1-0, Veenstra-Gremmen 1-0,  
In de externe competitie behaalde schaakvereniging Nunspeet een eclatante 5-1 overwinning op de reserves van De Combinatie uit Harderwijk. Hier moest Albert Kortendijk wel zijn meerdere erkennen, maar Erik van den Eijkel, Jan Nederpel, Henk Strating, Wilco Bruijnes en Helmerick Veenstra scoorden het volle punt. Nunspeet handhaaft zich daardoor moeiteloos in de derde klasse van de OSBO, de Oostelijke Schaakbond.

ALBERT KORTENDIJK NOG ONGESLAGEN

Bij schaakvereniging Nunspeet gaat Albert Kortendijk in de derde periode fier aan kop met 4 uit 4. In een rechtstreeks duel werd clubkampioen Erik van den Eijkel naar een kansloze nederlaag gespeeld. In de hoop een pion te winnen, kreeg Erik een fataal tussenzetje te pareren, dat de witspeler een sterk centrum opleverde. Het eindspel werd toch even spannend omdat Kortendijk zijn koning enigszins  liet opsluiten, maar twee veropgerukte pionnen, ondersteund door loper en toren, deed uiteindelijk toch de balans naar de witspeler doorslaan.
Tegen Herman Warntjes kwam Erik van den Eijkel wel goed weg. Helaas durfde Warntjes.na een goed gespeelde opening een achteraf winnende combinatie, in te leiden door een stukoffer, niet aan en nam Erik het initiatief in handen. Toen Warntjes na een tegencombinatie niet meer aan stukverlies kon ontkomen, gaf hij de partij op. Een week later revancheerde onze voorzitter zich tegen Henri Mol, door zich de sterkste te tonen tegen dit jeugdtalent,  die een week eerder Henk Strating keurig op remise hield. Op zijn beurt won Henk Strating weer van Gert Cozijnsen, die in het taaie middenspel wat al te luchtig met een loperoffer de aanval zocht, zonder succes overigens.

In de externe competitie heeft schaakvereniging Nunspeet, na een 3-3 gelijkspel tegen het hoger geplaatste Pegasus uit Zwolle, zich vrijwel zeker veilig gesteld in de 3e klasse van de OSBO, de Oostelijke Schaakbond.

Voor wie geïnteresseerd is hoe een competitiepartij verloopt, hierbij een voorbeeld:

1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 a6 5. c4 e6 6. Pc3 Lb4 7. Le3 Pf6 8. Ld3 Da5 9. 0-0 Lxc3
Dit lijkt een pion te winnen voor zwart, beter was echter af te wachten met 9...0-0 of de druk op de witte centrumstukken op te voeren met 9...Pe5.

10.Pb3
Deze tussenzet verjaagt de zwarte dame om zonder pionverlies op c3 terug te kunnen slaan.

10...De5
Deze zet dwingt wit tot het verkijgen van een zeer sterk centrum. Beter was 10...Dc7 later gevolgd door 11...d6. Hiermee had zwart een gedrongen, maar zeer solide stelling kunnen opbouwen.

11. f4 Dh5 12. Dxh5 Pxh5 13. bxc3 e5 14. f5 Pf4 15. Lxf4 exf4 16. Pd4 Pe5 17. Le2 0-0 18. Txf4 f6 19. Td1 b5 20. cxb5 axb5 21. Lxb5 Txa2 22. Pf3 La6 23. Pxe5 fxe5 24. Lxd7 exf4
Nu kan wit eenvoudig naar een gewonnen eindspel afwikkelen. Na 24...Lc4 was het minder duidelijk geweest

25. Le6 Kh8 26. Lxa2 g5 27. Txd6 Le2 28. f6 g4 29. e5 g3 30. hxg3
Wit ziet alleen mogelijke dreigingen van een zwarte pion die promoveert en ruilt daarom snel af zonder rekening te houden met een mogelijk mat op de eerste lijn. efficienter is hier 30. e6 waarna de e of f-pion niet meer door zwart kan worde tegengehouden. 

30...fxg3 31. Td7 Ta8 32. e6 Lb5 33. Tc7 Td8 34. Lb3
Na 34.Ld5 was het meteen uit geweest, omdat de zwarte toren dan niet meer naar a8 kan. Nu spartelt zwart nog wat tegen.

Ta8 35. Ld1 Td8
Na 35...h6 36. c4 Ta1 37. Kf1 Txd1 38. Ke2 is het ook afgelopen.

36. Lc2 Ta8 37. Txh7+ Kg8 38. f7+ Kf8 39. Th8+ Ke7 40. Txa8 1-0

ALBERT KORTENDIJK AAN KOP

Albert Kortendijk heeft bij schaakvereniging Nunspeet de derde periode ingezet met twee winstpartijen. Tegen de geboren Irakees Chalib moest zijn koning wel passen op de plaats blijven maken, maar toen eenmaal enkele lijnen geopend werden was het Korteweg die als eerste een koningsaanval kon inzetten en deze met succes afronden. Tegen Henk Strating kreeg Albert het zwaarder te verduren, maar een taktisch pionzetje deed het tij keren. In plaats van een tweede pion te winnen werd Strating gedwongen tot een toreneindspel, waar Kortendijk een vrije randpion tot zijn beschikking kreeg. De zwarte koning moest nu eerst deze pion ‘’ophalen’’en kwam daardoor te laat om de eigen pionnen te verdedigen. Met de klok op vallen kon Kortendijk een pion aan de andere kant van het bord laten promoveren tot toren; had hij voor een dame gekozen was de partij alsnog in pat geëindigd.
Kampioen Erik van den Eijkel zette de derde periode voorzichtig in met twee remises. Tegen Helmerick Veenstra was dat wel wat veel van het goede, maar met nog een enkele minuut op de klok werd toch het punt gedeeld, omdat Veenstra in betere stand de matcombinatie niet op het bord kon krijgen. Tegen Henk Mondria was er nog wel genoeg tijd op de klokken, maar hier was de spanning door veel afruil van stukken al gauw van het boerd verdwenen. Verrassend was wel de overwinning van jeugdspeler Henri Mol op nestor Henk Mondria. Hier bleef Mondria met zijn toren tot het uiterste doorspelen tegen toren plus twee pionnen, maar Henri hield in tijdnood het hoofd koel.
Herman Warntjes kon tegen Martin Gremmen zijn geliefkoosde positiespel spelen. Hij maakte gebruik van de open lijnen en veroverde twee pionnen, terwijl de eigen pion kon promoveren tot dame.

Verdere uitslagen : Gert Cozijnsen-Bert Mulder 1-0, Henk Strating-Martin Gremmen 1-0, Bert Mulder-Wilco Bruijnes 0-1, Helmerick Veenstra-Gerrit van Aalderen 0-1.

ERIK VAN DEN EIJKEL EEN KLASSE APART

Bij schaakvereniging Nunspeet duldt kampioen Erik van den Eijkel na twee periodes geen enkele  tegenspraak. Ging de eerste periode met een 100% score van 5 uit 5 al in de knip, de tweede periode werd afgesloten met een score van 5,5 uit 6. Helmeric k Veenstra en Henri Mol volgen met 8, respectievelijk 7 wedstrijdpunten uit twee periodes op gepaste achterstand. Met name via schaaktechnische middelen is Erik zijn tegenstanders net iets te ver gevorderd. Zo moest Henk Strating bijvoorbeeld het loodje leggen in een partij, waarbij beide spelers de ontwikkeljng van hun stukken enigszins achterwege gelaten hadden en beide koningen nog kwetsbaar op hun plaats stonden, was het Erik die als eerste een loper en toren dreigend in aanvalsstelling kon brengen en zo het punt binnenhalen. In een soortgelijke stelling, met beide koningen nog in het centrum, combineerde Albert Kortendijk zich langs open lijnen en diagonalen naar stukwinst, waarna zijn tegenstander Gert Cozijnsen de handdoek in de ring wierp. Helmerick Veenstra sprokkelt zijn puntjes bijeen, door bij achterstand niet bij de pakken te gaan neerzitten, maar nog eens extra energie in de stelling te blazen. Zo wist hij een pion achterstand tegen Henri Mol met veel paarden en lopergeweld alsnog tot een goed einde te brengen en tegen Wilco Bruijnes werd de aanvankelijk gelijkopgaande partij, met tegengestelde rokades, in een directe koningsaanval zelfs beslist via damewinst. Een bijzondere vermelding krijgt Bert Mulder, die na zijn overwinning op Helmerick Veenstra ook Gerrit van Aalderen aan zijn zegekar bond.
In de externe competitie speelt schaakvereniging Nunspeet geen rol van betekenis. Tegen het jeugdteam uit Putten werd met 5-1 verloren en ook het Veluws Schaakgenootschap uit Ermelo was voor de Nunspeters te sterk, maar tegen het vijfde team van Pallas uit Deventer en het derde team van VDS (Vriendschap Door Samenwerking) uit Beekbergen werd met het kleinst mogelijke verschil 3½-2½ gewonnen.
Individueel bereikte een speler van schaakvereniging Nunspeet nog wel een succesje. In een simultaanseance, ter gelegenheid van het feit dat Max Euwe 75 jaar geleden wereldkampioen werd, was Henk Strating de enige van de 20 deelnemers, die van de huidige wereldkampioen Viswanathan Anand uit India wist te winnen.

ALBERT KORTENDIJK NOG ONGESLAGEN

Bij schaakvereniging Nunspeet blijft ook Albert Kortendijk zich met de koppositie bemoeien. Weliswaar blijft Erik van den Eijkel, die zelf niet speelde, met 4 uit 4 de onbetwiste koloper, maar door een gedegen overwinning op Henk Mondria heeft ook Albert Kortendijk zijn 100% gehandhaafd en staat nu na 5 speelronden op de ongedeelde tweede plaats met 3 punten uit 3 gespeelde wedstrijden.. In een toch wel veel gespeelde opening ging Mondria waarschijnlijk iets te vroeg met de dame op pad, werd op de eigen helft teruggedrongen en kwam een pion achter. Door goede posities voor zijn lopers en torens te kiezen kwam de zwarte koningsstelling behoorlijk onder druk en na een grote afruil bleef een gewonnen eindspel voor Kortendijk over.
Gerrit van Aalderen won op soortgelijke wijze van Henri Mol, wiens aanval werd afgeslagen met pionwinst als resultaat,dat  na vakkundig afruilen tot winst werd afgerond.
Martin Gremmen houdt van strijdbare partijen en dat kreeg hij ook met wit tegen Herman Warntjes.  Een typisch ‘’Gremmiaanse partij’’, helemaal teruggetrokken op eigen terrein en steeds het mat ontwijkend. En dan komt hij sterk terug. Beide spelers maken fouten en ineens staat Gremmen een loper voor. Als hij het eindspel goed had gespeeld, had hij gewonnen, maar een slimme ruil van Warntjes leverde alnog een remisestelling op.
Helmerick Veenstra en Wilco Bruijnes speelden een lange partij, die in de tijdnoodfase tot een curieus einde kwam. Net na het vallen van de vlag voerde Wilco, na een gelijkopgaande partij een winnende mataanval uit, waarna beide spelers besloten om het punt dan maar te delen.
Henk Strating won wel binnen de vastgestelde tijd zijn partij tegen Bert Mulder.

EEN SCHEVE SCHAATS IN HET SCHOTS

Bij schaakvereniging Nunspeet ging het er in de partij tussen Helmerick Veenstra en Henk Strating in de 6e speelronde een beetje schots en scheef aan toe. Schots naar de gespeelde schotse opening, ontleend aan een correspondentiepartij tussen schakers uit de steden Edinburg en Londen, nu bijna 90 jaar geleden en scheef doordat beide spelers, onbekend met de finesses van deze opening, niet altijd de beste zetten speelden. Strating had met zwart een vroege dameuitval de witspeler in zoverre verrast, dat het verkeerde plan gekozen werd om pionverlies tegen te gaan. Nu liep Veenstra steeds achter de feiten aan, de ene dreiging weerleggend en een andere weer zien op te lossen. Dat kostte uiteindelijk een pion, waarna Strating afwikkelde naar een gewonnen eindspel.
Spanning was er ook in de partij tussen de beide koplopers, Erik van den Eijkel en Albert Kortendijk. Na een rustige opening gooide Kortendijk met een dubieuze pionzet het bord plotseling in vuur en vlam, mede omdat Erik zijn dame offerde voor twee zwarte torens. Nu kon de clubkampioen met zijn torens de zwarte koning in de hoek vastpinnen en dat leidde, na gedwongen ruil van toren tegen dame tot een winnend eindspel. Erik gaat nu ongeslagen met 5 punten aan de leiding in de eerste periode.
Door een blunder van Gremmen in de opening van zijn partij tegen Henk Mondria ging al snel een stuk verloren. Veel tegenspel zat er voor de zwartspeler daarna niet meer in en toen Mondria een kansrijke koningsaanval begon gaf Gremmen de partij op. Ook Bert Mulder zag in zijn partij tegen Gerrit van Aalderen stukverlies al snel over het hoofd . 

ERIK VAN DEN EIJKEL OP TITELKOERS

De competitie is nog maar nauwelijks begonnen of clubkampioen Erik van den Eijkel voert met de volle score van 3 uit 3 de ranglijst van de eerste periode aan. In slechts 15 zetten maakte hij medekoploper Herman Warntjes duidelijk, dat deze weer eens in de boeken moet kruipen om met zwart een betere opening te vinden.
Helmerick Veenstra probeerde Gerrit van Aalderen al op de tweede zet op het verkeerde been te zetten met het aloude Koningsgambiet, dat tot heel romantische schaakpartijen kan leiden. De zwarte loper kwam behoorlijk buitenspel te staan en Veenstra kon al zijn witte stukken op de vijandelijke koningsveste richten. Dat resulteerde eerst in toren winst en daarna schaakmat.
Henk Mondria en Gert Cozijnsen koersten van meet af aan in een gelijkopgaande strijd op remise af, toen de zwartspeler na torenruil een witte pionzet over het hoofd zag, die via aftrekschaak een volle loper opleverde, waarna Cozijnsen de strijd staakte.
Spectaculair ging het toe in de partij tussen Henk Strating en Martin Gremmen. De witspeler was met een paard diep de zwarte koningsstelling binnengedrongen, maar een zwarte dameuitval kon na een schaakje de ondersteunende pion buitmaken en zich enigszins bevrijden. In een moeilijk toreneindspel had Gremmen de winst voor het grijpen, maar in plaats van eerst een toren af te ruilen met stukwinst, werd gekozen voor loperruil met pionverlies. Een spannend pionneneindspel volgde, dat uiteindelijk remise werd gegeven, maar achteraf toch, volgens de computer althans, voor Strating de volle winst zou opleveren. Henri Mol tenslotte won in een mooie partij van Bert Mulder.

WINST VOOR ZWARTSPELERS

Bij schaakvereniging Nunsppet werden in de vierde speelronde 4 van de 5 partijen door de zwartspeler gewonnen. Erik van den Eijkel moest daar tegen Helmerick Veenstra wel enige moeite voor doen. Een pionwinst in de opening was nog geen garantie voor de winst, aangezien de witspeler genoeg tegenaanval overhield. Zelfs na een tweede pionwinst kon Veenstra langs de open lijnen druk blijven uit oefenen. Pas toen Erik zijn verdediging op orde had kon hij de volle buit binnenhalen.
Albert Kortendijk speelde met zwart tegen Herman Warntjes de langste partij van de avond. Het werd een positioneel spel met penningen, open lijnen en een achtergebleven pion. Met een aantal goede zetten veroverde Kortendijk  de open lijnen, bevrijdde zijn achtergebleven pion  en Warntjes kwam steeds meer in de verdrukking en kon maar niet tot een aanval komen. Pas in de tijdnoodfase kon de zwartspeler, met nog een minuut bedenktijd een vrijpion laten promoveren en de partij beslissen.
Ook Henri Mol bereikte met zwart tegen Martin Gremmen een pionneneindspel, dat uiteindelijk beslist werd door promotie. En Henco Ouwendijk versloeg met zwart Bert Mulder.
De enige witte overwinning kwam op naam van Henk Mondria, die in het middenspel een blunder van Henk Strating afstrafte door met de loper beide zwarte torens aan te vallen, waarna de zwartspeler het dit keer voor gezien hield.

JEUGDSCHAAK HEEFT DE TOEKOMST

De Noor Magnus Carlssen is op zijn 19e jaar momenteel de sterkste schaker van de wereld en in eigen land is de 16-iarige Anish Giri al eens Nederlands kampioen geweest. Ook bij schaakvereniging Nunspeet timmert de schaakjeugd  aan de weg. Op sommige basisscholen wordt regelmatig schaakles gegeven en ook maandagavond is er een tiental jeugdspelers actief op de training aanwezig. En langzaam aan stromen de jeugdspelers de senioren-competitie binnen en tonen daar hun kunnen .Zij mogen dan met een beperkte bedenktijd van 1 uur per partij spelen, terwijl de senioren een dubbele bedenktijd gewend zijn. En zo kreeg Henco Ouwendijk tegen good old Henk Mondria al snel een pion voor en dwong daarmee zijn tegenstander tot extra nadenken, wat uiteraard weer ten koste ging van de bedenktijd. In de tijdnoodfase ging ook nog een loper verloren en Henco kon blijmoedig het volle punt incasseren.
Ook Henri Mol kreeg kansen in zijn partij tegen Albert Kortendijk. Dat leek er in de opening nog niet op, want daarin liep Henri al gauw tegen een paardvork aan, die hem de toren tegen het paard kostte. Maar even later strafte hij het nonchalante spel van Kortendijk af door een toren terug te winnen. Bleef over een eindspel, waarbij Henri met zijn toren  een vijandelijk loper met enkele pluspionnen te bestrijden kreeg. En dan komt het op routine aan en dat moet de jeugdspeler nog leren. Nu wist Kortendijk uiteindelijk, zij het na zware strijd, dit eindspel nipt tot winst te brengen.
Robert Kok meldde zich als 14-jarige voor het eerst op de schaakvereniging en kreeg Henk Strating als tegenstander. Frank en vrij zette  Robert zijn stukken in formatie, bracht de eigen koning via de korte rokade in veiligheid en begon moedig aan een koningsaanval. Maar dan blijken de aanvallende stukken nog niet zo goed samen te kunnen werken. Strating had zijn verdediging goed op orde en wist met een loperuitval de witte dame en toren tegelijk aan te vallen. En na stukverlies volgde ook snel het verlies van de partij.
Ook Bert Mulder heeft maar een uur bedenktijd en dat bleek helaas net te weinig in zijn partij tegen Martin Gremmen. Pas na het vallen van zijn vlag volgde de elegante matzet van onze moedige rolstoelspeler.
Clubkampioen Erik van den Eijkel kreeg met wit Gerrit van Aalderen te bestrijden, die tot zijn verrassing afstand had genomen van zijn favoriete Russische verdediging en nu de Spaanse toer op ging. Helaas liep dit avontuur niet goed af. Nadat er door een onoplettendheid een pion verloren ging, probeerde van Aalderen in een alles of niets koningsaanval de partij naar zich toe te trekken. Het werd echter niets, omdat de aanval in schoonheid ten onder ging.
Voorzitter Herman Warntjes speelde met wit tegen erelid Gert Cozijnsen een moeizame partij om het initiatief  te krijgen. Een opmars op de damevleugel behandelde Gert niet adequaat , zodat de witte torens zich konden verdubbelen. Dit leidde tot pion winst, waarna Cozijnsen teleugesteld de partij opgaf.

 

 

ERIK VAN DEN EIJKEL GOED VAN START

Bij schaakvereniging Nunspeet begon 6 september 2010 de nieuwe competitie, waar de oude competitie in mei dit jaar eindigde. Was er toen een beslissingswedstrijd nodig tussen Erik van den Eijkel en Henk Strating om het clubkampioenschap, nu betwistten de beide kemphanen elkaar al in de eerste competitieronde en weer trok de meervoudige clubkampioen aan het langste eind. Dat zag er in het begin van de partij niet zo uit;  Strating bouwde met de witte stukken een schijnbaar  solide stelling op, maar zag in het moeilijke middenspel toch een pion verloren gaan..En bij de poging om deze pion weer terug te veroveren werd een tactische damezet van Erik over het hoofd gezien, die na dameruil een vol stuk en de felicitaties voor de overwinning opleverde. 
Ook Henco Ouwendijk verloor in het middenspel een pion, maar kon via de open lijnen toch tot enige aanval komen in zijn partij tegen Helmerick Veenstra. Helaas ging door te snel spelen van de jeugdspeler via een zgn. dubbele aanval weliswaar een volle toren verloren, maar een stel verbonden vrijpionnen brachten de zwartspeler toch nog enigszins in verwarring. Pas toen een van deze pionnen werd afgestopt kon Veenstra het volle punt binnenhalen.
Martin Gremmen kwam er  .in een spannende partij tegen Gerrit van Aalderen in het late middenspel achter dat zijn stukken toch niet zo florissant stonden opgesteld. Met een aantal matdreigingen en vorkjes bereikte van Aalderen allerlei voordeeltjes en restte er voor de zwartspeler niet anders dan te capituleren.
Bert Mulder speelde met wit tegen Herman Warntjes een ietwat ongelukkige partij. Hij onderschatte de stormloop van de zwarte pionnen op zijn koningsvleugel. Ten koste van een stukoffer kon hij nog wel mat voorkomen en daarna speelde zijn tegenstander het rustig uit.
Tot slot een puzzeltje voor de huisschaker: Acht koninginnen kunnen zo op het bord geplaatst worden, dat ze elkaar niet kunnen slaan.

 

150 JAAR SCHAAKERVARING

In de partij tussen Henk Strating en Henk Mondria zat meer dan 150 jaar schaakervaring achter de borden, maar beide spelers gingen elkaar in hun partij als jonge honden te lijf. Op het schaakbord kwam de aloude Spaanse opening, genoemd naar de Spaanse bisschop Ruy Lopez, die deze opening al in de 16e eeuw introduceerde. Beide spelers kozen voor de open variant, die tot bijzonder scherpe standen kan leiden, compleet met valstrikken en lokzetten. Beide ingrediënten sierden ook deze partij. Na afruil van beide paarden koos Strating als eerste voor de aanval, die echter verrassend door Mondria werd afgewenteld door zijn dame te offeren voor een toren en een loper om zo  tot enig actief tegenspel te komen. Behoedzaam manoeuvrerend bleef toch de witte dame het spel beheersen en na afruil van loper en toren kon Strating, na bijna vier uur spelen, het volle punt binnenhalen.
De strijd tussen Jasper Mulder met wit tegen Erik van den Eijkel ging lange tijd gelijk op, ondanks de vele dreigingen en allerlei mogelijke valstrikken. Pas in het eindspel kon Erik een klein voordeel behalen door het veroveren van een pion, waarna Jasper, zij het iets de vroeg de partij opgaf. Bij nadere analyse bleek de winst voor zwart toch nog een hele klus!
Helmerick Veenstra gaat na de winst op Herman Warntjes met drie punten uit drie wedstrijden aan de leiding in de strijd om de vierde periodetitel. Warntjes kreeg wel een sterke aanval op de damevleugel, maar verloor in het heetst van de strijd een loper. Na afruil van stukken gaf dit extra stuk de doorslag naar winst.
Bert Mulder ging wat al te vrijmoedig met de koningspionnen naar voren, waar tegenstander Gert Cozijnsen uiteindelijk van kon profiteren. Na stukverlies gaf Bert de partij op.
Gerrit van Aalderen won zijn partij tegen Martin Gremmen, die na een aantal minder goede zetten een toren tegen een loper achter kwam. Toen langzamerhand ook nog enkele pionnen verloren gingen werd de partij snel beslist.

 

VERRASSING TROEF BIJ SCHAAKVERENIGING NUNSPEET

Herman Warntjes heeft in de tweede ronde van de vierde periodetitel voor een daverende verrassing gezorgd, door titelpretendent Erik van den Eijkel een gevoelige nederlaag toe te brengen en zo de spanning voor het uiteindelijke kampioenschap weer terug te brengen. Na een rustige opening zette Warntjes de rokadestelling van zijn tegenstander onder druk, creëerde na pionnenopmars een open h-lijn, offerde een loper voor twee pionnen en joeg met dame en toren de witte koning uit zijn verdedigende veste. Uiteindelijk wikkelde hij af naar een eindspel, waarin paard en loper net iets actiever opereerden dan de logge witte toren. Wellicht had de partij nog wel in remise kunnen eindigen, maar dat lukte niet binnen de bedenktijd van twee uur, die elke speler tot zijn beschikking heeft en verloor van den Eijkel uiteindelijk door tijdsoverschrijding.
Albert Kortendijk continueerde tegen Martin Gremmen zijn ongeslagen status. Na een aanvankelijk gelijk opgaande opening wist Kortendijk in het middenspel een aantal stukken dusdanig te ruilen, dat zijn overgebleven stukken de witte centrumpionnen konden aanvallen en Gremmen in de verdediging drong. Onder deze druk bezweek de witte stelling, waarna de zwarte pionnen de winst binnenhaalden.

TRIOMF VAN DE SCHAAKJEUGD

De laatste periode van zeven partijen begon bij schaakvereniging Nunspeet al direct met een aangename verrassing. Twee oudgedienden moesten het, na een boeiend schaakgevecht overigens,  afleggen tegen een tweetal jeugdspelers. Henco Ouwendijk viel met de witte stukken, na een moeizame opening, tegen Gerrit van Aalderen goed aan, bleef de zwarte verdediging onder druk zetten, ruilde op het goede moment een aantal stukken en won verdiend.
Jasper Mulder begon tegen Henk Strating heel behoedzaam, liet een eerste aanvalsgolf op zijn rokadestelling manhaftig over zich heen gaan, drong de slecht georganiseerde zwarte legermacht terug op eigen helft, won een pion en plaatste tot overmaat van ramp een gevoelige paardvork, die een volle toren opleverde en nam trots de felicitatie van zijn tegenstander in ontvangst.
Helmerick Veestra  dolde in zijn partij tegen Bert Mulder een beetje met de zwarte koning, die over het hele bord werd opgejaagd, alvorens deze kon worden matgezet.
Gert Cozijnsen kwam met zwart tegen Herman Warntjes, na een moeilijke start langzamerhand  in de verdrukking en moest zich gewonnen geven toen een witte pion dreigend het promotieveld bereikte.
De langste partij van deze ronde speelde zich af tussen Henk Mondra en clubkampioen Erik van den Eijkel. Lange tijd hielden beide spelers zich in een spannende partij in evenwicht, maar na enkele uren slaat dan toch bij de 90-jarige nestor van de club de vermoeidheid toe, ging eerst een pion verloren  en kon de huidige clubkampioen het eindspel moeiteloos tot winst voeren..

 

Verslag 4de ronde in de 4de periode.

De partij tussen Wilco Bruijnes en Bert Mulder verliep na een Weens gambiet aanvankelijk evenwichtig, maar na een aantal afruilen kwam Zwart toch zwakker te staan. Toen Mulder op een goed moment te snel een vijandelijk paard buit maakte, kon zijn tegenstander met een aftrekschaakje een dame winnen en daarmee in enkele zetten de partij naar zich toe trekken.
Jan Lichtendahl wist zich in de openingsfase van zijn partij tegen Henk Mondria goed te weren en hij bouwde een stelling op, waar Zwart vaak moeite mee had. Door zijn te optimistisch spel echter kreeg Mondria veel tegenkansen en kon hij een dodelijke koningsaanval lanceren, waar Wit zich niet meer uit kon redden, veel materiaal verloor en daarna opgaf.
Henco Ouwendijk kwam wat gedrongen uit zijn opening tegen Erik van den Eijkel. Net op het moment dat er door een opmars van de lang achtergebleven d-pion wat meer ruimte kwam, ging hij in de fout. Van den Eijkel wist een pion te veroveren, waarna Wit zich nog een deel van dit voetvolk liet afsnoepen. In het toreneindspel zag hij wel in dat hij met nog maar 3 tegen 7 pionnen geen kans op winst meer kon maken en gaf hij zich gewonnen.
Helmerick Veenstra moest in het begin van zijn partij toestaan, dat Martien Gremmen voordeel behaalde, maar daarop wist hij een loper tegen een toren te ruilen. Beide lopers van Gremmen waren erg sterk, maar Veenstra kon deze stukken afruilen. Toen door een ongelukkige manoeuvre de zwarte stukken buiten spel kwamen te staan, viel Wit de koningsstelling aan, waardoor Zwart mat ging.
Henk Strating offerde tegen Gerrit van Aalderen al in het begin van de opening een pion om zo zijn stukken sneller te ontwikkelem. En inderdaad zag de witte stelling er na 18 zetten redelijk agressief uit en kon worden gewerkt aan een positieve oogst. Echter, in plaats van een pion terug te winnen met dreiging van paardwinst werd eerst een gevaarlijk uitziende loperzet tactisch door Van Aalderen omgezet in nog weer een pion winst, zodat Strating nu moest knokken om remise te bereiken, waaraan de zwartspeler meewerkte door eeuwig schaak te blijven geven in een toch wel iets betere stelling.
De partij tussen Johan van de Brink en Herman Warntjes eindigde in een overwinning van eerstgenoemde.

Verslag van de 7de ronde in de 3de periodeGerrit van Aalderen nam het op tegen Bert Mulder. Ondanks moedige en verwoede pogingen het tij te keren kwam de laatste langzaam maar zeker in de problemen. Stukwinst bezorgde Van Aalderen vrij snelde overwinning.
In een evenwichtige partij had Gert Cozijnsen tegen de jeugdige Jasper Mulder de betere stelling, maar geleidelijk aan trok Zwart die gelijk, waardoor een interessant middenspel ontstond. Hierin waren beide heren aan elkaar gewaagd. Mulder slaagde er echter in heimelijk een dubbele aanval op te zetten en kwam daardoor in kwaliteit voor te staan, waarop de grijze eminentie verstoord de handdoek in de ring gooide.
Martien Gremmen speelde tegen Jan Lichtendahl geen sterke partij. De laatste kwam keurig uit de dame-opening en anticipeerde kalm op de dreigingen van zijn tegenstander. Pas in de eindstrijd en na het ruilen van zijn dame tegen twee torens kwam Gremmen ietwat op dreef en maakte hij korte metten met zijn tegenstander.
In zijn partij tegen Gerard van Dorth liet Helmerick Veenstra de Siciliaanse opening overgaan in de Franse doorschuifvariant, iets wat vaker plaatsvindt en waarmee ook weinig anders mis is dan dat het voor Wit wellicht niet de sterkste voortzetting is. Na 11 zetten theorie maakte Veenstra echter een fout. In de hoop zijn paard op een sterk veld te kunnen nestelen ruilde hij foutief af, waarna Zwart hem dwong de beoogde paardzet alsnog te doen, maar dan ten koste van een pion. Hierna zag Van Dorth kans om een hele keten pionnen af te breken en zo binnen 4 zetten 3 pionnen voor te staan. Omdat hij nog steeds aanvalskansen rook speelde Veenstra door en offerde hij een paard voor een pion. Zijn hoop bleek ijdel te zijn, toen Zwart, gebruik makend van zijn overwicht,  nog meer materiaal dreigde te winnen. Veenstra besloot deze kortste partij van de avond met  het omleggen van zijn  koning.
Henk Mondria had tot nu toe altijd gewonnen van de wisselvallig opererende Herman Warntjes. De laatste speelde uiterst geconcentreerd en kwam met een pion voorsprong uit de opening en wist deze stelling uit te bouwen tot een met een tweetal verbonden vrijpionnen. Het werd nog even spannend toen Mondria met zijn dame de vijandelijke koning ging aanvallen, maar hij werd gedwongen tot dameruil, waardoor de pionnen van Warntjes vrij spel kregen, zodat hij zijn eerste punt tegen nestor Mondria kon scoren.

Verslag van de 3de ronde in de 3de periodeHenk Strating kwam in zijn partij tegen Johan van de Brink goed uit de opening en kreeg verscheidene kansjes om het zijn tegenstander moeilijk te maken. Hij koos echter voor het verkeerde plan, maakte daarna een blunder en verloor een toren. Toen gaf hij zich gewonnen.
De krachtmeting tussen Wilco Bruijnes en Martien Gremmen begon met een Siciliaanse opening. Wit kwam hierna iets ruimer te staan en won een centrumpion. Hiermee kon hij het eindspel naar zich toe trekken.
Tjeerd Bikker speelde tegen Helmerick Veenstra een sterke partij, waarin hij een pion wist te veroveren. Toch was dit voordeel niet voldoende om het eindspel te winnen. Het werd remise.
Hoewel Erik van en Eijkel Gerrit van Aalderen bedreigde met enkele gevaarlijk opgerukte pionnen, stond hij op een goed moment toch een stuk achter. Geleidelijk aan wist hij deze achterstand in te lopen en licht in het voordeel te geraken. In uiterste tijdnood bood hij remise aan. Van Aalderen accepteerde dit aanbod.
Herman Warntjes won tegen Gert Cozijnsen met goed positie- en combinatiespel een pion. Hoewel het in het eindspel nog even spannend werd, bleek deze voorsprong toch beslissend te zijn voor de winst. Uitslag:  1  -  0
Bert Mulder  -  Jasper Mulder    0  -  1.

Verslag van de 7de van de 2de periodeGerrit van Aalderen nam het op tegen Bert Mulder. Ondanks moedige en verwoede pogingen het tij te keren kwam de laatste langzaam maar zeker in de problemen. Stukwinst bezorgde Van Aalderen vrij snelde overwinning.
In een evenwichtige partij had Gert Cozijnsen tegen de jeugdige Jasper Mulder de betere stelling, maar geleidelijk aan trok Zwart die gelijk, waardoor een interessant middenspel ontstond. Hierin waren beide heren aan elkaar gewaagd. Mulder slaagde er echter in heimelijk een dubbele aanval op te zetten en kwam daardoor in kwaliteit voor te staan, waarop de grijze eminentie verstoord de handdoek in de ring gooide.
Martien Gremmen speelde tegen Jan Lichtendahl geen sterke partij. De laatste kwam keurig uit de dame-opening en anticipeerde kalm op de dreigingen van zijn tegenstander. Pas in de eindstrijd en na het ruilen van zijn dame tegen twee torens kwam Gremmen ietwat op dreef en maakte hij korte metten met zijn tegenstander.
In zijn partij tegen Gerard van Dorth liet Helmerick Veenstra de Siciliaanse opening overgaan in de Franse doorschuifvariant, iets wat vaker plaatsvindt en waarmee ook weinig anders mis is dan dat het voor Wit wellicht niet de sterkste voortzetting is. Na 11 zetten theorie maakte Veenstra echter een fout. In de hoop zijn paard op een sterk veld te kunnen nestelen ruilde hij foutief af, waarna Zwart hem dwong de beoogde paardzet alsnog te doen, maar dan ten koste van een pion. Hierna zag Van Dorth kans om een hele keten pionnen af te breken en zo binnen 4 zetten 3 pionnen voor te staan. Omdat hij nog steeds aanvalskansen rook speelde Veenstra door en offerde hij een paard voor een pion. Zijn hoop bleek ijdel te zijn, toen Zwart, gebruik makend van zijn overwicht,  nog meer materiaal dreigde te winnen. Veenstra besloot deze kortste partij van de avond met  het omleggen van zijn  koning.
Henk Mondria had tot nu toe altijd gewonnen van de wisselvallig opererende Herman Warntjes. De laatste speelde uiterst geconcentreerd en kwam met een pion voorsprong uit de opening en wist deze stelling uit te bouwen tot een met een tweetal verbonden vrijpionnen. Het werd nog even spannend toen Mondria met zijn dame de vijandelijke koning ging aanvallen, maar hij werd gedwongen tot dameruil, waardoor de pionnen van Warntjes vrij spel kregen, zodat hij zijn eerste punt tegen nestor Mondria kon scoren.

Verslag van de 6de ronde in de2de periodeHerman Warntjes kon zijn geliefde dame-opening deze wel keer vergeten, omdat hij tegen Helmerick Veenstra met zwart speelde. Meestal verlopen de partijen tussen deze beide kemphanen spectaculair, maar nu niet. Veenstra speelde een gedegen partij en hij plaatste zijn stukken naar sterke posities en dat spelletjes lag Warntjes niet. Met een paardoffer en een slimme combinatie dacht hij uit te breken en een pion te veroveren, maar hij had zich verrekend, verloor het stuk en daarmee de partij.
De partij tussen Wilco Bruijnes en Albert Kortendijk vond zijn afronding pas toen iedereen al naar huis was. De laatste leek tenslotte in het voordeel., maar toen hij een pion liet slaan onder schaak om daarna een beslissende aanval te krijgen, werd hem de kans daarop niet gegeven. Een tweede schaak  volgde en toen was mat in twee zetten onontkoombaar.
Na een gelijkopgaande strijd maatke Gert Cozijnsen, die tegen Gerrit van Aalderen speelde, een foutje in het eindspel. Dit kostte hem een pion en later de partij.
Gerard van Dorth kwam tegen Erik van den Eijkel goed uit de opening en leek Zwart snel op te rollen.Het liep echter allemaal anders. Of  Van den Eijkel wist steeds de juiste tegenzet te vinden of  Van Dorth miste ergens de winnende voortzetting, maar na taai tegenspel van Zwart verzandde de partij in een remise.

Verslag van de 5de van de 2de periodeErik van den Eijkel trok meteen in de opening al fel van leer tegen Martien Gremmen en ging volop in de aanval op de zwarte koningsstelling. De geroutineerde Gremmen hield het hoofd echter koel en dirigeerde rustig zijn stukken en pionnen naar de strijdhaard. Toch had hij van zijn acties niet alle consequenties duidelijk in de gaten en moest hij een toren opofferen voor een loper. Ook daarna bleef de druk op zijn stelling en een volgende combinatie van Wit kostte hem opnieuw materiaal. Gremmen vond het toen allemaal welletjes en st aakte de strijd.
Met de partij tussen Henk Strating en Henk Mondria zette zich ook bijna 150 jaar schaakervaring achter de borden. Beide spelers hielden elkaar in de opening goed in evenwicht, maar na ruil van de dames en enkele lichte stukken ontspon zich een interessant torenspel, waarbij Mondria op slimme wijze een pion wist buit te maken. Door actief tegenspel te bieden zag Strating kans de partij zo te sturen dat op het laatst alleen beide koningen nog op het bord stonden en dus remise het uiteindelijke resultaat van deze titanenstrijd werd.
Wiloco Bruijnes moest toelaten dat Helmerick Veenstra hem zijn witte loper uitruilde tegen een paard. Door daarna een  pion uit de koningsstelling op te schuiven veroorzaakte hij zelf een zwakke plek in zijn slagorde. Na een strijd, die tot in de kleine uurtjes bleef woeden, liep een aanval op deze zwakte uit op mat.
Tjeerd Bikker  - een enthousiast nieuw jeugdlid -  ging tegen Henco Ouwendijk goed van start, maar een cruciale zet drong hem in de verdediging.  Ouwendijk probeerde zijn aanval door te zetten, maar kon tenslotte slechts remise voorstellen, wat zijn tegenstander accepteerde.

Verslag van de 4de ronde in de 2de periodeDe wekelijkse schaakavond werd geopend met de herdenking van een trouw verenigingslid. Herman Bade- 77 jaar oud - was op zijn geboortedag overleden en voorzitter Herman Warntjes bracht tijdens een korte herdenking de aanwezige schaakvrienden in herinnering dat Bade tien-tallen jaren lid was geweest en gedurende een korte tijd daarvan zelfs voorzitter. Hij was een geliefde en sportieve schaakvriend, die tot in de laatste week van zijn leven nog op de vereniging aanwezig was. Na een minuut stilte ging het schaakleven voor ieder verder met de volgende partijen.
Gerrit van Aalderen speelde tegen Jan Lichtendahl zijn vertrouwde Engelse opening, maar moest toestaan dat de laatste beter uit die opening tevoorschijn kwam en een pion veroverde. Hierna werden de zorgen voor Wit alsmaar groter, maar door een stugge verdediging keerden de kansen. Hoe Lichtendahl zijn best ook deed, hij kon niet door de witte verdediging heen breken en toen hij ook nog een toren weggaf, legde hij ontevreden zijn koning om.
Albert Kortendijk kwam in zijn partij tegen Erik van den Eijkel met wat meer ruimte uit de opening. In het middenspel zag Van den Eijkel een combinatie, die hem een gezonde pion zou opleveren, over het hoofd. Enkele zetten later volgde een grote afruil van stukken met daarin allerlei listige combinaties, die echter door beide spelers werden opgemerkt. Tenslotte werd in een sterk uitgedund veld tot remise besloten.
Wilco Bruijnes opende tegen Henk Strating met een bepaald gambiet: een pion offeren in de hoop voorsprong in ontwikkeling te krijgen. Omdat de zwartspeler niet voor de meest actieve verdediging koos, posteerden de witte paarden en lopers zich op uitstekende velden. Strating dacht, met al zijn routine, via dameruil de kou enigszins uit de lucht te halen, maar ging daarentegen toen juist ten gronde aan een knap opgezette koningsaanval van de aanstormende jeugdspeler.
Herman Warntjes zette alles op alles om met wit van Henri Mol te winnen. Positioneel lukte hem dat niet, hoewel hij wel een pion voorsprong had. Hij ging op zoek naar complicaties, eigenlijk in de hoop zodoende Mol tot een foutje te verleiden. En jawel, helaas voor de jeugdspeler zag deze inderdaad een mat in twee over het hoofd.
Helmerick Veenstra won zijn partij tegen Jasper Mulder, die zijn koning in het centrum hield en door enkele minder goede zetten in een slechte positie kwam te verkeren en vervolgens door dameverlies moest opgeven.
Martien Gremmen was weer eens heel actief bij het opspelen van zijn  pionnen. Doordat deze verder waren opgerukt dan die van zijn tegenstander Jan Nederpel kon hij voordeel behalen. Tenslotte verloor Nederpel doordat hij door zijn bedenktijd ging. Verdere uitslag:  Bert Mulder  -  Gert Cozijnsen   0  -  1

Verslag van de 3de van de 2de periodeJan Nederpel, al sinds mensenheugenis een gewaardeerd lid van Schaakvereniging Nunspeet , was de laatste jaren door omstandigheden alleen beschikbaar voor de OSBO-wedstrijden, waarbij hij als topscorer onlangs nog een beker in ontvangst mocht nemen. Afgelopen maandagavond echter was hij voor het eerst weer aanwezig in het dorpshuis om deel te nemen aan de interne competitie. Hij moest het opnemen tegen good old Henk Strating. Deze kreeg het met zwart hard te verduren, vooral toen hij inging op een ruil van toren tegen paard en loper. Normaal is zo’n ruil voordelig, maar nu gingen er en passant nog enkele pionnen verloren en kon Nederpel met zijn beide torens langs de d-lijn een gevaarlijke koningsaanval inzetten. Helaas ging hierbij een toren verloren en kon Strating met een paardzet de andere veroveren, waarna Nederpel gedesillusioneerd de partij opgaf.

Nieuwkomer Tjeerd Bikker deed het goed tegen oudgediende Gerard van Dorth. Laatstgenoemde met wit begon agressief met een middengambiet, maar Zwart ving de problemen aardig op. Een paar zetten later echter liet Bikker enkele steken vallen waardoor zijn stelling slechter werd. Om de zwarte stelling verder te verzwakken bracht Wit eerst een pionoffer en kwam vervolgens met enig bravoure met zijn toren op de proppen om de zwarte dame op te jagen. Het plan was leuk maar incorrect. Zwart deed echter precies wat Wit verwacht had en verloor een stuk, waarna de strijd snel was afgelopen.

Na een rustige opening van Martien Gremmen wist Johan Van de Brink een klein gaatje te slaan in de witte koningsstelling. Daarna werd deze koning naar voren gedwongen tot hij uiteindelijk helemaal aan de overkant van het bord mat liep.
Wilco Bruijnes speelde met zwart tegen Erik van den Eijkel en kwam daarbij goed uit de opening. Hij verloor het positionele voordeel echter weer door een onnauwkeurige loperzet en dat brak hem in het verloop van de partij op. Na een combinatie waarbij een toren het loodje moest leggen, hield Bruijnes het voor gezien.

Na een redelijk gelijkopgaande strijd verloor Gerrit van Aalderen tegen Helmerick Veenstra door een foutieve manoeuvre een toren, zodat hij na een paar zetten moest opgeven.


Verslag van de 2de ronde in de2de periodeWilco Bruijnes won zijn partij tegen Herman Bade. Na een foutje van de laatste kwam Bruijnes beter te staan, maar zijn tegenstander kwam uit de verdrukking en sloeg met een dameruil de witte aanval af. Bade liet zich echter een paard afsnoepen nadat hij het had laten insluiten, maar kreeg er daarna een terug in ruil voor 2 pionnen, waaronder een vrijpion. Het was de vrijpion, die later de zwartspeler onder druk zette, waardoor hij kwaliteit verloor en uiteindelijk de partij.
Hoewel Helmerick Veenstra een stuk beter uit de opening kwam in zijn partij tegen Erik van den Eijkel en tot tweemaal toe een remise-aanbod afsloeg, had hij geen antwoord op de aanvallen van een steeds sterker opererende zwartspeler. Na het verlies van diverse stukken moest hij tenslotte wel opgeven.
Henk Strating en Gerrit van Aalderen zetten hun partij van begin af op scherp, waarbij de witspeler enig ruimtevoordeel kon incasseren, maar waar Zwart voldoende tegenwicht kon ontwikkelen. Een paardoffer van Strating zette Van Aalderen echter op het verkeerde been. In plaats van de dame in te ruilen tegen 3 lichte stukken en zo minimaal gelijk spel te bemachtigen, speelde Zwart zijn dame terug, maar deze viel via aftrekschaak alsnog ten prooi aan de witte toren en dat kostte de witspeler maar 2 lichte stukken. Reden voor Van Aalderen om op te geven.

Verslag van de "inhaalronde" van de 1ste periodeJasper Mulder was in deze ronde bepaald niet in vorm, toen hij Erik van den Eijkel op de 64 velden ontmoette.
De afruil van een stuk leverde hem weliswaar 2 vrijpionnen op, maar enkele zetten later gaf hij er een cadeau, waarop hij het wel geloofde en de partij gewonnen gaf.
Henco Ouwendijk trok tegen Bert Mulder bij de start al fel ten aanval, maar de laatste verdedigde zich met hand en tand. Toen Wit al snel een tweetal pionnen in de wacht sleepte en in het verloop van de strijd ook nog een toren, gaf Mulder de pijp aan Maarten.
Door iets te aanvallende bewegingen kwam Jan Lichtendahl in een leuke, spannende partij tegen Gerrit van Aalderen een pion achter te staan. Zijn loper werd buiten spel gezet en hij moest toestaan dat zijn tegenstander een aanval kon opbouwen, waarbij hij al in een vroeg stadium zijn koning kon omleggen.
Martien Gremmen verrichtte een knap huzarenstukje door van een doorgaans sterk spelende Henk Mondria te winnen. Hij kwam goed uit de Grünfeld -  Indische opening, maar Zwart slaagde er met kunst- en vliegwerk na veel tijdgebruik in een tegenaanval te krijgen, die echter doodliep. Daarna had Mondria geen mogelijkheden meer om de partij te houden en werd hij op fraaie wijze van het bord geveegd.
Henri Mol was goed op dreef tegen Wilco Bruijnes. Hoewel de laatste met een pion winst uit de opening kwam, kon Mol door een foutje van Bruijnes achter elkaar 2 pionnen rijker worden, waarmee hij later na enkele afruilen van stukken het eindspel wist te winnen.

Helmerick Veenstra en Gerard van Dorth  - beiden hooggeplaatst op de interne ranglijst -  begonnen hun partij met de Siciliaanse opening, maar deze werd al snel omgegooid tot de Franse doorschuifvariant, waarbij Zwart druk uitoefende op een van de centrumpionnen. Veenstra verloor door een verkeerde verdediging al snel  beide pionnen in het centrum. Normaal gesproken zou Wit dan voor dit verlies worden gecompenseerd door een zeer actief spel met zijn stukken en zou Zwart zich wel driemaal bedenken alvorens de e-4 pion van het bord te halen, maar in dit geval kreeg hij twee actieve paarden op het bord, die elkaar dekten en de zaak stevig in hun grip hielden. Van Dorth ruilde vervolgens een potentieel actief stuk af en beheerste vanaf dat moment het bord. Hij activeerde een lopers op een van de diagonalen en dreigde met een vervelende penning, waardoor nieuw materiaalverlies voor Veenstra niet meer was te voorkomen. Onder grote druk gezet gaf deze tenslotte op.
Arend Gerrets en Henk Strating speelden een interessante partij, waarbij de witspeler op de 15de zet met een pion-opstoot naar de 6de rij zijn tegenstander wel enige hoofdbrekens bezorgde. Helaas werd in het vervolg verkeerd afgeruild en kon Zwart  - met een pion voorsprong -  het initiatief overnemen. Toch duurde het nog tot na de 40ste zet voor het witte verzet definitief gebroken werd en Strating de partij met een elegante matzet kon beёindigen.
Herman Warntjes gaat beter schaken na een grote dip in het vorig seizoen. Johan  van de Brink was zijn slachtoffer. Als je laag staat, heb je kans dat de tegenstander je onderschat en dat deed Van de Brink waarschijnlijk ook. De stukken van Warntjes kregen steeds meer bewegingsruimte en uiteindelijk won hij de kwaliteit met zijn beide torens op de open lijn. Na deze overwinning ging hij sinds lange tijd weer blij naar huis.



Verslag van de 7de ronde in de 1ste periodeErik van den Eijkel moest het opnemen tegen Henk Mondria, die door zijn wat later verschijnen eigenlijk niet meer had gerekend op een indeling. Desalniettemin kwam hij zonder problemen door de eerste zetten van de opening.  Vervolgens speelde hij zijn f-pion op om de aanval wat meer kracht bij te zetten, maar dat had niet het verwachte effect. In zijn enthousiasme rokeerde hij daarna om zijn koning in veiligheid te brengen en tegelijkertijd zijn toren op de f-lijn te plaatsen, maar  helaas zag hij daarbij een paardvork met schaak en dame over het hoofd. Hiermee was voor hem de strijd gestreden.
Wilco Bruijnes speelde tegen Helmerick Veenstra een Weens gambiet, maar kwam al direct minder goed te staan. In het middenspel drong een zwart paard de witte stelling binnen en legde daardoor de damevleugel lam.
Bruijnes ging toen over tot een aanval, die echter door Veenstra werd beantwoord met een tegenaanval, die in mat eindigde.
Bert Mulder bood al tijdens het middenspel bij een gelijkwaardige stelling zijn tegenstander Gert Cozijnsen remise aan. Deze moest daarover enige tijd nadenken, maar ging er aarzelend mee akkoord.
Henco Ouwendijk en Herman Warntjes maakten er een korte partij van. De eerste verloor al snel een loper en na afruil ook nog een toren, waarna hij opgaf.
Henk Strating speelde tegen Jasper Mulder een schitterende aanvalspartij, die echter op fraaie wijze door zijn tegenstander werd opgevangen. Toen Strating de directe winstzet miste, kon Mulder met een briljante verdediging de partij uiteindelijk winnen.

Verslag van de 6de ronde in de 1ste periodeJasper Mulder was in deze ronde bepaald niet in vorm, toen hij Erik van den Eijkel op de 64 velden ontmoette.
De afruil van een stuk leverde hem weliswaar 2 vrijpionnen op, maar enkele zetten later gaf hij er een cadeau, waarop hij het wel geloofde en de partij gewonnen gaf.
Henco Ouwendijk trok tegen Bert Mulder bij de start al fel ten aanval, maar de laatste verdedigde zich met hand en tand. Toen Wit al snel een tweetal pionnen in de wacht sleepte en in het verloop van de strijd ook nog een toren, gaf Mulder de pijp aan Maarten.
Door iets te aanvallende bewegingen kwam Jan Lichtendahl in een leuke, spannende partij tegen Gerrit van Aalderen een pion achter te staan. Zijn loper werd buiten spel gezet en hij moest toestaan dat zijn tegenstander een aanval kon opbouwen, waarbij hij al in een vroeg stadium zijn koning kon omleggen.
Martien Gremmen verrichtte een knap huzarenstukje door van een doorgaans sterk spelende Henk Mondria te winnen. Hij kwam goed uit de Grünfeld -  Indische opening, maar Zwart slaagde er met kunst- en vliegwerk na veel tijdgebruik in een tegenaanval te krijgen, die echter doodliep. Daarna had Mondria geen mogelijkheden meer om de partij te houden en werd hij op fraaie wijze van het bord geveegd.
Henri Mol was goed op dreef tegen Wilco Bruijnes. Hoewel de laatste met een pion winst uit de opening kwam, kon Mol door een foutje van Bruijnes achter elkaar 2 pionnen rijker worden, waarmee hij later na enkele afruilen van stukken het eindspel wist te winnen.

Helmerick Veenstra en Gerard van Dorth  - beiden hooggeplaatst op de interne ranglijst -  begonnen hun partij met de Siciliaanse opening, maar deze werd al snel omgegooid tot de Franse doorschuifvariant, waarbij Zwart druk uitoefende op een van de centrumpionnen. Veenstra verloor door een verkeerde verdediging al snel  beide pionnen in het centrum. Normaal gesproken zou Wit dan voor dit verlies worden gecompenseerd door een zeer actief spel met zijn stukken en zou Zwart zich wel driemaal bedenken alvorens de e-4 pion van het bord te halen, maar in dit geval kreeg hij twee actieve paarden op het bord, die elkaar dekten en de zaak stevig in hun grip hielden. Van Dorth ruilde vervolgens een potentieel actief stuk af en beheerste vanaf dat moment het bord. Hij activeerde een lopers op een van de diagonalen en dreigde met een vervelende penning, waardoor nieuw materiaalverlies voor Veenstra niet meer was te voorkomen. Onder grote druk gezet gaf deze tenslotte op.
Arend Gerrets en Henk Strating speelden een interessante partij, waarbij de witspeler op de 15de zet met een pion-opstoot naar de 6de rij zijn tegenstander wel enige hoofdbrekens bezorgde. Helaas werd in het vervolg verkeerd afgeruild en kon Zwart  - met een pion voorsprong -  het initiatief overnemen. Toch duurde het nog tot na de 40ste zet voor het witte verzet definitief gebroken werd en Strating de partij met een elegante matzet kon beёindigen.
Herman Warntjes gaat beter schaken na een grote dip in het vorig seizoen. Johan  van de Brink was zijn slachtoffer. Als je laag staat, heb je kans dat de tegenstander je onderschat en dat deed Van de Brink waarschijnlijk ook. De stukken van Warntjes kregen steeds meer bewegingsruimte en uiteindelijk won hij de kwaliteit met zijn beide torens op de open lijn. Na deze overwinning ging hij sinds lange tijd weer blij naar huis.



Verslag van de 5de ronde in de 1ste periodeErik van den Eijkel moest het opnemen tegen Henk Mondria, die door zijn wat later verschijnen eigenlijk niet meer had gerekend op een indeling. Desalniettemin kwam hij zonder problemen door de eerste zetten van de opening.  Vervolgens speelde hij zijn f-pion op om de aanval wat meer kracht bij te zetten, maar dat had niet het verwachte effect. In zijn enthousiasme rokeerde hij daarna om zijn koning in veiligheid te brengen en tegelijkertijd zijn toren op de f-lijn te plaatsen, maar  helaas zag hij daarbij een paardvork met schaak en dame over het hoofd. Hiermee was voor hem de strijd gestreden.
Wilco Bruijnes speelde tegen Helmerick Veenstra een Weens gambiet, maar kwam al direct minder goed te staan. In het middenspel drong een zwart paard de witte stelling binnen en legde daardoor de damevleugel lam.
Bruijnes ging toen over tot een aanval, die echter door Veenstra werd beantwoord met een tegenaanval, die in mat eindigde.
Bert Mulder bood al tijdens het middenspel bij een gelijkwaardige stelling zijn tegenstander Gert Cozijnsen remise aan. Deze moest daarover enige tijd nadenken, maar ging er aarzelend mee akkoord.
Henco Ouwendijk en Herman Warntjes maakten er een korte partij van. De eerste verloor al snel een loper en na afruil ook nog een toren, waarna hij opgaf.
Henk Strating speelde tegen Jasper Mulder een schitterende aanvalspartij, die echter op fraaie wijze door zijn tegenstander werd opgevangen. Toen Strating de directe winstzet miste, kon Mulder met een briljante verdediging de partij uiteindelijk winnen.

Verslag van de 4de ronde in de 1ste periodeHelmerick Veenstra werd na de opening van zijn  partij tegen Albert Kortendijk in de verdediging gedrongen. De laatste, die met voordeel uit de opening tevoorschijn was gekomen, ruilde vervolgens zijn  dame en beide torens af, zodat slechts twee ongelijke lopers overbleven, die elkaars pionnen tegenhielden. In deze stelling werd tot remise besloten.
Wilco Bruijnes won met wit van Jasper Mulder. Mulder, die in het afgelopen seizoen de grootste vorderingen had gemaakt en nog steeds bezig is met zijn schaakstudie op hoog niveau, maakte echter in de opening verkeerde keuzes, waardoor zijn tegenstander ruimer kwam te staan. Zwart kreeg een zwakke pionnenstelling tegen een sterk wit paard dat uiteindelijk de kwaliteit ging kosten – zwart gaf op.
Henk Strating speelde tegen Henk Mondria een onvervalste Hollandse opening, compleet met een stonewall, een verdedigingsmuur van vier cenrumpionnen.Om deze muur te doorbreken stuurde de witspeler zijn twee paarden vooruit in de frontlinie, die door de zwartspeler abusievelijk verkeerd werden afgeruild en daardoor pionverlies opleverde. Aanval en verdediging bleven daarna evenwel nagenoeg in evenwicht en de partij eindigde in remise.
Clubkampioen Erik van den Eijkel moet zijn positie waarmaken tegen Martien Gremmen. Die beging een onnauwkeurigheid, waardoor zijn koning in het centrum moest blijven bivakkeren. Hij leed snel kwaliteitsverlies en toen Van den Eijkel zijn centrum onder druk zette was het pleit voor Wit snel beslist.
Door een verkeerde afruil van paarden kwam Henk Mondria tegen Henk Strating een pion voor te staan. Toch zag hij geen kans dit voordeeltje echt te benutten en moest hij zich in het eindspel tevredenstellen met een remise.
Jeugdsspeler Henco Ouwendijk moest het opnemen tegen good old Gert Cozijnsen. Hij kwam daarbij beter te staan, maar de zwartspeler ruilde eenvoudig alles af en bood na een prima torenzet remise aan, wat werd geaccepteerd.
Gerrit van Aalderen offerde zijn partij tegen Bert Mulder drie pionnen en won vervolgens gemakkelijk.




Verslag van de 3de ronde in de 1ste periodeHet partijverloop tussen Henk Strating en Herman Warntjes verliep hoofdzakelijk op de koningsvleugel, waar de witspeler zijn pionnen ver naar voren opspeelde en de vijandelijke koning , na afruil van de g- en h-pion blootstelde aan een gevaarlijke aanval. Aanvankelijk lukte het Warntjes om zijn verdediging ogenschijnlijk op peil te houden, maar uiteindelijk besliste de toevoer van verse witte aanvalsstukken de ongelijke strijd in het voordeel van Strating. In de partij tussen Mol, met wit, en Veenstra, met zwart kwm eerstgenoemde beter uit de opening, maar verloor de voorsprong, doordat hij een aanval van de tegenspeler niet zag en de kwaliteit (toren tegen licht stuk) achter kwam te staan. Toch ontwikkelde hij nog een felle koningsaanval, maar opnieuw overzag hij het gevaar, waardoor de rollen omkeerden en hij op moest geven.
Mondria speelde een afwijkende opening tegen Van Dorth, kwam slechter uit de opening en probeerde met tactische complicaties de stijd naar zijn hand te zetten. Het idee bleek niet verkeerd uit te pakken: door één zwakke zet van zwart kwam (zo bleek achteraf) de witspeler gewonnen te staan maar doorgronde dat zelf niet (de mogelijkheden waren op dat moment dan ook duizelingwekkend). Zwart kon door een zwakke tegenzet het tij keren, kreeg de overhand en besliste de partij in het eindspel waar 2 pionnen dreigde te promoveren.
Johan van den Brink kreeg met zwart, in een siciliaanse opening, al snel de mogelijkheid om de witte centrumpionnen van Albert Kortendijk af te ruilen. In een vlaag van onachtzaamheid deed hij dit echter met de verkeerde pion wat hem een stuk kostte. Van den Brink probeerde daarop nog wel tegenspel te ontwikkelen, maar wits solide spel en stelling deden hem al snel de handdoek in de ring werpen.



Verslag van de 2de ronde in de 1ste periodeVan den Brink tegen Gerrets: Wit kreeg vanuit het koningsgambiet een koningsaanval, die zwart aanvankelijk leek te zullen overleven. Vervolgens ging zwart op pionnenroof, maar dat kwam hem duur te staan, hij ging alsnog mat.
Van Dorth speelde tegen Gremmen een gesloten siciliaans en kwam al snel actief te staan. Zwart had op de koningsvleugel als op de damevleugel nagnoeg niets in te brengen. Na een afruil opende wit de f-lijn om met get zwaargeschut de niet gerokeerde koning van zwart onder vuur te leggen. Zwart offerde een pion om tegenspel te krijgen. Een tweetal zetten later davht hij een kwaliteit te kunnen winnen maar dat was de inleiding tot een groter verlies en een nog slechtere stelling - zwart gaf op.
In een vierpaardenspel was Kortendijk (zwart) erg enthousiast met het opspelen van zijn pionnen om zo een sterk centrum te bemachtigen. De veiligheid van zijn eigen koning hield hij echter geen rekening mee en al spoedig stonden de witte stukken, aangevoerd door Henco Ouwendijk, klaar voor een beslissende aanval. Ouwendijk had een stuk kunnen winnen, maar dacht in plaats daarvan door een stuk te offeren zwart mat te kunnen zetten. Dit bleek echter niet het geval waardoor zwart het eindspel met een extra loper in ging. Met hulp van dit extra stuk promoveerde zwart een van zijn pionnen waarna mat niet lang meer uitbleef.
Strating deed zo nu en dan met zwart zwakkere zetten, maar raakte door een fout een paard kwijt waardoor Veenstra met wit verder in het voordeel kwam. In een slechtere stelling raakte hij onnodig ook het tweede paard kwijt en gaf kort daarna op.
Herman Warntjes speelde tegen Henk Mondria een ongelijke partij. Good old Henk was duidelijk een maatje te groot voor hem. Hoewel na afloop van de partij Henk moest toegeven dat hij soms wel heel diep moest nadenken, bleek ook nu weer na dit vruchten afwerpt. Herman denkt dat de uitgebreide openingskennis van Henk ook een grote rol heeft gespeeld toen hij in het middenspel opgaf.

Verslag van de 1ste ronde in de 1ste periode Gert Cozijnsen tegen Herman Bade
In het begin ging het gelijk op, Bade gaf een pion weg, maar later verloor Cozijnsen de kwaliteit en toen hij ook nog een pion verloor gaf hij op in een stelling die niet veel ongunstiger voor hem was.
Henco Ouwendijk werd in het nauw gebracht door Henry Mol, maar wist dit om te zetten in een aanval maar toen hij een loper verloor gaf hij op.
Na een voorzichtige opening offerde Henk Strating tegen Wilco Bruynes een paard om na afruil van enkele stukken een aanvalsstelling over te houden. Maar door een toren te offeren en ook nog een paard in de aanbieding te doen wist Wilco op een verrassende wijze alsnog remise te bereiken door eeuwig schaak.
Erik van den Eijkel en Johan van den Brink, de toppers van de club kwamen ook remise overeen: wit stond geruime tijd beter en zelfs op het eind was de in stelling voor Erik in zijn voordeel, maar hij had veel te weinig tijd over om daar iets mee te doen.
Martin Gremmen en Helmerick Veenstra ruilden teveel stukken af in een gelijkwaardige positie om  nog iets te kunnen bereiken. Ook dat eindigde in remise.
Ook Kortendijk en Van Dorth speelden remise, zwart had na de opening voor een korte tijd de overhand, maar wit kon de gevaarlijke stukken van zwart afruilen waarn er een positioneel betere stelling voor wit overbleef. Door de creatie van een "vesting" wist zwart remise af te dwingen.



logo Over SVN | Site Map | Privacy Policy | Contact | © 2020 Schaakvereniging Nunspeet